GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.234.891 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 423624) arrest van 3 augustus 2021 in de zaak van 1 [appellant] , wonende te [woonplaats1] ,
- de erven van [appellante] , wonende te [woonplaats1] , appellanten in het principaal hoger beroep, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eisers in conventie, verweerders in reconventie, hierna: [de ondernemer] advocaat: mr. B. van Eijk, tegen de Gemeente Woerden, zetelend te Woerden, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: de gemeente, advocaat: mr. H.J. Doelman. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 6 augustus 2019 hier over. 1.2 Het verdere verloop blijkt uit: ■ het proces-verbaal van de meervoudige comparitie van partijen op 1 september 2020; ■ de antwoordakte van de gemeente. 1.3 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De motivering van de beslissing in hoger beroep 2.1 Het hof heeft ambtshalve kennis genomen van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021, C/16/503156 / HA ZA 20-335, waarin de rechtbank onder meer heeft beslist dat de gemeente geen eigenaar is geworden van een strook grond die onderdeel uitmaakte van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [Y] , nr. [nummer1] en die is gelegen tussen de [adres1] en de percelen van [de ondernemer] , maar dat Midstate v.o.f. daarvan eigenaar is gebleven (rechtsoverweging 3.11) en waarin zij Midstate heeft toegelaten te bewijzen dat zij de strook om niet in gebruik heeft gegeven aan Van Doorn (rechtsoverweging 3.14 e.v.). De rechtbank heeft verder geoordeeld dat in het geval Midstate niet slaagt in haar bewijsopdracht en dus niet vast komt te staan dat er een gebruiksovereenkomst bestond, [appellant] door verjaring eigenaar is geworden van het perceelgedeelte, maar dat hij deze aan Midstate zal moeten terugleveren omdat hij het perceelgedeelte onrechtmatig in bezit genomen heeft. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de rol zodat Midstate zich kan uitlaten of zij bewijs wenst te leveren. Het hof zal de procedure naar de rol verwijzen opdat eerst [de ondernemer] en daarna de gemeente zich bij akte kunnen uitlaten over de vraag welke consequenties het vonnis heeft voor de voortgang van deze zaak. Het hof nodigt partijen ook uit aan te geven in hoeverre de strook grond die onderwerp van geschil is tussen Midstate en de gemeente samenvalt met de percelen A en B, zoals partijen die in deze procedure hebben gedefinieerd. 2.2 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: verwijst de zaak naar de rol van 31 augustus 2021, opdat [de ondernemer] zich kunnen uitlaten over hetgeen het hof heeft overwogen in 2.
- De gemeente kan daarop reageren bij antwoordakte; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M. Schoemaker en E.H.P. Brans, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2021.