GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.288.772/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 499647) arrest van 14 september 2021 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant, bij de rechtbank: eiser, hierna: [appellant], advocaat: mr. J. Brouwer, die kantoor houdt te Veenendaal, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde, bij de rechtbank: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. T.P. Boer, die kantoor houdt te Arnhem. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 25 maart 2020 en 23 september 2020 die de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, respectievelijk Lelystad, heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 22 december 2020, - het herstelexploot van 18 januari 2021, - de memorie van grieven van 23 maart 2021, - de memorie van antwoord van 1 juni 2021. 2.2 Vervolgens heeft [appellant] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 3. Waar gaat deze zaak over? 3.1 [appellant] heeft in 2011 geld geleend aan VIVID Response Matters B.V. (hierna: Vivid). In 2012 is het geleende bedrag aan [appellant] terugbetaald door De Cursusmateriaal ComputerCoach B.V. (hierna: CCC). Nadat CCC in 2016 failliet is verklaard, heeft de curator met een beroep op de zogenoemde faillissementspauliana (artikel 42 Faillissementswet) de betaling vernietigd en vervolgens in rechte het door CCC aan [appellant] betaalde bedrag als onverschuldigd betaald teruggevorderd. 3.2 Bij de rechtbank heeft [appellant] in een procedure tegen Vivid en [geïntimeerde] gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van € 12.100,- (het totaal van de lening en kredietvergoeding), € 12.060,90 (de kosten die door [appellant] zijn gemaakt in het kader van de procedure die de curator van CCC tegen hem had aangespannen), incassokosten (€ 1.027,61) en de proceskosten, waaronder de nakosten. De rechtbank heeft de vorderingen bij vonnis van 23 september 2020 afgewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld. 3.3 In hoger beroep is de procedure tegen Vivid ingetrokken, zodat het hof alleen hoeft te oordelen over de vorderingen tegen [geïntimeerde] . Het hof zal het vonnis van de rechtbank bekrachtigen. Het hof zal deze beslissing hierna motiveren, door eerst de relevante feiten te vermelden en daarna de bezwaren (‘grieven’) van [appellant] tegen de beslissing van de rechtbank te bespreken. 4 4. De relevante feiten 4.1 [appellant] heeft met Vivid een geldleningsovereenkomst gesloten. [appellant] heeft hiertoe op 20 december 2010 € 11.000,- en € 1.100,- aan de toenmalige bestuurder van Vivid overgemaakt. Dat laatste bedrag is een dag later teruggestort, waardoor een lening resteerde van € 11.000,-. 4.2 In maart 2011 heeft [appellant] een geldleningsovereenkomst gesloten met [naam1] van € 30.000,- en in augustus 2011 met CCC voor € 35.000,-. [naam1] was enig aandeelhouder en bestuurder van CCC. 4.3 Op 20 januari 2012 zijn de aandelen in Vivid overgedragen aan CCC, [geïntimeerde] en [naam2]. Zij gingen ieder een derde van de aandelen houden. Vanaf dat moment werden zij ook alle drie bestuurder. 4.4 CCC heeft in maart 2012 en juni 2012 de geleende bedragen inclusief kredietvergoeding van de drie genoemde geldleningsovereenkomsten terugbetaald aan [appellant] . 4.5. Bij vonnis van 24 maart 2016 is CCC in staat van faillissement verklaard. 4.6 In een vonnis van 16 januari 2019 is [appellant] veroordeeld tot betaling aan de curator van € 44.150,- De curator had de vernietiging van de betaling van dit bedrag door CCC aan Vivid ingeroepen. De rechtbank oordeelde dat CCC de betaling zonder rechtsgrond en daarmee onverschuldigd aan [appellant] heeft voldaan. 4.7 Vivid is ontbonden en per 1 juli 2019 uitgeschreven uit het Handelsregister. 5De motivering van de beslissing De vordering van [appellant] in hoger beroep 5..1 [appellant] wil in hoger beroep alsnog toewijzing van zijn vorderingen, zoals hiervoor genoemd (rov. 3.2). Hij voert daartoe aan dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Al de volgende omstandigheden samen leiden volgens hem tot aansprakelijkheid (grief V): - de aan Vivid verstrekte lening is niet terugbetaald (grief I), - [geïntimeerde] heeft erin berust of heeft bewerkstelligd dat CCC betaalde en niet Vivid zelf (de grieven II en III), - [geïntimeerde] is als bestuurder tekortgeschoten in zijn verplichting om tijdig jaarrekeningen te deponeren, - [geïntimeerde] heeft niets gedaan om te zorgen dat Vivid in staat was zijn schulden te voldoen, - [geïntimeerde] heeft nagelaten om zekerheden te verstrekken voor de lening, - [geïntimeerde] heeft als vereffenaar van Vivid geen faillissement aangevraagd, - [geïntimeerde] heeft ernstig verwijtbaar gehandeld omdat hij alle primaire taken van een bestuurder/vereffenaar niet heeft uitgevoerd (grief IV). Het juridisch kader 5.2 [appellant] heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met Vivid. Door vernietiging van de betaling die in 2012 door CCC was verricht, dat gebeurde op grond van artikel 42 Faillissementswet (de zogenoemde actio Pauliana), moet Vivid het geleende bedrag nog aan [appellant] voldoen. Vaststaat dat Vivid inmiddels is ontbonden en van die zijde geen betaling meer is te verwachten. Daarmee is duidelijk dat Vivid tekortschiet in de nakoming van haar verbintenis uit de geldleningsovereenkomst. Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. 5.3 Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. 5.4 In geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering kan volgens vaste rechtspraak naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.