GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.279.259 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 437263) (zaaknummer gerechtshof 200.230.023) beschikking van 26 januari 2021 op het verzoek tot herroeping op grond van artikel 390 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de zaak van [verzoekster] , wonende te [A] , verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. K.L. Sett te Vleuten. en [verweerder] , wonende te [A] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. H.P. Scheer te Utrecht. 1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 437263) en in hoger beroep (zaaknummer 200.230.023) 1.1 Het huwelijk van partijen is ontbonden [in] 2017. 1.2 Bij beschikking van 25 september 2017 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, de wijze van verdeling gelast van de huwelijksgemeenschap van partijen. De man en de vrouw hebben tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld bij dit hof. 1.3 Bij beschikking van 29 maart 2019 heeft het hof: I. aan de vrouw toegedeeld de vordering op [B] , onder de verplichting dat zij binnen twee weken na heden € 107.057,79 aan de man voldoet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na heden tot aan de dag der algehele voldoening; II. aan de man toegedeeld: het woonhuis met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, gelegen aan de [a-straat] 62 te [A] en het chalet met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden aan [b-straat] 3 te [C] ; III. aan de vrouw toegedeeld de woning aan [c-straat] [D] , China, en de woning in [d-straat] 1A [D] , China, en bepaald dat partijen over en weer niet zijn gehouden tot vergoeding van de overwaarde van voornoemde aan elk van hen toegedeelde onroerende zaken in Nederland en China of tot verrekening van deze overwaarde en/of met de zaken gemoeide kosten over en weer. 2 2. De procedure tot herroeping 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingekomen op 28 februari 2020; - het verweerschrift met producties, en - een journaalbericht van mr. Sett van 14 november 2020 met producties. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 1 december 2020 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en [E] , tolk in de Chinese taal; - de man, bijgestaan door zijn advocaat. 3Het verzoek tot herroeping 3.1 De vrouw verzoekt de beschikking van dit hof van 29 maart 2019 te herroepen en het geding geheel of gedeeltelijk te heropenen waarbij partijen de gelegenheid krijgen hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen overeenkomstig artikel 387 in samenhang met artikel 391 Rv en nadien alsnog de verzoeken van de man in hoger beroep af te wijzen, kosten rechtens. 3.2 De man voert verweer en verzoekt het hof: I. de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, dan wel haar verzoeken af te wijzen; II. voor het geval het geding geheel dan wel gedeeltelijk wordt heropend, de man in de gelegenheid te stellen zijn stellingen te wijzigen en aan te vullen, en III. te bepalen dat de vrouw de werkelijke kosten van deze procedure dient te voldoen te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van veertien dagen na de datum van de te wijzen beschikking. 4De motivering van de beslissing 4.1 Ingevolge artikel 390 Rv kan een beschikking op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op de gronden genoemd in artikel 382 Rv, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet. 4.2 Ingevolge artikel 382 Rv (in verbinding met artikel 390 en 391 Rv) kan een beschikking waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden aangewend worden herroepen indien: a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd, b. berust op stukken, waarvan de valsheid na de beschikking is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of c. de partij na de beschikking stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden. 4.3 De vrouw stelt dat sprake is geweest van bedrog door de man
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.