GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.245.345 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/433297) arrest van 3 augustus 2021 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht BUSINESS4BREAKFAST N.V., statutair gevestigd te Curaçao met nevenvestiging te Woudenberg, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: B4B, advocaat: mr. B. Vermue, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. F.A. Hoveijn. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1. Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 februari 2020 hier over. 1.2. Het verdere verloop blijkt uit: - de in het tussenarrest bepaalde comparitie heeft in het kader van de Covid-19-maatregelen geen doorgang gevonden; - de akte overlegging producties en uitlaten van B4B; - de antwoordakte van [geïntimeerde] . 1.3. Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2Bevoegdheid en toepasselijk recht 2.1. Door de statutaire hoofdvestigingsplaats van B4B te Curaçao heeft deze zaak een internationaal karakter. Aangezien rechtsmacht een aangelegenheid van openbare orde betreft, heeft het hof ambtshalve onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is van dit burgerlijke geschil kennis te nemen. Dat is op grond van art. 4 lid 1 van Verordening EU nr. 1215/2012 het geval, nu [geïntimeerde] woonplaats heeft in het grondgebied van de EU-lidstaat Nederland. 2.2. De volgende vraag is welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen. Nu zowel appellant als geïntimeerde uitgaat van Nederlands recht en ook de rechtbank in eerste aanleg daarvan uit is gegaan, zal het Hof daarbij aansluiten. 3De ontvankelijkheid van het hoger beroep 3.1. In hoger beroep handhaaft [geïntimeerde] zijn verweer dat B4B in haar vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu hij is gedagvaard door een niet bestaande vennootschap. B4B is immers een rechtspersoon naar het recht van Curaçao, terwijl in de inleidende dagvaarding B4B is aangeduid als een (Nederlandse) vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, gevestigd te Woudenberg, aldus [geïntimeerde] . 3.2. Het hof kan zich vinden in rechtsoverweging 3.1 in het bestreden vonnis dat het hier, kort gezegd, gaat om een kennelijke verschrijving en het voor [geïntimeerde] duidelijk en kenbaar was wie hem had gedagvaard. Gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde] door deze verschrijving onredelijk is benadeeld. Ook het hof passeert daarom dit verweer. 4De vaststaande feiten 4.1. Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten, als niet in geschil of onbetwist. 4.2. Op 16 juli 2013 hebben MIDD Projects B.V., Delaida Vastgoed N.V., Cavia Vastgoed N.V., Stichting Accaribo (hierna tezamen: MIDD c.s..), [geïntimeerde] (privé) en [naam1] (privé) in hoedanigheid van verkopers en de heer [naam2] in hoedanigheid van koper een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot percelen grond gelegen in Suriname genaamd "Koopovereenkomst onroerende zaak" (hierna: de koopovereenkomst). Op deze - te ontwikkelen - percelen zouden (luxe) woningen worden gerealiseerd. Het desbetreffende project was genaamd: 'Blauw Meer'. 4.3. Onderdeel van de koopovereenkomst was de verplichting voor de verkopers om een waarborgsom van € 600.000,00 te storten in escrow. Daarvoor is een escrow overeenkomst gesloten, tussen MIDD c.s., [naam2] en [naam3] , (voormalig) advocaat in de Verenigde Staten, als escrow agent (hierna: de escrow-overeenkomst). In de koopovereenkomst is hierover het volgende opgenomen: "Artikel 4 1. Tot zekerheid voor de nakoming van zijn verplichtingen is verkoper verplicht uiterlijk op 25 juli 2013 (of zoveel eerder of later als partijen overeenkomen) een waarborgsom te storten ten bedrage van: € 600.000, = (...) Account name: JGLJR, LLC (…)”. 