← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:9267

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000737-18 Uitspraak d.d.: 5 oktober 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2018 met parketnummer 05-720287-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 juni 2020 en 21 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.C. Vermeer, en door de raadsman van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , mr. E.J.M.J. Damen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank Gelderland heeft verdachte bij vonnis van 26 januari 2018 ter zake van openlijke geweldpleging en poging tot doodslag, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het (onder meer) tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] welk geweld bestond uit: - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [benadeelde 2] en/of inrijden op een personenauto, zijnde een [auto 2] en/of - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 3] en/of - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen de fiets van die [benadeelde 3] en/of - het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 1] en/of - het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen, althans eenmaal, inrijden op die [benadeelde 1] en/of - het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan en/of zwaaien op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [benadeelde 2] en/of - het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] en/of - het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [benadeelde 1] , terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(

  1. en)enig lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en)) op de (linker) elleboog, althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(
  2. en)en/of (een) striem(
  3. en)op de buik van die [benadeelde 2] en/of een gebroken middelvinger en/of een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(
  4. en)en/of op de arm(
  5. en)en/of de buik van die [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad; 2. primair hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, - met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen enlof gezwaaid en/of - met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen enlof gezwaaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt: 2. subsidiair hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen enlof gezwaaid en/of - met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/ofsnijdend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen enlof gezwaaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] welk geweld bestond uit: - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [benadeelde 2] en/of inrijden op een personenauto, zijnde een [auto 2] en/of - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 3] en/of - - het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen de fiets van die [benadeelde 3] en/of - het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 1] en/of - het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen, althans eenmaal, inrijden op die [benadeelde 1] en/of - het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan en/of zwaaien op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [benadeelde 2] en/of - het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] en/of - het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [benadeelde 1] , terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(
  6. en)enig lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en)) op de (linker) elleboog, althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(
  7. en)en/of (een) striem(
  8. en)op de buik van die [benadeelde 2] en/of een gebroken middelvinger en/of een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(
  9. en)en/of op de arm(
  10. en)en/of de buik van die [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad; 2. primairhij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, - met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen enlof gezwaaid en/of - met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] heeft geslagen en/of gezwaaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde levert op: de eendaadse samenloop van openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen en poging tot doodslag. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De raadsman heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het voorarrest op te leggen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte sinds 2017 een goedlopend eigen bedrijf heeft, dat zijn echtgenote en twee jonge kinderen financieel van hem afhankelijk zijn en dat hij na het bewezenverklaarde geen strafbare feiten meer heeft gepleegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich door medeverdachten laten betrekken bij een familievete, terwijl hij van tevoren wist dat de situatie uit de hand zou lopen. De familie is er niet voor teruggedeinsd om met allerlei slagwapens en de inzet van auto’s het gevecht aan te gaan met de familie [achternaam] . Verdachte heeft zich daarbij niet onbetuigd gelaten. Als hij [benadeelde 1] met de metalen schep had geraakt, was de kans op diens overlijden aanmerkelijk geweest. De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten maakt dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een forse onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof zal echter rekening houden met het volgende. Verdachte heeft op 5 februari 2018 hoger beroep tegen het (tijdig gewezen) vonnis ingesteld. Zelfs als in aanmerking wordt genomen dat nog een getuige is gehoord door de raadsheer-commissaris en dat de coronamaatregelen de behandeling hebben vertraagd, is er sprake van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij geen strafbare feiten meer heeft gepleegd sinds de vechtpartij in 2016. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich van zijn familie heeft gedistantieerd en zich uitsluitend nog op zijn eigen gezin en bedrijf richt. In het afloopbericht ‘Voortijdige positieve beëindiging’ van Reclassering Nederland van 7 juni 2021 is aangegeven dat het recidiverisico laag is en dat de situatie rond verdachte en de familie [achternaam] rustig is. Alles afwegende is het hof van oordeel dat het -mede gelet op het aanzienlijke tijdsverloop- niet meer zinvol is om verdachte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarom zal worden volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 17 dagen met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van een jaar en een taakstraf voor de duur van 240 uur. Het hof ziet in de opgelegde straf aanleiding om het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.773,29. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.131,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Beoordeling van de vorderingen De vechtpartij tussen de twee families heeft bij verschillende deelnemers letsel veroorzaakt. Daarbij kan niet voorbij worden gegaan aan de rol die de familie [achternaam] zelf in het geheel heeft gespeeld en met name in de escalatie van de ruzie. Bij het vaststellen van de schade van de benadeelde partijen dient daarom rekening te worden gehouden met enige mate van medeschuld. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat behandeling van de vorderingen daardoor een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen kunnen daarom thans niet in hun vorderingen worden ontvangen en kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 55, 63, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan; Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; Verklaart het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 287 (tweehonderdzevenentachtig) dagen; Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 270 (tweehonderdzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis; Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis; Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil; Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Aldus gewezen door mr. M.J. Vos, voorzitter, mr. D. Visser en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N.E. Versloot, griffier, en op 5 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.