GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.293.875 (zaaknummer rechtbank Gelderland 8411482) beschikking van 23 september 2021 inzake [verzoeker] , handelend onder de naam [naam1] Bewindvoering, kantoorhoudende te [vestigingsplaats1] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] , advocaat: mr. J. Bouter te Amsterdam, en [verweerder] , handelend onder de naam [naam2] Bewindvoering, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [naam3] (verder te noemen: [naam3] ), kantoorhoudende te [vestigingsplaats2] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: [verweerder] , advocaat: mr. E.E.M. Messink te Wijchen. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter), van 26 januari 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 april 2021, en - het verweerschrift met producties. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 1 september 2021 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat en [verweerder] en [naam3] , bijgestaan door hun advocaat. 3Het geschil De kantonrechter heeft de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam3] met ingang van 28 januari 2015 onder bewind gesteld en [verzoeker] als bewindvoerder benoemd (beschikking 27 januari 2015). De kantonrechter heeft [verzoeker] met ingang van 1 januari 2020 ontslagen als bewindvoerder en [verweerder] tot opvolgend bewindvoerder benoemd (beschikking van 13 december 2019).De kantonrechter heeft op verzoek van [verweerder] [verzoeker] als voormalig bewindvoerder veroordeeld tot betaling aan [naam3] van een schadevergoeding van € 3.043,72 (bestreden beschikking). [verzoeker] komt in hoger beroep van deze beschikking. Hij vraagt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en [naam3] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot schadevergoeding. Hij vraagt het hof verder te bepalen dat [naam3] de proceskosten van [verzoeker] bij de rechtbank en het hof aan hem moet vergoeden. 4De beoordeling maatstaf beoordeling 5.1 Een bewindvoerder is jegens de rechthebbende aansprakelijk indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 1:444 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De kantonrechter kan de schade vaststellen die de rechthebbende heeft geleden door slecht bewind van de bewindvoerder en de bewindvoerder veroordelen die schade aan de rechthebbende te vergoeden (artikel 1:445 lid 5 BW in combinatie met artikel 1:362 BW). 5.2 Is [verzoeker] in de zorg van een goed bewindvoerder (toerekenbaar) tekortgeschoten en moet hij de schade vergoeden die [naam3] daardoor heeft geleden? beroep [verzoeker] op gezag van gewijsde 5.3 [verzoeker] wijst erop dat de kantonrechter in de ontslagbeschikking van 13 december 2019 heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat [verzoeker] zich niet als een goed bewindvoerder heeft gedragen. [verzoeker] vindt dat deze beslissing ook in dit geding partijen bindt; de beschikking van 13 december 2019 is in kracht van gewijsde gegaan en heeft gezag van gewijsde (artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). 5.4 Artikel 236 lid 1 Rv bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht hebben. Die bindende kracht, in de praktijk veelal aangeduid als het ‘gezag van gewijsde’, kan worden ingeroepen als in een geding tussen dezelfde partijen eenzelfde geschilpunt wordt voorgelegd als in een eerder geding en de beslissing die in het dictum van de eerdere uitspraak is gegeven (mede) berust op een beslissing over dat geschilpunt, ongeacht of wat gevorderd wordt hetzelfde is. Heeft het andere geding (mede) betrekking op andere geschilpunten dan die waarover in het eerdere geding is beslist, dan strekt het gezag van gewijsde van de beslissing in het eerdere geding zich niet uit tot die andere geschilpunten. Het antwoord op de vraag of in het eerdere geding sprake is geweest van beslissingen aangaande een geschilpunt dat dezelfde rechtsbetrekking betreft als in het andere geding, is afhankelijk van de grondslag van de vordering of het verweer, het processuele debat en de gegeven beslissingen. Dat vergt uitleg van de in de eerdere procedure gedane uitspraak, mede in het licht van de gedingstukken waarop die uitspraak berust. 5.5 Het hof laat in het midden of de aard van de ontslagprocedure zich er al niet tegenverzet dat de daarin gegeven beslissingen bindende kracht hebben in een ander geding. In het eerdere geding tussen [verzoeker] en [naam3] (de ontslagzaak) en in dit geding (de schadevergoedingszaak) komt eenzelfde geschilpunt voor: de vraag of [verzoeker] zich als een goed bewindvoerder heeft gedragen. De kantonrechter heeft in de beschikking van 13 december 2019 daarover weliswaar een oordeel gegeven, maar de beslissing in de beschikking van 13 december 2019 berust niet mede op zijn beslissing over dat geschilpunt. De kantonrechter wijst in die beschikking het verzoek om ontslag van [verzoeker] toe. Hij doet dat niet omdat [verzoeker] geen goed bewindvoerder zou zijn, maar omdat is gebleken dat een vruchtbare samenwerking niet meer reëel is en de onderlinge verstandhouding duurzaam is ontwricht. [verzoeker] beroept zich dan ook vergeefs een beroep op de bindende kracht (het gezag van gewijsde) van die eerdere beslissing in deze zaak. Is sprake van slecht bewind? 5.6 In de jaren 2017-2019 is iedere maand op de bijstandsuitkering die [naam3] op grond van de Participatiewet ontving € 97,27 ingehouden en afgedragen aan [naam4] Gerechtsdeurwaarders. Verder is jaarlijks een bedrag afgedragen aan [naam5] Gerechtsdeurwaarders: in 2017 € 200,-, in 2018 € 750,- en in 2019 € 500,-. Het totaal van deze afdragingen is € 4.951,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.