GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.285.439 beschikking van 9 maart 2021 in de zaak van de naamloze vennootschap ASR Schadeverzekering N.V., gevestigd te Utrecht, verzoekster, hierna: ASR, advocaat: mr. W.A.M. Rupert, tegen: [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verweerder, hierna: [verweerder] , advocaat: mr. J. Bletterman. 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, met producties, ingekomen op 4 november 2020; - een brief van mr. Bletterman van 29 januari 2021 waarin hij meedeelt dat [verweerder] geen bezwaar heeft tegen het horen van de door ASR in het verzoekschrift genoemde personen en daartegen geen verweer wenst te voeren. 1.2 Partijen hebben beide afgezien van een mondelinge behandeling. 2De beoordeling 2.1 [verweerder] heeft een inboedelverzekering afgesloten bij ASR. Op 11 september 2017 heeft de verzekeringsadviseur van [verweerder] een waterschade gemeld bij ASR. [verweerder] is van mening dat ASR geen gedegen expertiserapport heeft opgesteld naar aanleiding van zijn schademelding. [verweerder] heeft daarom de diensten van “Schadecoach.com” (hierna: Schadecoach) ingeschakeld om een contra-expertiserapport op te stellen. 2.2 Namens [verweerder] heeft de heer [getuige1] van Schadecoach zich bij ASR gemeld. Daarbij heeft hij een door [verweerder] ondertekende opdrachtbevestiging/lastgeving/machtiging/cessie-akte toegezonden. Schadecoach heeft [verweerder] vervolgens bijgestaan bij het vaststellen van de omvang van de schade. ASR heeft het schadebedrag vergoed aan [verweerder] . Tussen ASR en [verweerder] bestaat echter nog geschil over de betaling van de expertisekosten van Schadecoach. [verweerder] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat ASR de kosten van Schadecoach aan hem zal vergoeden. 2.3 De kantonrechter heeft ASR in het vonnis van 12 augustus 2020 -onder meer- veroordeeld tot betaling van een groot deel van de kosten. ASR verzoekt in het kader van het hoger beroep een voorlopig getuigenverhoor te mogen houden. De hoofdzaak met het kenmerk 200.288.190 is bij dit hof aanhangig. 2.4 ASR wil door middel van het horen van de volgende getuigen vaststellen welke van de door Schadecoach gedeclareerde kosten redelijk zijn: de heer [getuige1] ; de heer [getuige2] ; de heer [getuige3] ; mevrouw [getuige4] ; de heer [getuige5] ; de heer [getuige6] ; de heer [getuige7] . 2.5 ASR stelt dat zij dit nu niet vast kan stellen, omdat zij twijfelt over de identiteit en het bestaan van verschillende personen die bij Schadecoach werkzaam (zouden) zijn. Zij heeft eerder verzocht om een deugdelijk gespecificeerde declaratie en een kopie van een identiteitsbewijs van [getuige1] . Die heeft ze niet ontvangen. Ook bevreemdt het ASR dat Schadecoach alleen per e-mail communiceert, aangeeft dat ASR niet meer direct met [verweerder] mag communiceren, geen duidelijk kantooradres heeft en betalingen wenst op een buitenlandse rekening die niet op naam van Schadecoach staat. Zij stelt dat de identiteit van de medewerker, die de werkzaamheden verricht heeft, vast moet staan. Dat is volgens ASR nodig zodat zij kan beoordelen of die persoon daadwerkelijk werkzaamheden heeft uitgevoerd en of het daarvoor in rekening gebrachte tarief redelijk is. ASR verzoekt het hof om een voorlopig getuigenverhoor toe te staan, zodat zij de vragen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.