4.4. De verkopers beschikten niet over de te storten waarborgsom. Daarom is dat bedrag geleend van diverse partijen waaronder B4B. B4B heeft een bedrag van € 350.000,00 uitgeleend aan MIDD c.s. In de daartoe gesloten overeenkomst van geldlening die namens MIDD c.s. alleen door [geïntimeerde] is ondertekend (hierna: de overeenkomst van geldlening), is in de considerans onder C en D en in de artikelen 1.2 en 5.1 opgenomen: “C. Op basis van de Koopovereenkomst en de Escrow Overeenkomst dienen Verkopers een bedrag ter hoogte van €600.000,-- (...) in escrow (...) te geven bij [naam3] onder de voorwaarden als bepaald in de Escrow Overeenkomst; D. Geldgever is bereid om een deel van het Escrow Bedrag aan Verkopers te lenen waarbij Verkopers het te lenen bedrag kunnen aanwenden voor de doeleinden als bepaald in de Escrow Overeenkomst; 1.2 (...) Verkopers zijn gerechtigd om de Hoofdsom aan te wenden voor de doeleinden als bepaald in de Escrow Overeenkomst. 5.1 Verkopers verbinden zich jegens Geldgever om Geldgever onverwijld schriftelijk op de hoogte te stellen van het zich voordoen van één of meer van de omstandigheden, die van invloed zijn en/of van belang kunnen zijn voor de terugbetaling van de Hoofdsom en Rente door of vanwege Verkopers.” Omstreeks 4 december 2013 is de waarborgsom van € 600.00,- bij de escrow agent ( [naam3] ) gestort. 4.5. [naam2] zou volgens art. 3 van de koopovereenkomst de koopsom in termijnen van € 600.000,-, € 1.200.000,-, € 1.800.000,- en € 2.400.000,- betalen op in de koopovereenkomst genoemde data, op een door de verkopers gekozen bankrekening en op een derdengeldrekening. Op later voorstel van [naam3] , die het vermogen van [naam2] beheerde, is afgesproken dat deze betalingen ook via hem zouden lopen, met als waarborg voor de verkopers dat voor iedere betaling ‘proof of fund’ zou worden verstrekt. In de escrow overeenkomst zijn nieuwe termijnen voor de door de koper te verrichten deelbetalingen op de koopsom afgesproken, steeds te rekenen vanaf de storting door de verkopers van de waarborgsom. Bij niet (tijdige) levering van ‘proof of fund’ van één van die betalingen zou de waarborgsom worden teruggestort aan de verkopers. Alleen voor de eerste termijnbetaling is op 6 december 2013 ‘proof of fund’ gegeven. 4.6. Op 16 december 2013 is tussen [naam2] en MIDD c.s. een ‘Promissory note’ opgemaakt, waarin staat dat in verband met de koopovereenkomst van de grond in het project Blauw Meer [naam2] een bedrag van € 938.000,-- leent aan MIDD c.s., opdat de verkopers kunnen voldoen aan hun verplichtingen uit de koopovereenkomst. Verder staat daarin, met betrekking tot de door de verkopers in escrow gestorte waarborgsom: "3. Collateral. Pursuant to the terms and conditions of the First Amendment, the parties have agreed that, for the purposes of securing the Loan Amount, the delivery of the Commitment Deposit shall be effectuated by transferring the remaining Seller Deposit from the existing escrow account held jointly by the Holder and the Borrowers (…) to a separate escrow account held by the Escrow Agent, solely in the name of the Holder. The Borrowers hereby relinquish all rights to the Commitment Deposit, and the Commitment Deposit shall be held, exclusively by the Holder. For the sake of clarity, as an authorized signatory of each of the Borrowers, the undersigned hereby acknowledges and agrees that the Holder may utilize (and thereby instruct the Escrow Agent to disburse) the Collateral, in the Holder's sole discretion consistent with the Holder's good faith, best efforts commitment to deliver each installment of the Loan Amount to the Borrowers set forth herein." 4.7. Op 28 februari 2014 is een ‘Second amendment to escrow agreement’ opgemaakt tussen [naam2] en MIDD c.s., waarin wordt verwezen naar de hiervoor aangehaalde ‘Promissory note’ en naar een ‘First amendment to escrow agreement’, eveneens gedateerd 16 december 2013. In deze ‘Second amendment to escrow agreement’ wordt, onder meer, de datum van de eerste betalingsverplichting voor [naam2] gewijzigd. 4.8. Op 26 februari 2014 is een ‘amended en restated promissory note’ opgemaakt tussen [naam2] en MIDD c.s., waarin wordt verwezen naar een ‘First amendment to escrow agreement’ van 13 december 2016 en waarin voorts afspraken worden gemaakt over de uitbetaling door [naam2] van het op grond van de ‘promissory note’ uitgeleende bedrag. 4.9. Op 7 april 2014 heeft [geïntimeerde] per e-mail aan [naam3] en [naam2] verzocht, onder andere, aan te geven waar de waarborgsom is gebleven. Diezelfde dag is daarop door [naam3] gereageerd met, voor zover relevant, het volgende: “(…) I have done nothing but conduct myself in strict accordance with the terms and conditions set forth in the relevant deal documents executed by the Purchaser and the Seller. Had the parties never executed the promissory note or the first amendment, the Seller Deposit would have remained in my escrow account, untouched. (…)”. 