GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer 20/00638 uitspraakdatum: 31 augustus 2021 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het verzoek van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) om de inspecteur van de Belastingdienst/ Kantoor Amsterdam (hierna: de Inspecteur) te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende naar aanleiding van de intrekking van het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 maart 2020, nummer AWB 19/3851 1Ontstaan en loop van het geding 1.1 De Inspecteur heeft bij brief van 1 mei 2020 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 26 maart 2020, nummer AWB 19/3851 waarbij de Rechtbank de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014 en de bijbehorende beschikking belastingrente heeft vernietigd. 1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld. 1.3 Bij brief van 28 april 2021 heeft de Inspecteur het hoger beroep ingetrokken. Het Hof heeft belanghebbende daarvan op de hoogte gebracht. Bij brief van 17 mei 2021 heeft belanghebbende het Hof verzocht de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten in verband met het door hem ingediende verweer en het incidenteel hoger beroep ingetrokken. 1.4 De Inspecteur heeft, daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, op dit verzoek gereageerd. 1.5 Het Hof heeft partijen gevraagd of zij ter zitting willen worden gehoord. Partijen hebben verklaard van dat recht geen gebruik te willen maken. Het Hof heeft vervolgens bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. 2Beoordeling van het verzoek 2.1 Ingevolge artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Inspecteur in geval van intrekking van het hoger beroep door de Inspecteur, op verzoek van een partij, bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. 2.2 Belanghebbende heeft in hoger beroep gebruik gemaakt van de diensten van een professionele rechtsbijstandverlener. De gemachtigde van belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Gelet op artikel 8:118, eerste lid, van de Awb heeft belanghebbende recht op vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, na intrekking van het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep. Gelet op de bewerkelijkheid van de zaak en de gecompliceerdheid daarvan en de daarmee verband houdende werkbelasting van de gemachtigde, is naar het oordeel van het Hof in de fase van het hoger beroep sprake van een zaak die in de gewichtscategorie ‘gemiddeld’ valt, zodat toepassing van een wegingsfactor 1 in hoger beroep op haar plaats is. Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op (1 punt (verweerschrift) wegingsfactor 1 € 748), ofwel in totaal op €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.