Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004330-19 Uitspraak d.d.: 2 februari 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 2 augustus 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-705921-18 en 16-202545-18, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-253767-16, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2000, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van dat wat door verdachte en zijn raadsman, mr. M.H.H. Meulemeesters, naar voren is gebracht. Omvang van het hoger beroep Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, staat voor verdachte geen hoger beroep open tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak ter zake van het onder 8 ten laste gelegde. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing ter zake van het onder 8 ten laste gelegde. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 2 augustus 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de volgende bewezen verklaarde feiten veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 20 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, waaraan verbonden algemene en bijzondere voorwaarden en met aftrek van het voorarrest. Feit 1 – Deelneming aan een organisatie die het oogmerk heeft tot het plegen van misdrijven; Feit 2 – poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 3 – diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 4 – diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 5 – diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 6 – diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 7 – diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 9 – diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 10 subsidiair – opzetheling 16/202545-18 – wederspannigheid, terwijl het misdrijf of daarmee gepaard gaande feitelijkheden, enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft/hebben. De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken voor het ten laste gelegde onder feit 8 en feit 10 primair. Daarnaast is de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard en de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] toegewezen tot een bedrag van € 100,- en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De rechtbank heeft voorts beslissingen genomen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft: de bewijsbeslissing ter zake van het ten laste gelegde onder feit 9; de oplegging van de straf; de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] . Ten aanzien van deze onderdelen van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis in zoverre met aanvulling van de gronden, bevestigen. Het hof overweegt dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op 19 januari 2021 zijn proceshouding gewijzigd heeft en een andere verklaring heeft afgelegd dan in eerste aanleg dan wel tijdens de verhoren bij de politie. Verdachte heeft bekend dat hij betrokken is geweest bij de criminele organisatie, dat hij de inbraak bij zijn buren aan [adres 1] te Baarn heeft gepleegd en dat hij in zijn algemeenheid in de ten laste gelegde periode betrokken is geweest bij inbraken in Baarn en in de omgeving van Baarn. Het hof heeft deze verklaring van verdachte betrokken bij zijn bewijsbeslissing en in zoverre is er een aanvulling van gronden wat betreft de bewezenverklaring. Daarom dient het vonnis met aanvulling van deze gronden en met uitzondering van het hiervoor vernietigde deel te worden bevestigd. Vrijspraak feit 9 Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor het hem ten laste gelegde feit. Standpunt verdediging De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Oordeel hof Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij in de periode van 12 juli 2018 tot en met 16 juli 2018 met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft ingebroken in een woning aan de [adres 2] in Baarn en daar heeft ontvreemd verschillende goederen, te weten een Apple Imac, Apple Macbook, HP Probook 420 G2, diverse sieraden en een zonnebril. Op basis van de bewijsmiddelen is het hof van oordeel dat vastgesteld kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij deze inbraak, echter niet dat verdachte zelf als pleger in de woning heeft ingebroken. Nu enkel het plegen van de inbraak en niet het medeplegen aan verdachte ten laste is gelegd, zal het hof hem van dit feit vrijspreken. Oplegging van straf en/of maatregel Verdachte is bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 20 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren, waaraan verbonden de oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot eenzelfde straf als in eerste aanleg, met uitzondering van de oplegging van de bijzondere voorwaarden inhoudende de maatregel ITB Harde Kern en elektronisch toezicht. De raadsman van verdachte heeft het hof verzocht de straf te matigen en hierbij verwezen naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken en voorts verzocht om hiertoe over te gaan gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken en ziet daarin redenen om verdachte te veroordelen tot een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf nu met een andere strafsoort niet kan worden volstaan. Met de rechtbank overweegt het hof als volgt en neemt daarbij de navolgende overwegingen over uit voornoemd vonnis: “Verdachte heeft zich gedurende een langere periode, al dan niet samen met andere (jongvolwassen) jongens, schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere woninginbraken. Ten behoeve daarvan heeft verdachte met anderen een crimineel samenwerkingsverband gevormd. Verdachte had hierin een zeer actieve en leidende rol, in die zin dat hij in het dossier samen met [medeverdachte] het meest voorkomt als degene die het initiatief nam tot het plegen van de woninginbraken en het verdelen van de buit. Ook stuurden zij anderen aan om te gaan “scannen” (het afleggen van woningen), ergens een breekvoorwerp neer te leggen of om een takje of tandenstoker tussen de deur en het kozijn te doen om te controleren of de woning onbewoond en dus ‘veilig’ was om in te breken. Woninginbraken veroorzaken de nodige materiële schade en maken een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Het tast het gevoel van veiligheid in de eigen woning aan. De rechtbank rekent verdachte het veroorzaken van deze gevoelens aan, vooral omdat hij de woninginbraken in georganiseerd verband heeft gepleegd, waarbij voor hem en zijn mededaders enkel het geldelijk gewin voorop stond. Verdachte heeft zich verder nog schuldig gemaakt aan opzetheling en wederspannigheid met letsel tot gevolg. Wat dit laatste betreft, is de rechtbank van oordeel dat het kwalijk is dat verdachte politieagenten met lichamelijk verzet en geweld heeft belemmerd in de uitoefening van hun werk en daarmee bij één van hen letsel heeft veroorzaakt. Dergelijk handelen getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.” Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten die gelden ter zake van woninginbraken in vereniging en opzetheling, en de straffen zoals deze zijn opgelegd in soortgelijke zaken en aan medeverdachten. Op basis hiervan is een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Het hof heeft kennisgenomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie van 15 december 2020 betreffende verdachte waaruit blijkt dat hij reeds eerder veroordeeld is voor vermogensdelicten. Het hof heeft kennisgenomen van de verschillende rapportages die omtrent verdachte zijn opgemaakt. De meest recente rapportage is van de Raad voor de Kinderbescherming van 7 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.