4.10. Op 4 mei 2014 heeft de makelaar van de verkopers, R. Kouwenhoven, een e-mailbericht gestuurd aan [geïntimeerde] met de volgende tekst: Dear Mr. [naam3] , Further to a series of conversations I had with mister [naam2] , I ask your attention for the following: Mister [naam2] has still not completed the agreed payments in our transaction, which leaves me no other option than to: 1. To cancel the loan agreement signed on December 16th 2013; on which payouts were done totaling € 208.000,=; 2. demand removal of the collateral placed under this loan agreement in the amount of € 600.000,=; 3. demand immediate repayment of deposit in the amount of € 600.000= minus € 208.000,= = € 392.000,= on account nr. ………….. Notary Alexander Paramaribo Suriname If the above points are not met within 48 hours, I will not hesitate to use any legal ways to obtain my rightfully owned funds back, including all legal costs, lost interests and further demages. Subject to all rights, I remain. [geïntimeerde] , Managing Owner Blue Lake” . 4.11. Aan de koopovereenkomst met betrekking tot de percelen grond van het project Blauw Meer is geen uitvoering gegeven. De koper heeft de door hem te verrichten betalingen niet gedaan. 5Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 5.1. In deze zaak gaat het om een overeenkomst van geldlening tussen enerzijds B4B en anderzijds MIDD c.s. Het geleende bedrag diende als (deel van een) waarborgsom voor de nakoming door de verkopers (waaronder MIDD c.s.) van hun verplichtingen uit de koopovereenkomst met betrekking tot de percelen grond in het project Blauw Meer. Volgens afspraak tussen verkopers en koper is de waarborgsom op een escrow rekening gestort. De escrow agent heeft op verzoek van [geïntimeerde] meegedeeld dat de borgsom niet meer op de escrow rekening staat en dat dat verband houdt met de uitvoering van de ‘promissory note’ en de ‘first amendment’. B4B stelt dat haar op de overeenkomst van geldlening gebaseerde vordering op MIDD c.s. mede daardoor onverhaalbaar is geworden. Zij verwijt dit [geïntimeerde] , die als indirect bestuurder van MIDD c.s. de weg daartoe zou hebben vrijgemaakt door nadere afspraken te maken met de koper, in strijd met de bepalingen in de overeenkomst van geldlening en de escrow overeenkomst. Volgens B4B is [geïntimeerde] daardoor persoonlijk aansprakelijk voor haar schade primair als (indirect) bestuurder op grond van onrechtmatig handelen, subsidiair wegens als bestuurder onbevoegd handelen. Zij vordert in dat verband een verklaring voor recht en een veroordeling tot schadevergoeding bestaande uit de hoofdsom, contractuele boetes en rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 5.2. [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. 5.3. De rechtbank heeft bij vonnis van 11 april 2018 de vorderingen van B4B afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld, omdat – kort gezegd – niet is komen vast te staan dat de vordering van B4B op MIDD c.s. onverhaalbaar is. 6De motivering van de beslissing in hoger beroep de grieven 6.1. B4B meent dat de rechtbank de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid onjuist heeft toegepast, over de boeg van de verhaalbaarheid van de vordering op MIDD c.s., met (als gevolg daarvan ook een ) te beperkte vaststelling van de feiten en schending van de regels van stelplicht en bewijslast. Ook in het oordeel van de rechtbank over de subsidiaire grondslag van de vordering – de onbevoegde vertegenwoordiging van MIDD c.s. door [geïntimeerde] – kan zij zich niet vinden. Zij meent dat het vonnis moet worden vernietigd . [geïntimeerde] kan zich – afgezien van de verwerping van zijn niet-ontvankelijkheidsverweer, waarop het hof al heeft beslist (rov. 2.2) – vinden in het vonnis van de rechtbank, al dan niet met verbetering van enkele gronden. bestuurdersaansprakelijkheid? 6.2. Het gaat in dit geschil om benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Volgens vaste jurisprudentie kan ter zake van deze benadeling naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.