← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:8999

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.293.722/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 248832) beschikking van 16 september 2021 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] , verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. M.J.H. Mühlstaff te Deventer, en [verweerder] , wonende te [woonplaats1] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. L.J.H.M. Achten te Zwolle. 1Het gedingen eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 22 januari 2021 met het hierboven vermeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n) van de vrouw, ingekomen op 21 april 2021; - het verweerschrift van de man; - een journaalbericht namens de vrouw van 8 juli 2021; - een journaalbericht namens de man van 8 juli 2021 met bijlage(n). 2.2 De op 15 juli 2021 geplande mondelinge behandeling is niet doorgegaan, gezien de inhoud van de hiervoor onder 2.1 vermelde journaalberichten. 3De motivering van de beslissing 3.1 De vrouw heeft het hof bij het journaalbericht van 8 juli 2021 van haar advocaat laten weten dat zij het hoger beroep wenst in te trekken. 3.2 De man heeft daarop bij journaalbericht van 8 juli 2021 zijn verzoek tot veroordeling van de vrouw in de proceskosten gehandhaafd. 3.3 Het hof maakt uit het namens de vrouw op 8 juli 2021 ingediende journaalbericht op dat de vrouw de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de vrouw niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoeken in hoger beroep. Proceskosten Het hof is met de man, van oordeel dat de vrouw in dit geval lichtvaardig hoger beroep heeft ingesteld. Door dit beroep na de indiening van het verweerschrift een week voor de zitting bij het hof in te trekken, heeft zij de man nodeloos op kosten gejaagd. Het hof ziet daarom aanleiding om de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure in hoger beroep volgens het liquidatietarief als hierna te melden. Het hof begroot de kosten aan de zijde van de man op € 338,- aan griffierecht en op € 1.114,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (tarief II in hoger beroep, één punt voor het verweerschrift). 4De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep; veroordeelt de vrouw in de proceskosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de man begroot op € 338,- aan griffierecht en € 1.114,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mrs. I.M. Dölle, O.E. Mulder en J.G. Knot, bijgestaan door mr. J.M.G. van Wijk als griffier, en is op 16 september 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.