Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003265-20 Uitspraak d.d.: 29 juli 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 15 september 2020 met parketnummer 16-130584-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-029294-18, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 mei 2021, 15 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, oplegging van de maatregel TBS met verpleging, de gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 38z Sr, alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R. Moghni, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 15 september 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengen vrijgesproken en ter zake van poging tot zware mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, oplegging van de maatregel TBS met bevel tot verpleging, de gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 38z Sr. Voorts heeft de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16-029294-18) afgewezen en de vordering van de benadeelde partij geheel toegewezen vermeerderd met de wettelijk rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist, behalve ten aanzien van de bewijsoverwegingen, te weten de opzet bij verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en de beslissing met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij. Het hof zal het vonnis bevestigen met aanvulling van de overwegingen met betrekking tot het bewijs en verbetering van de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij. Het hof overweegt ten aanzien van het bewijs het volgende: Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat verdachte tegen het lichaam en hoofd van het slachtoffer heeft geslagen en knietjes in het gezicht van het slachtoffer heeft gegeven. Het slachtoffer heeft ten gevolge hiervan letsel, onder meer een gebroken neus, een gebroken boven kaakbeen en een hersenschudding opgelopen. Terwijl het slachtoffer al op de grond lag en buiten bewustzijn was, is verdachte doorgegaan met slaan. Er is sprake van een voortdurende gedraging. Verdachte heeft bewust geweld uitgeoefend op het hoofd van het slachtoffer. Gelet op het letsel bij het slachtoffer is dit geweld met grote kracht toegepast. Het hof acht, evenals de rechtbank, de verklaring van verdachte, dat hij slechts een klap met de vlakke hand heeft gegeven, ongeloofwaardig. Deze verklaring van verdachte wordt weersproken door de bewijsmiddelen zoals de rechtbank die in haar vonnis heeft opgenomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een zeer kwetsbaar lichaamsdeel is. Door de gedragingen van verdachte, zoals hierboven beschreven en zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, stelt het hof vast dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijk kans dat het slachtoffer door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel kon oplopen. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans ten tijde van zijn gedragingen bewust aanvaard. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.325,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.