TBS P21/0216 Beslissing d.d. 7 oktober 2021 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952, wonende op [adres] te [woonplaats] . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 12 mei
- Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: ̶ het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; ̶ de beslissing waarvan beroep; ̶ de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 14 mei 2021; ̶ de aanvullende informatie van de reclassering van 20 september
- Het hof heeft ter zitting van 23 september 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr. V. Smink. Het hof heeft ter zitting tevens gehoord [reclasseringswerker] , reclasseringswerker, en M.R. Weeda , psychiater. Overwegingen: Het advies ter zitting van deskundige [reclasseringswerker] Ter zitting heeft deskundige [reclasseringswerker] gepersisteerd bij het verlengingsadvies en de aanvullende informatie en heeft zij in aanvulling daarop het volgende naar voren gebracht. Niet duidelijk is of de maatregel heeft bijgedragen aan het niet (verder) laten oplopen van het recidiverisico. De terbeschikkinggestelde pleegde de indexdelicten tijdens een lopend toezicht. Het toezicht heeft hem er destijds niet van weerhouden zich schuldig te maken aan een nieuw strafbaar feit. Op basis van de scores op de Static/Stable (risicotaxatie-instrumenten) wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Tegelijkertijd lijkt voortzetting van het toezicht en daarmee het voortzetten van de maatregel niet effectief te zijn. De terbeschikkinggestelde wil niet praten over de indexdelicten en wil evenmin praten over zijn seksualiteit in algemene zin. De contacten met de reclassering lijken voor hem vooral spanningsverhogend te werken. Het vergroten van het toezicht dan wel het wijzigen van de voorwaarden is niet aangewezen, nu niet te verwachten is dat langs die weg de risico’s kunnen worden beperkt. Datzelfde geldt voor een eventuele behandeling bij een gespecialiseerde instelling. Het advies ter zitting van deskundige Weeda Ter zitting heeft deskundige Weeda gepersisteerd bij haar advies van 15 februari 2021 en heeft in aanvulling daarop het volgende naar voren gebracht. Er is binnen de maatregel geen sprake geweest van beïnvloeding van de kernproblematiek en het recidiverisico is onveranderd hoog gebleven. Enerzijds biedt het huidige kader een vorm van toezicht en een stok achter de deur. Anderzijds heeft het reclasseringstoezicht zeer beperkt vorm gehad en liet de terbeschikkinggestelde het toezicht ook maar zeer beperkt toe. Het inzetten op het vinden van passende dagbesteding en het opbouwen van een sociaal netwerk is, evenals bij het vorige toezicht, door de problematiek van de terbeschikkinggestelde onvoldoende van de grond gekomen en heeft derhalve geresulteerd in een ‘kaal’ toezicht door de reclassering. Of het reclasseringstoezicht daadwerkelijk leidt tot verhoging van spanning voor de terbeschikkinggestelde, is moeilijk te zeggen. Problematisch is dat er geen, althans onvoldoende, zicht is op de seksuele gevoelens, verlangens en fantasieën van de terbeschikkinggestelde. Voorts is zorgelijk te noemen dat de hij zich intensief en geruime tijd heeft bezighouden met het schrijven van een boek over pedofilie. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde De terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing waarvan beroep dient te worden vernietigd en de vordering tot verlenging dient te worden afgewezen. Hij heeft aangevoerd dat het huidige kader niets toevoegt als het gaat om het verminderen van het recidiverisico. Het contact met de reclassering gaat enkel over alledaagse zaken en werkt spanningsverhogend. De terbeschikkinggestelde heeft in dat verband aangeven dat het reclasseringscontact hem in enkele gevallen triggert als het gaat om gedachten over kinderen/jongeren. Daarnaast vormt het huidige kader geen stok achter de deur, nu hij slim genoeg is te weten dat het plegen van een nieuw strafbaar feit zal resulteren in oplegging in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Voorts is de onderbouwing van de inschatting van het recidiverisico door de onafhankelijke psychiater onvoldoende. Niet valt in te zien waarom de afwezigheid van zicht op de seksualiteit van de terbeschikkinggestelde maakt dat het risico hoog is. Het standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel is voldaan. Blijkens de stukken in het dossier is de kernproblematiek van de terbeschikkinggestelde onveranderd en wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel wordt verlengd. De terbeschikkinggestelde heeft in de afgelopen periode risicovol gedrag vertoond en gelukkig heeft het huidige kader ervoor gezorgd dat er geen recidive heeft plaatsgevonden. Dat het reclasseringstoezicht mogelijk stress- of spanningsverhogend voor de terbeschikkinggestelde werkt, dient geen rol van betekenis te spelen bij de vraag of de maatregel moet worden verlengd. De voorwaarde dat betrokkene zal meewerken aan gesprekken bij De Waag of een soortgelijke instantie (zolang de behandelaars en/of de reclassering dit noodzakelijk achten) kan komen te vervallen, nu dit is geprobeerd maar geen resultaat heeft opgeleverd. Het oordeel van het hof Bevestigen Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen. De stoornis en het hoge recidiverisico zijn onverminderd aanwezig. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel wordt verlengd. Nu het huidige toezicht in de ogen van de reclassering weinig effectief is, acht het hof het gezien het hoge recidiverisico gewenst dat de reclassering in overleg met het openbaar ministerie omziet naar een invulling van het toezicht die de effectiviteit verhoogt en het risico vermindert. In dit licht ziet het hof geen aanleiding de voorwaarde, dat betrokkene zal meewerken aan gesprekken bij De Waag of een soortgelijke instantie (zolang de behandelaars en/of de reclassering dit noodzakelijk achten), te laten vervallen. Beslissing Het hof: Bevestigt de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 12 mei 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde]. Aldus gedaan door mr. W.A. Holland als voorzitter, mr. M.E. van Wees en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren, en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden, in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen als griffier, en op 7 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.