GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.293.155/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 134060) beschikking van 17 augustus 2021 in het hoger beroep van: [de moeder] (de moeder), woonplaats: geheim, advocaat: mr. C.C.N. Cats (in Emmen). Belanghebbende is: de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen (de jeugdbescherming), in Groningen. In zijn toetsende en/of adviserende taak is in de procedure gekend:de raad voor de kinderbescherming (de raad),regio Noord Nederland, locatie Groningen. 1Onderwerp Het gaat in deze zaak om de ondertoezichtstelling van:- [de minderjarige1] , geboren [in] 2013 ( [de minderjarige1] ), en- [de minderjarige2] , geboren [in] 2014 ( [de minderjarige2] ). 2Belangrijke informatie Alleen de moeder heeft het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Dat betekent dat de moeder belangrijke beslissingen over de kinderen kan nemen. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] staan sinds 24 januari 2018 onder toezicht van de jeugdbescherming. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd. De jeugdbescherming heeft bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling het Landelijk Expertise Team (LET) betrokken. Sinds oktober 2020 is de uitvoering van de ondertoezichtstelling volledig in handen gekomen van het LET. 3De beslissing van de kinderrechter De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft op 20 januari 2021 op verzoek van de jeugdbescherming een beslissing genomen. De kinderrechter heeft beslist dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] wordt verlengd tot 24 januari
- 4Het hoger beroep De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij is in hoger beroep gegaan. Zij vindt dat het hof het verzoek van de jeugdbescherming alsnog moet afwijzen. 5De rechtszaak bij het hof Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: - het beroepschrift van 19 april 2021 met bijlage(n); - een brief van 21 april 2021 namens de moeder met bijlage(n). De zitting bij het hof was op 29 juli
- Aanwezig waren: - de moeder (via een skype-verbinding) en haar advocaat; - [naam1] voor de jeugdbescherming. 6De redenen voor de beslissing Het hof zal een andere beslissing dan de kinderrechter nemen. Hierna zal het hof uitleggen waarom het hof een andere beslissing zal nemen dan de kinderrechter. De kinderrechter mag een kind onder toezicht stellen als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling en als de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. Het moet wel zo zijn dat de ouders de verzorging en opvoeding na een tijdje weer helemaal zelf kunnen gaan doen. Dat staat in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling verlengen. Dat mag steeds voor maximaal een jaar Dat staat in artikel 1:260 BW. De vader heeft in voorarrest gezeten van 18 maart 2021 tot 2 juli 2021 omdat hij werd verdacht van het plegen van geweld tegen de moeder en mensen uit haar omgeving. De moeder verblijft met de kinderen op een geheim adres vanwege dat geweld. Tijdens de zitting bij de rechtbank over de verlenging van de ondertoezichtstelling ontkende de vader betrokken te zijn bij dat geweld. Tijdens de zittingen bij de rechtbank en het hof in de procedure over het beëindigen van het gezag van de vader over de kinderen ontkende hij dat opnieuw. Volgens de jeugdbescherming heeft de vader bij de politie inmiddels toch bekend dat hij bij een aantal geweldsincidenten betrokken was en kan hij ook in verband worden gebracht met een aantal andere incidenten. Anders dan eerder nog het geval was, wil de jeugdbescherming daarom niet meer met de vader in gesprek gaan om te kijken naar mogelijkheden voor herstel van zijn contact met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De jeugdbescherming vindt dat de vader zich eerst maar eens psychologisch moet laten onderzoeken en met de uitkomsten van dat onderzoek aan de slag moet gaan voordat er gekeken kan worden of contactherstel mogelijk is. De jeugdbescherming vindt daarom een ondertoezichtstelling niet langer nodig. Omdat het onderzoeken van de mogelijkheid van contactherstel niet langer een doel is van de ondertoezichtstelling en het verder goed gaat met de kinderen, vindt het hof dat er geen grote zorgen meer zijn over hun ontwikkeling. Tijdens de zitting is gebleken dat de moeder en de kinderen veilig zijn sinds zij ondergedoken zijn. De kinderen ontwikkelen zich goed ondanks het feit dat zij nog steeds ondergedoken zitten en dat heel moeilijk en vervelend is voor hen. De kinderen doen het goed op school en hebben in de nieuwe omgeving snel vrienden gemaakt. Aan de problemen die zij nog ondervinden vanwege het geweld dat zij hebben meegemaakt wordt nu met hulpverlening gewerkt. De moeder werkt bovendien goed mee aan die hulpverlening en zoekt zelf hulp als dat nodig is. Voor zover er dus nog zorgen over de kinderen zijn, kan hieraan met vrijwillige hulpverlening worden gewerkt. Een ondertoezichtstelling is daarvoor niet meer nodig. Kortom, het hof komt op basis van deze nieuwe informatie tot een andere beslissing dan de kinderrechter. Het hof zal die beslissing daarom vernietigen. In plaats daarvan zal het hof het verzoek van de jeugdbescherming alsnog afwijzen. 7De beslissing Het hof: vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 20 januari 2021 waarover de moeder een beslissing heeft gevraagd; wijst de verzoeken van de jeugdbescherming tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] alsnog af. Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, J.G. Knot en L. van Dijk, in samenwerking met mr. M.J. Muller, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2021.