Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004586-20 Uitspraak d.d.: 12 oktober 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 20 november 2020 met parketnummer 18-750061-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteland] op [geboortedatum ] 1993, thans verblijvende in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel. Het hoger beroep Het openbaar ministerie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De advocaat-generaal heeft te kennen gegeven geen bezwaren te hebben tegen de door de rechtbank bewezenverklaarde feiten 2 en 3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering strekt tot: bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde; veroordeling ter zake van dit feit/deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar, met aftrek van voorarrest; verbeurdverklaring van het beslag; toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 64.536,87; - toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 17.500,-; - toewijzing van de gezamenlijke vordering van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 5.150,-. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Kuster, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte bij vonnis van 20 november 2020 vrijgesproken van het onder 1 primair (moord) en 1 subsidiair (gekwalificeerde doodslag) tenlastegelegde. De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1 meer subsidiair (doodslag), 2 (diefstal) en 3 (witwassen, meermalen gepleegd) tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast zijn de onder verdachte inbeslaggenomen laptop met accessoires, een gsm en een stentring verbeurd verklaard. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] is toegewezen tot een bedrag van € 42.235,18, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is toegewezen tot een bedrag van € 17.500,- met afwijzing van het overige deel van de vordering. De gezamenlijke vordering van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] is integraal toegewezen tot een bedrag van € 5150,-. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld in de kosten van geding door de benadeelde partijen gemaakt, de toegewezen vorderingen vermeerderd met de wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen om proceseconomische redenen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1. primairhij op of omstreeks 2 juli 2019, althans in de periode van 1 juli 2019 tot en met 16 juli 2019, te [plaats] , opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg: - ( met kracht) al dan niet met een voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geslagen en/of - ( met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geschopt en/of (aldus) (hevig stomp- botsend) geweld toegepast op het hoofd van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; 1. subsidiairhij op of omstreeks 2 juli 2019, althans in de periode van 1 juli 2019 tot en met 16 juli 2019, te [plaats] , opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet: - ( met kracht) al dan niet met een voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geslagen en/of - ( met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geschopt en/of (aldus) (hevig stomp- botsend) geweld toegepast op het hoofd van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 5150,- euro) ex artikel 310 Wetboek van Strafrecht, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; 1. meer subsidiairhij op of omstreeks 2 juli 2019, althans in de periode van 1 juli 2019 tot en met 16 juli 2019, te [plaats] , opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet: - ( met kracht) al dan niet met een voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geslagen en/of - ( met kracht) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] geschopt en/of (aldus) (hevig stomp- botsend) geweld toegepast op het hoofd van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; 2.hij op of omstreeks 2 juli 2019, althans in de periode van 1 juli 2019 tot en met 16 juli 2019 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 5150,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 3.hij in of omstreeks de periode van 2 juli 2019 tot en met 16 juli 2019, te [plaats] , althans in Nederland, een (aantal) voorwerp(en), te weten: - een bril (Specsavers) en/of - een laptop (merk Acer Nitro) en/of - een mobiele telefoon (merk Sony Xperia G8142) en/of - een hoeveelheid elektronica en/of kleding en/of schoenen, de werkelijke aard, de herkomst, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; en/of een voorwerp, zijnde een geldbedrag van (ongeveer) 5.150,- euro, heeft omgezet, en/of van dat voornoemde voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Beoordeling van het bewijs De rechtbank heeft in het vonnis de feiten vastgesteld, die redengevend zijn voor het bewijs. Het hof zal deze vaststelling van de feiten, voor zover het zich daarbij aansluit, (cursief) overnemen en indien nodig, deze (niet cursief) aanvullen. De vastgestelde feiten 1. het aantreffen van het slachtoffer Op 16 juli 2019 is verbalisant [verbalissant] naar de [adres] te [plaats] gegaan, alwaar de bewoner al drie weken niet gezien zou zijn. De huismeester heeft de toegangsdeur tot perceel [huisnummer] open gedaan. Verbalisant zag dat een ruimte, kamer 1 genoemd, aan de zijde van de hal was afgesloten. De deur was voorzien van een haak en een hangslot. De deur is geopend en verbalisant zag dat tussen kamer 1 en kamer 2 een afgesloten deur zat. De huismeester heeft deze deur geopend. Verbalisant zag achter deze deur een grote stapel met kleding liggen en zag een zwarte vuilniszak waarbij het leek alsof daarin iets zat dat leek op een voet. Verbalisant heeft gevoeld aan de zak en het voelde alsof hij in een teen kneep. Hij zag aan de andere zijde wederom een vuilniszak en hij zag de contouren van een hoofd/schedel. Verbalisant concludeerde dat er een lichaam lag onder de stapel kleding. Na het veiligstellen van de kleding werd het stoffelijk overschot zichtbaar. Het betrof het lichaam van een overleden man. Het lichaam was in vergaande staat van ontbinding. Het dactyloscopisch onderzoek in het geautomatiseerde vreemdelingensysteem heeft geleid tot de persoon [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum ] te [geboorteplaats] . [slachtoffer] was de huurder en bewoner van perceel [adres] te [plaats] . 2. de doodsoorzaak Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak van de dood van het slachtoffer. Uit radiologisch onderzoek bleken schedelbreuken en aangezichtsbreuken. Links zijwaarts op het hoofd, rechts zijwaarts op het hoofd en in het aangezicht waren er meerdere huiddefecten. Tenminste drie daarvan zijn het gevolg van meervoudige inwerking van stomp botsend, mogelijk (deels) kantig geweld, zoals kan worden opgeleverd bij meermalen slaan (al dan niet met een kantige structuur) of meermalen vallen. De uitgebreide schedelbreuken geven aan dat het geweld tenminste deels zeer hevig moet zijn geweest. In algemeenheid kan worden gesteld dat dergelijke geweldsinwerking op het hoofd bij leven leidt tot ernstige hersenfunctiestoornissen, met onder andere bewustzijnsverlies en verstoring van algehele lichaamsfuncties, met het overlijden tot gevolg. Het overlijden kan hiermee goed worden verklaard. Een andere doodsoorzaak is niet gebleken. 3. het tijdstip van overlijden Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] op 18 juli 2019 werden tekenen van gevorderde postmortale verandering waargenomen die passen bij een postmortaal interval van tenminste ruim een week. Uit de telefoongegevens van getuige [getuige 1] blijkt dat [slachtoffer] via WeChat op 1 juli 2019 om 19:07 aan getuige [getuige 1] heeft gevraagd of hij voor hem soep zal maken. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] hem op 1 juli 2019 omstreeks 19.00/20.00 nog een kom soep heeft gegeven en dat hij in de ochtend van 2 juli 2019 een ruzie heeft gehoord, ongeveer tussen 07.00 en 10.00 uur. Hij hoorde het geluid van ruzie maken en vechten. Het was nogal heftig. De stem die hij hoorde was nogal agressief. De dochter van het slachtoffer heeft verklaard dat zij op het WeChat account van het slachtoffer [slachtoffer] kan inloggen en de stappenteller kan zien. Zij vertelde dat zij heeft gezien dat haar vader op 1 juli 2019 nog meer dan 10.823 stappen heeft gemaakt en op 2 juli 2019 niets meer. Na 1 juli 2019 heeft de telefoon van het slachtoffer geen stappen meer vastgelegd. Uit de historische telefoongegevens van de telefoon van het slachtoffer bleek dat op 1 juli 2019 het laatste uitgaande telefonische internetcontact werd geregistreerd, aanvangend 18:24:12 en de sessie zou beëindigd kunnen zijn om 22:45:44 uur. Nadien is er tot 3 juli 2019 22:02:44 geen data- of gespreksverkeer geregistreerd. