GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.289.802/01 CJIB-nummer : 229155361 Uitspraak d.d. : 4 oktober 2021 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 25 januari 2021, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht en daarbij verzocht om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 20 september
- De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] . De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2019 om 17.00 uur op de Gooiseweg in Zeewolde met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde voert aan dat de betrokkene van meet af aan heeft ontkend over een puntstuk te zijn gereden. Het betreffende puntstuk, dat zich na de rotonde op de kruising van de Nijkerkerweg en de Gooische weg bevindt, is kort. Dit blijkt ook uit de afbeeldingen van Google Maps die de gemachtigde eerder in de procedure heeft bijgevoegd. De gemachtigde stelt dat de ambtenaar wel verklaart dat de betrokkene over een puntstuk zou zijn gereden, maar niet waarom in het betreffende geval sprake is van een puntstuk en waar de betrokkene precies over heen zou zijn gereden. Dat is wel van belang, aangezien het begrip ‘puntstuk’ in de wet nader wordt gedefinieerd. De gemachtigde vermoedt dat de ambtenaar ook de in het verlengde van het puntstuk liggende strepen tot het puntstuk heeft gerekend, waardoor er ten onrechte van uit is gegaan dat het puntstuk langer is. Volgens de gemachtigde geeft ook de advocaat-generaal een verkeerde uitleg aan de wettelijke definitie van het begrip puntstuk. Hij voert daartoe aan dat uit artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 blijkt dat het bij een puntstuk gaat om een meerhoekig vlak op het wegdek. Dit brengt mee dat de strepen die zich om het vlak bevinden naar de betekenis van het woord ‘meerhoekig’ geen onderdeel kunnen zijn van het puntstuk. De terminologie ‘meerhoekig vlak’ wijst er immers op dat het gaat om één vlak dat meerdere hoeken heeft. In het onderhavige geval is dat slechts het witte vlak dat op de foto’s in het dossier zichtbaar is en niet de daaromheen en in het verlengde daarvan liggende strepen. Dit wordt volgens de gemachtigde bevestigd door het feit dat voor strepen en puntstukken elk een aparte regeling is opgenomen in de wet. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Voorts is het volgens de gemachtigde, gelet op de geringe lengte van het puntstuk, niet mogelijk om direct na de rotonde over dit puntstuk te rijden, omdat die bocht niet of nauwelijks te maken is. Het is om die reden aannemelijk dat de ambtenaar zich heeft vergist.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat betrokken voertuig vanaf de Nijkerkerweg de Gooiseweg opreed. Vervolgens zag ik dat betrokken voertuig over een puntstuk naar de andere rijstrook reed en vervolgens een auto ging inhalen. Overtreden artikel: 62 jo. 77 RVV 1990 (…).”
- Door de gemachtigde en de advocaat-generaal zijn verschillende afbeeldingen van Google Maps overgelegd. Op de uitdraai van juli 2019, ingebracht door de advocaat-generaal, en de uitdraai van augustus 2020, ingebracht door de gemachtigde, is het betreffende puntstuk afgebeeld.
- Ter zitting is door de advocaat-generaal een aanvullend proces-verbaal van 15 september 2021 overgelegd, waarin de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd - zakelijk weergegeven -verklaart dat hij onder puntstuk verstaat: het witte vlak inclusief witte strepen. Verder verklaart de ambtenaar dat het voertuig met alle vier de wielen over het puntstuk is gereden.
- Bij voormeld proces-verbaal is door de ambtenaar de volgende afbeelding bijgevoegd:
- Er is sprake van een witgekleurde spits toelopende driehoek. Aan de lange zijden van deze driehoek bevinden zich, op gelijkblijvende afstand van deze zijden, convergerende witte strepen die op een afstand van de witgekleurde driehoek samenkomen. Omdat de tussenruimte tussen deze lijnen steeds smaller wordt, stopt de witte kleur van de driehoek een stuk voor dat punt.
- De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 77, eerste lid, in samenhang met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Artikel 62 van het RVV 1990 houdt in: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
- Artikel 77, eerste lid, van het RVV 1990 houdt in: “Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken.”
- Ingevolge artikel 1 van het RVV 1990 wordt onder een puntstuk verstaan: “meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen.”
- In de Nota van toelichting bij de wijziging van artikel 77, eerste lid van het RVV 1990 (Staatsblad 2008, 90) is het volgende opgenomen: “In artikel 1 RVV 1990 is een nieuw onderdeel opgenomen ter definitie van wat onder een puntstuk wordt verstaan. Het puntstuk is gedefinieerd als een meerhoekig vlak op een weggedeelte, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen. Voor deze omschrijving is gekozen, omdat deze vlakken op andere plaatsen dan bij aansluitingen of splitsingen van wegen steeds vaker worden aangetroffen en afhankelijk van de situatie ook in andere verschijningsvormen dan driehoekig worden aangebracht, zoals rechthoekig en trapeziumvormig. Het vlak is meestal wit geschilderd, maar ook andere kleuren komen voor. Ook komt het voor dat het vlak alleen door middel van belijning wordt aangegeven.”
- Het voorgaande brengt mee dat het -als puntstuk aan te merken- meerhoekig vlak op verschillende manieren kan worden weergegeven. De toelichting behelst een niet uitputtende opsomming. Het hof leidt hieruit af dat aan het begrip alleen, zoals is opgenomen in de toelichting, niet de betekenis toekomt dat een puntstuk niet kan worden gevormd door belijning als zich in het midden daarvan een wit (of anders gekleurd) vlak bevindt. Bepalend voor de omvang van het puntstuk is, naar het oordeel van het hof, hoe de situatie zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.
- Dit in aanmerking genomen heeft de ambtenaar in deze situatie op goede gronden onder puntstuk verstaan: het witte vlak inclusief de witte strepen. Het verweer van de gemachtigde, dat uitgaat van een andere uitleg van het begrip puntstuk in deze situatie, treft geen doel. De gedraging kan worden vastgesteld.
- Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786). De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.