GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.274.988 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, 6632384) arrest van 27 juli 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidComputron System Management B.V., gevestigd te Malden, appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Computron, advocaat: mr. G.J. Gerrits, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidLayer Infrastructure & Testing B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Layer, advocaat: mr. M.F.J. van Os. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 3 november 2020 hier over. In dat arrest is een enkelvoudige mondelinge behandeling bepaald die op 20 mei 2021 heeft plaatsgevonden. Van de zitting is een proces-verbaal gemaakt. Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Samenvatting en beslissing 2.1 Computron heeft Layer (een wervings- en selectiebureau) opdracht gegeven om twee geschikte kandidaten te vinden voor twee openstaande vacatures binnen haar bedrijf. Eén van de door Layer aan Computron voorgestelde kandidaten voor de functie van ‘netwerk engineer’ was de heer [naam1] (hierna: [naam1] ). Per e-mail van 11 oktober 2017 deelde Layer aan Computron over [naam1] mee: “(…) [naam1] werkt momenteel 40 uur per week en verdient €3400, daarnaast heeft hij ook een leaseauto en een opzegtermijn van 1 maand. (…)”. Vaststaat dat deze informatie niet klopte. [naam1] verdiende bij zijn vorige werkgever namelijk een lager salaris. Na een gesprek tussen Computron en [naam1] , waarbij de hoogte van [naam1] salaris niet aan de orde is geweest, heeft Computron [naam1] een baan aangeboden. [naam1] heeft dat aanbod geaccepteerd en stemde in met het door Computron voorgestelde bruto maandsalaris van € 3.400,- per maand, een leaseauto en een proeftijd van twee maanden. Layer heeft vervolgens een bedrag van € 13.329,36, zijnde 25% van het bruto jaarsalaris van de aangenomen kandidaat, bij Computron in rekening gebracht als vergoeding voor haar diensten. Computron weigert deze factuur te voldoen. Daarom is Layer deze procedure gestart. 2.2 Partijen twisten in deze procedure, kort gezegd, over de vraag of Layer aanspraak kan maken op het in rekening gebrachte bedrag van 25% van het bruto jaarsalaris en over de vraag of Layer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, of onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van Computron. Computron stelt zich op het standpunt dat Layer haar onjuist heeft geïnformeerd over het salaris van kandidaat [naam1] , waardoor zij – door die onjuiste voorstelling van zaken – [naam1] een hoger salaris heeft geboden dan dat zij zou hebben gedaan wanneer zij niet onjuist zou zijn geïnformeerd. Een lager salarisvoorstel dan € 3.400,- zou [naam1] volgens haar ook hebben geaccepteerd. Computron meent dat zij daardoor schade heeft geleden en dat Layer die schade dient te vergoeden (dan wel dat zij deze schade mag verrekenen met de door Layer gefactureerde kosten). 2.3 De kantonrechter heeft in het vonnis van 11 januari 2019 geoordeeld dat Layer een bedrag van 25% van het bruto jaarloon van [naam1] in rekening mocht brengen voor de door haar verrichte diensten. Daarnaast heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 7 februari 2020 geoordeeld dat Layer niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht en ook niet onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van Computron. De kantonrechter heeft op grond daarvan de door Computron gevorderde schadevergoeding (eis in reconventie) afgewezen. 2.4 Het hof is het eens met de kantonrechter dat Layer een vergoeding van 25% van het bruto jaarsalaris van [naam1] bij Computron in rekening mocht brengen voor de door haar verrichte diensten. Het hof is echter, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat Layer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Het hof zal Layer veroordelen om een bedrag van € 864,- aan Computron te betalen ter vergoeding van de schade die Computron heeft geleden (eis in reconventie) en zal daarnaast het bedrag dat Layer van Computron vordert in het kader van de door haar voor Computron verrichte diensten (eis in conventie) slechts toewijzen tot een bedrag van € 11.016,-. Hieronder zal het hof uitleggen waarom het tot dat oordeel komt. Layer mocht 25% van het bruto jaarsalaris aan Computron in rekening brengen 2.5 Op 26 september 2017 heeft Layer per e-mail contact opgenomen met Computron om te onderzoeken of Computron wellicht interesse had in een kandidaat ‘netwerk engineer’ die Layer in haar portefeuille had. Nadat Computron haar interesse kenbaar had gemaakt, heeft Layer op 27 september 2017 per e-mail Computron op de hoogte gesteld van de voorwaarden waaronder zij haar dienstverlening aanbiedt. In de e-mail staat onder andere beschreven: “(…) Uiteraard zijn onze diensten op basis van no-cure no-pay. (…) Tariefstelling: Onze standaard wervingsfee is 25% van het vaste bruto jaarsalaris. Bijgaand de voorwaarden. (…) Zodra de voorwaarden akkoord zijn, ontvang ik hier graag een akkoord per mail van zodat ik het proces intern in gang kan zetten.” Computron heeft op 27 september 2017 per e-mail daarop gereageerd met de mededeling: “Duidelijk en akkoord, alles op basis van no cure no pay toch?” 2.6 Gelet op deze correspondentie was Computron bekend met de standaard tariefstelling die Layer hanteerde en Computron heeft daarmee ingestemd. Toen Computron Layer enkele dagen na dit eerdere e-mailcontact opdracht gaf om twee geschikte kandidaten aan te dragen voor beschikbare functies binnen haar bedrijf, mocht Computron er dan ook niet van uitgaan dat voor deze overeenkomst een ander tarief zou gelden dan het tarief waarover zij enkele dagen daarvoor expliciet contact hadden. Het ging immers om het standaard tarief en in de berichten van de zijde van Layer zijn geen aanknopingspunten te vinden op grond waarvan Computron ervan uit mocht gaan dat voor deze opdracht iets anders zou gelden. Indien zij in de veronderstelling verkeerde dat op deze overeenkomst een ander tarief van toepassing was, of indien zij de intentie had af te wijken van het eerder door Layer gecommuniceerde tarief, dan had het op haar weg gelegen om het geldende tarief aan de orde te stellen. 2.7 Gelet op het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat Layer een bedrag van 25% van het bruto jaarsalaris van een aangenomen kandidaat, in dit geval [naam1] , in rekening mocht brengen bij Computron. Layer is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht 2.8 Uit de loonstroken van [naam1] blijkt dat [naam1] bij zijn vorige werkgever een bruto maandsalaris verdiende van € 2.341,45 bruto exclusief vakantietoeslag en andere emolumenten, zoals een variabele “standby-regeling ITSN per week” (goed voor een bedrag van een paar honderd euro). Daarnaast maakte hij gebruik van een lease-auto. Partijen zijn het niet eens over de exacte omvang van het salaris van [naam1] ten tijde van zijn sollicitatie bij Computron. Wél staat vast dat hij op dat moment in ieder geval geen € 3.400,- bruto per maand verdiende en dat Layer dat wist. Dat is echter wel het bedrag dat Layer aan Computron, voorafgaand aan het sollicitatiegesprek tussen Computron en [naam1] , heeft meegedeeld als het salaris van [naam1] op dat moment. Tijdens de mondelinge behandeling is namens Layer verklaard dat deze mededeling op een vergissing berustte en dat zij bedoeld had mee te delen dat dit bedrag een salarisindicatie was. Naar het oordeel van het hof valt niet uit de tekst van de e-mail af te leiden dat het genoemde bedrag als indicatie was bedoeld en dus heeft Computron er in beginsel op mogen vertrouwen dat het genoemde bedrag het salaris was wat [naam1] op dat moment verdiende (en niet een indicatie van wat hij wenste te gaan verdienen) en kon zij dat salaris als uitgangspunt nemen in de sollicitatieprocedure en de salarisonderhandelingen. 2.9 Op grond van het voorgaande is het hof, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat Layer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, omdat zij Computron heeft meegedeeld dat [naam1] een bruto maandsalaris van € 3.400,- verdiende, terwijl dit in werkelijkheid niet zo was. Of dit bedrag reëel was geweest indien dit bedrag door Layer als salarisindicatie was gepresenteerd, kan – anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld – in het midden blijven, omdat vaststaat dat de mededeling niet een weergave was van de feitelijke situatie en Computron daardoor – al dan niet bewust – op het verkeerde been is gezet.In zoverre slagen de grieven. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep (waarin Layer, kort gezegd, stelt dat de kantonrechter ten onrechte een bewijsopdracht heeft gegeven en dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht) treft gelet op het voorgaande geen doel. 2.10 Layer is door deze tekortkoming in beginsel verplicht de schade die Computron daardoor heeft geleden, te vergoeden. De schade die Computron stelt te hebben geleden, komt echter niet geheel voor vergoeding in aanmerking. Het hof zal hierna uitleggen waarom. Layer dient een schadevergoeding van € 864,- aan Computron te betalen 2.11 Computron stelt schade te hebben geleden doordat Layer onjuiste informatie heeft verstrekt met betrekking tot de omvang van het salaris van [naam1] , waardoor zij onnodig veel loon aan [naam1] is gaan betalen en zij van Layer een te hoge factuur heeft ontvangen. Computron heeft haar schade wat betreft het salaris van [naam1] voorlopig begroot op een bedrag van € 19.372,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.