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 1 juli 2019 een ontmoeting met [slachtoffer] had. De getuige heeft op 3 juli 2019 nog gebeld met [slachtoffer] via WeChat en een berichtje gestuurd maar hij kreeg geen reactie. 4. forensisch onderzoek in de woning Er werd forensisch onderzoek in de woning aan de [adres] verricht. Aan de linkerzijde van de centrale hal bevinden zich twee slaapkamers, kamer 3 en 4 genoemd. Vanuit de hal rechtdoor komt men door een tussendeur die kan worden afgesloten met een hangslot. Via deze deur komt men in een door kasten gecreëerd gangetje dat leidt naar de woonkamer, beiden genoemd kamer 1. Vanuit het gangetje kan men rechtsaf richting een slaapkamer, kamer 2. Deze slaapkamer kan afgesloten worden door middel van een deur. In slaapkamer 3 stonden meerdere koffers en kartonnen dozen. Op een bureau stonden twee schoonmaak sprayflessen van het merk Dubro. De twee Dubro schoonmaakflessen die op het bureau in kamer 3 stonden werden veiliggesteld en voorzien van SIN AAJG3670NL en SIN AAJG3671NL. In de slaapkamer, kamer 4, waren geen (persoonlijke) goederen aanwezig. Op de vloer van kamer 2 lag een stapel kleding met daaronder het stoffelijk overschot. Op de onderzijde van de tussendeur zagen verbalisanten bloedsporen. De kledingstukken op het lichaam werden één voor één veiliggesteld. Het betreft onder andere een roze wollen jas, aangetroffen op het lichaam van het slachtoffer, laag 3, voorzien van SIN AAJG3635NL. Bij het weghalen van kledingstukken roken verbalisanten de geur van een schoonmaakmiddel. Bij de roze jas was deze geur sterk aanwezig. Na het veiligstellen van de kleding werd het stoffelijk overschot van het slachtoffer zichtbaar. Het lichaam was gekleed in een grijs gekleurd T-shirt met de opdruk NY. Het voorpand van het T-shirt werd veiliggesteld en na het drogen voorzien van SIN AALH0169NL. Op het witte bureautje in kamer 1 zagen verbalisanten een rode stoffen handschoen liggen en zij zagen dat er op deze handschoen bloedsporen zichtbaar waren. Deze handschoen werd veiliggesteld en voorzien van SIN AAJG3632NL. Op de vloer (in kamer 2), ter hoogte van de kastlades en het bed, zagen zij een wit gordijn, waar grijs duct tape op was geplakt, op de vloerbedekking liggen. Aan de onderzijde van het gordijn, ter hoogte van de duct tape, was een grote bloedvlek zichtbaar. Verdeeld over het gordijn waren meerdere kleinere bloedvlekken zichtbaar. Het gordijn werd veiliggesteld en voorzien van SIN AAJG3658NL. 5. het onderzoek naar bloedspoorpatronen Op 18 juli 2019 werd een onderzoek naar bloedspoorpatronen uitgevoerd. Gelet op de hoogte en de kenmerken van de bloedspoorpatronen op de toegangsdeur van de woonkamer en twee kasten en de uitslag van het sectierapport, kunnen de bloedsporen passen bij het slaan en/of schoppen van het slachtoffer op zijn (bebloede) hoofd terwijl hij bijvoorbeeld geknield zat en/of op handen en knieën steunde. De verdunde bloedstroompatronen op de emmer en slaapkamerdeur passen in de hypothese dat er na het delict schoonmaakactiviteiten hebben plaatsgevonden in de woning. Gelet op de locatie en richting van de waargenomen bloedspoorpatronen onder een kast in kamer 1, op het deurkozijn, op de muur achter twee emmers en op de emmers, is er een krachtsinwerking in bloed geweest. Gelet op het voorgaande is het beeld passend dat het gebied van oorsprong aan de rechterzijde van een kast in kamer 1, voor de slaapkamerdeur, laag bij de grond is geweest. De in kamer 2 aan de binnenzijde van de toegangsdeur aangetroffen verdunde bloedspoorpatronen en bloedstroompatronen passen bij schoonmaakwerkzaamheden. Het veegspoorpatroon met lichaamsvocht is ontstaan ten tijde van het verplaatsen van het slachtoffer. Het veegspoorpatroon op twee kasten in kamer 2 is waarschijnlijk ontstaan ten gevolge van het "neergooien" van het bebloede linnengoed dat voor deze kasten werd aangetroffen. Het aantreffen van verdunde bloedsporen in de badkamer op de wastafelrand en in de wastafel past bij het wassen en/of schoonmaken van goederen, handen of schoonmaakmiddelen. Gezien het sporenbeeld kunnen verbalisanten concluderen dat de slaapkamerdeur gesloten was ten tijde van het ontstaan van deze bloedsporen. 6. DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut Er is onderzoek gedaan naar twee spuitflessen schoonmaakmiddel, een Dubro Keuken ontvetter met SIN AAJG3670NL en een Dubro Ultra ontvetter met SIN AAJG3671NL. Op de Dubro Keuken ontvetter werd het DNA-profiel van een man aangetroffen. Op de Dubro Ultra ontvetter werd een DNA-mengprofiel aangetroffen. Van de politie werd referentiemateriaal van getuige [getuige 1] en verdachte [verdachte] ontvangen. Van dit materiaal zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen en het DNA-profiel van [slachtoffer] zijn vergeleken met alle eerder binnen deze zaak verkregen DNA-profielen. Het aangetroffen DNA-profiel op de keukenontvetter kan afkomstig zijn van verdachte. De matchkans DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. Op de Dubro Ultra ontvetter is een mengprofiel aangetroffen. Het aangetroffen DNA-mengprofiel kan afkomstig zijn van verdachte en minimaal één onbekende persoon. Voor het berekenen van de bewijskracht van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van verdachte en DNA-mengprofiel AAJG3671NL#01 is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee niet aan elkaar verwante personen. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van verdachte en één willekeurige onbekende persoon. Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van twee willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel AAJG3671NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. Er is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd waarbij de samenstelling van stoffen in extracten van drie locaties op de roze jas met SIN AAJG3635NL zijn vergeleken met de samenstelling van stoffen in de aangetroffen fles Dubro keukenontvetter met SIN AAJG3671NL. De conclusie van het onderzoek wordt geformuleerd aan de hand van de volgende hypothesen: Hypothese 1: De jas [AAJG3635NL] is schoongemaakt met het schoonmaakmiddel [AAJG3671NL]. Hypothese 2: De jas [AAJG3635NL] is schoongemaakt met een willekeurig ander schoonmaakmiddel. Hierbij moet worden opgemerkt dat op grond van het onderzoek niet kan worden vastgesteld of de jas daadwerkelijk is schoongemaakt of dat er bijvoorbeeld alleen met het schoonmaakmiddel is gesproeid. Omdat ‘schoongemaakt’ in beide hypothesen voorkomt, zegt een uitspraak over de hypothesen niets over het al of niet daadwerkelijk schoonmaken, maar alleen over het eventueel gebruikte schoonmaakmiddel. De conclusie is dat de resultaten van het vergelijkend onderzoek waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is. Op de plaats delict zijn door de politie stukken van overtuiging in beslag genomen waaronder: SIN AAJG3632NL, een rode gebreide handschoen, met bloed SIN AAJG3635NL, een roze jas van wol, kamer 2 SIN AAJG3658NL, een wit katoenen gordijn, kamer 2 op de vloer met duct tape SIN AALH0169NL, een voorpand van het T-shirt van het slachtoffer. Bij het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek plaatsgevonden naar biologische sporen op door de politie overgedragen sporenmateriaal. 6.1 de handschoen De gehele binnenzijde van de handschoen is bemonsterd om het DNA te verkrijgen van degene die de handschoen heeft gedragen en dit is als AAJG3632NL#05 veiliggesteld. In deze bemonstering is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal twee personen. Het DNA kan afkomstig zijn van het slachtoffer [slachtoffer] en van verdachte. Voor de berekening van de bewijskracht is de aanname gedaan dat de bemonstering DNA bevat van twee personen die niet onderling of aan verdachte [verdachte] verwant zijn. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van verdachte en één willekeurige onbekende persoon. Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van twee willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel AAJG3632NL#05 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is. 6.2. de roze jas De buitenzijde van de jas is bemonsterd om DNA te verzamelen van degene die de jas heeft aangeraakt/gehanteerd. De bemonsteringen zijn als AAJG3635NL#01 tot en met #17 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. In de bemonstering AAJG3635NL#10 is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen. Het DNA kan afkomstig zijn van het slachtoffer [slachtoffer] en van verdachte. Voor de berekening van de bewijskracht is de aanname gedaan dat de bemonstering DNA bevat van twee personen, waaronder [slachtoffer] en dat de onbekende persoon niet aan verdachte [verdachte] of slachtoffer [slachtoffer] verwant is. