Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001623-20 Uitspraak d.d.: 3 september 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2020 met parketnummer 18-930035-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij. De advocaat-generaal heeft gevorderd om naast het verduisterde geldbedrag van € 161.595,22, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel een bedrag van € 2.500,- aan advocaatkosten toe te wijzen. Deze vordering is niet aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. F.H. Kappelhof, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 18 maart 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van verduistering in dienstbetrekking, meermalen gepleegd, en gewoontewitwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 161.595,22, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel van de vordering heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.zij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018 te [plaats1] , gemeente [gemeente1] , en/of [gemeente2] en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten (in totaal ongeveer) 3660,69 euro en/of 112.452,12 euro en/of 27.076,05 euro en/of 6245,12 euro en/of 12.161,24 euro, zijnde in totaal (ongeveer) 161.595,22 euro, in elk geval een hoeveelheid geld/enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [naam1] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld/goed verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administratief medewerkster, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2.zij in of omstreeks de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018, in de gemeente [gemeente2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (van) een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en), (op verschillende tijdstippen in die periode) in totaal (ongeveer) - 3660,69 euro (op rekeningnummer [nummer1] op naam van [naam2] ) en/of - 112.452,12 euro (op rekeningnummer [nummer2] op naam van [naam3] ), en/of - 27.076,05 euro (op rekeningnummer [nummer3] op naam van [naam4] ) en/of - 6.245,12 euro (op rekeningnummer [nummer4] op naam van [naam4] ) en/of - 12.161,24 euro (op rekeningnummer [nummer5] op naam van [naam4] ), (in elk geval) telkens een hoeveelheid geld, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, en/of (vervolgens/tevens) (van) een of meer voorwerpen, te weten - in of omstreeks augustus 2016, een aquarium, en/of - in of omstreeks december 2016, een auto, merk Fiat Punto, kenteken [kenteken1] , en/of - in of omstreeks februari 2017, een auto, merk VW Passat, kenteken [kenteken2] , en/of - in of omstreeks april 2017, een tuinset, en/of - in of omstreeks mei 2017, een of meer bril(len), en/of - in of omstreeks mei 2017, een auto, merk Ford S-Max, kenteken [kenteken3] , en/of - in of omstreeks juni 2017, een herenkostuum, en/of - in of omstreeks juli 2017, een speeltoestel, en/of - in of omstreeks december 2017, een bankstel, in elk geval een of meer voorwerp(en), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl zij (telkens) wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.zij op verschillende tijdstippen in de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018 te [plaats1] , meermalen, telkens opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten 3660,69 euro, 112.452,12 euro, 27.076,05 euro, 6245,12 euro en 12.161,24 euro, zijnde in totaal 161.595,22 euro, toebehorende aan het bedrijf [naam1] B.V., en welk geld verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administratief medewerkster, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2.zij in de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018, in de gemeente [gemeente2] en elders in Nederland, geldbedragen, op verschillende tijdstippen in die periode in totaal - 3660,69 euro (op rekeningnummer [nummer1] op naam van [naam2] ) en - 112.452,12 euro (op rekeningnummer [nummer2] op naam van [naam3] ), en - 27.076,05 euro (op rekeningnummer [nummer3] op naam van [naam4] ) en - 6.245,12 euro (op rekeningnummer [nummer4] op naam van [naam4] ) en - 12.161,24 euro (op rekeningnummer [nummer5] op naam van [naam4] ), heeft verworven en voorhanden gehad, en voorwerpen, te weten - in augustus 2016, een aquarium, en - in december 2016, een auto, merk Fiat Punto, kenteken [kenteken1] , en - in februari 2017, een auto, merk VW Passat, kenteken [kenteken2] , en - in april 2017, een tuinset, en - in mei 2017, brillen, en - in mei 2017, een auto, merk Ford S-Max, kenteken [kenteken3] , en - in juni 2017, een herenkostuum, en - in juli 2017, een speeltoestel, en - in december 2017, een bankstel, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl zij telkens wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd. Met betrekking tot het onder 2 bewezenverklaarde overweegt het hof als volgt. Het hof acht bewezen dat verdachte € 161.595,22 heeft verduisterd in dienstbetrekking. Het geldbedrag van € 161.595,22 is onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf, zoals bedoeld in de rechtspraak van de Hoge Raad omtrent witwassen (onder andere Hoge Raad 14 april 2015, ECLI:HR:2015:950). Nu er ten aanzien van het voorhanden hebben van het geldbedrag en de met dat geldbedrag aangeschafte goederen geen sprake is van gedragingen van verdachte die ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp, kan het onder 2 bewezenverklaarde feit niet als witwassen worden gekwalificeerd. Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode - van iets meer dan twee jaar - schuldig gemaakt aan het herhaaldelijk verduisteren van geldbedragen die zij als administratief medewerker van het bedrijf [naam1] B.V. onder zich had. Het totaalbedrag betrof € 161.595,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.