← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:7016

TBS P21/0114 Beslissing d.d. 15 juli 2021 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: FPC) de Pompestichting, locatie LFPZ te Zeeland. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 10 maart 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren en – impliciet – de afwijzing van het verzoek om de terbeschikkinggestelde te laten onderzoeken in het Pieter Baan Centrum. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: ̶ het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; ̶ de beslissing waarvan beroep, alsmede de herstelbeslissing van 18 maart 2021; ̶ de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 12 maart 2021; ̶ de aanvullende informatie van FPC de Pompestichting van 24 juni 2021, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 21 oktober 2020 tot 21 april 2021; ̶ het e-mailbericht van de raadsman aan het hof van 1 juli 2021 met bijlagen. Het hof heeft ter zitting van 1 juli 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal mr. D.J. de Jong. Overwegingen: Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de maatregel dient te worden verlengd met een jaar, alsmede dat de terbeschikkinggestelde ter observatie dient te worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum. De maatregel loopt inmiddels 28 jaren. Er is discussie over de juistheid van de gestelde diagnose, met name waar het gaat om de vraag of er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een Foetaal Valproaat Syndroom (FVS) en/of een psychose. Nu er te veel onduidelijkheid bestaat over de diagnose – mede gelet op de duur van de maatregel tot dusver en het verloop daarvan – dient er nader onderzoek plaats te vinden in het Pieter Baan Centrum. Tijdens voornoemd onderzoek kunnen ook de mogelijkheden met betrekking tot een passende vervolgvoorziening worden onderzocht. De suggesties die tijdens de zorgconferentie in 2018 zijn gedaan zijn helaas niet opgepakt door de kliniek. Hoewel de zaak zou kunnen worden aangehouden teneinde voornoemd onderzoek in het Pieter Baan Centrum af te wachten, heeft het de voorkeur de observatie in het Pieter Baan Centrum te bevelen bij eindbeslissing, zodat de resultaten van het onderzoek in het Pieter Baan Centrum kunnen worden meegenomen bij de eerst volgende verlengingszitting bij de rechtbank. Het standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel is voldaan. Kijkend naar de adviezen van zowel de kliniek als de onafhankelijke rapporteurs is een verlenging van de maatregel met twee jaren aangewezen. Er worden kleine stapjes gezet, maar niet te verwachten is dat er op korte termijn wezenlijke veranderingen gaan plaatsvinden met betrekking tot het recidiverisico. Hoewel de wens van de terbeschikkinggestelde om het Pieter Baan Centrum onderzoek te laten doen naar de diagnose en de mogelijkheden van een vervolgvoorziening begrijpelijk is, bestaat daartoe geen noodzaak. Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat de diagnose zorgvuldig tot stand is gekomen. De diagnose (in het bijzonder het Foetaal Vaproaat Syndroom) is door diverse deskundigen gevolgd en tot uitgangspunt genomen. De kliniek blijft zoeken naar een passende vervolgplek, echter dit is gelet op de problematiek van de terbeschikkinggestelde ingewikkeld. Het verzoek tot observatie in het Pieter Baan Centrum dient derhalve te worden afgewezen. Het oordeel van het hof Verbeterd lezen van het dictum van de beslissing waarvan beroep De rechtbank heeft weliswaar overwogen dat zij het verzoek tot observatie in het Pieter Baan Centrum afwijst, maar heeft verzuimd deze beslissing in het dictum op te nemen. Omdat het gaat om een kennelijke verschrijving, leest het hof het dictum in die zin verbeterd. Bevestigen Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de (herstelde) beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen. Afwijzing verzoek In beroep is opnieuw verzocht de terbeschikkinggestelde ter observatie op te laten nemen in het Pieter Baan Centrum. Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende ingelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het hof ziet geen aanleiding de terbeschikkinggestelde te laten onderzoeken in het Pieter Baan Centrum, nu er geen, althans onvoldoende reden is om aan te nemen dat de gestelde diagnose niet juist zou zijn. Daaraan voegt het hof nog toe dat er consensus bestaat over het bestaan van een stoornis en dat in het kader van een verlengingsbeslissing de diagnose van de stoornis niet voorop staat. Beslissing Het hof: ̶ Wijst af het verzoek tot onderzoek van de terbeschikkinggestelde in het Pieter Baan Centrum; ̶ Bevestigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 10 maart 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] . Aldus gedaan door mr. M.J. Vos als voorzitter, mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter als raadsheren, en drs. A. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden, in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen als griffier, en op 15 juli 2021 in het openbaar uitgesproken. De raden en mr. P.C. Vegter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.