← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:9119

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.281.318/01 CJIB-nummer : 223151247 Uitspraak d.d. : 29 september 2021 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 6 maart 2020, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 januari 2019 om 14:58 uur op de Europalaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde betwist namens de betrokkene de gedraging. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt niet dat de betrokkene als bestuurder (rijdend) geen gordel heeft gedragen.
  3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die bepaling houdt - voor zover hier van belang - in: "Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel."
  4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens.
  5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. (…) Be (hof leest: betrokkene) verklaarde ons eerst dat hij het vergeten was. Later wilde hij dit toch niet verklaren.”
  6. De verplichting tot het gebruiken van de autogordel rust ingevolge artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 op de bestuurder en de passagier.
  7. Op grond van de gegevens in het dossier kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van het besturen van het voertuig dan wel het zijn van passagier zoals artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990 eist. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof zal als volgt beslissen.
  8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.148,50 (= (1,5 x € 534,- x 0,5) + (2 x € 748,- x 0,5)).
  9. Het voorgaande leidt tot navolgende beslissing. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1148,
  10. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.