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 3: De bemonstering bevat DNA van verdachte en slachtoffer [slachtoffer] . Hypothese 4: De bemonstering bevat DNA van slachtoffer [slachtoffer] en één willekeurige onbekende persoon. Het verkregen DNA-mengprofiel AAJG3635NL#10 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 3 waar is, dan wanneer hypothese 4 waar is. 6.3. het gordijn Het gordijn was omwikkeld met tape. Het gordijn en de tape zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn op het gordijn en de tape bloedsporen aangetroffen. Twee bloedsporen op het gordijn zijn bemonsterd en als AAJG3658NL#06 en #07 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. In deze bemonstering werd een DNA-profiel aangetroffen van een man. Het DNA kan afkomstig zijn van het slachtoffer [slachtoffer] . De matchkans DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. De gebieden van het gordijn naast en onder de tape waarmee het was omwikkeld, zijn bemonsterd om DNA te verzamelen van degene die het gordijn heeft aangeraakt/gehanteerd. De bemonstering van een deel naast de tape is als AAJG3658NL#03 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. In deze bemonstering werd een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal twee personen, met een afgeleid DNA-hoofdprofiel dat afkomstig kan zijn van slachtoffer [slachtoffer] en DNA-nevenkenmerken die afkomstig kunnen zijn van verdachte. Voor de berekening van de bewijskracht is de aanname gedaan dat de bemonstering DNA bevat van twee personen die niet onderling of aan verdachte verwant zijn. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 5: De bemonstering bevat DNA van verdachte en één willekeurige onbekende persoon. Hypothese 6: De bemonstering bevat DNA van twee willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel AAJG3658NL#03 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 5 waar is, dan wanneer hypothese 6 waar is. 6.4. het T-shirt De voorzijde van het T-shirt is bemonsterd om DNA te verzamelen van degene die het T-shirt heeft aangeraakt/gehanteerd. Een van de bemonsteringen is als AALH0169NL#01 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. In deze bemonstering werd een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal twee personen, met een afgeleid DNA-hoofdprofiel dat afkomstig kan zijn van slachtoffer [slachtoffer] en DNA-nevenkenmerken die afkomstig kunnen zijn van verdachte. Voor de berekening van de bewijskracht is de aanname gedaan dat de bemonstering DNA bevat van twee personen, waaronder slachtoffer [slachtoffer] , en dat de onbekende persoon in dit mengsel niet aan verdachte verwant is. Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar: Hypothese 7: De bemonstering bevat DNA van verdachte en slachtoffer [slachtoffer] . Hypothese 8: De bemonstering bevat DNA van [slachtoffer] en één willekeurige onbekende persoon. Het verkregen DNA-mengprofiel AALH0169NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 7 waar is, dan wanneer hypothese 8 waar is. 7. de bewoners van de woning van het slachtoffer, hun aanwezigheid en hun vertrek De indeling van de woning aan de [adres] was als volgt: - kamer 1 woonkamer van het slachtoffer - kamer 2 slaapkamer van het slachtoffer - kamer 3 de door getuige [getuige 1] bewoonde kamer - kamer 4 de door verdachte bewoonde kamer. [getuige 1] heeft zichzelf bij de politie gemeld en is op uitnodiging van de politie verschenen voor verhoor. heeft verklaard dat hij vanaf februari 2017 bij meneer [slachtoffer] in huis woonde. In 2019 heeft hij daar een mannelijke student als huisgenoot (naar later blijkt, verdachte). [getuige 1] heeft verklaard dat hij in de ochtend van 2 juli 2019 het geluid van ruzie maken en vechten heeft gehoord. Na dat moment heeft hij de huisbaas niet meer gezien. De volgende ochtend, 3 juli 2019, merkte hij dat de router voor de wifi weg was. Hij heeft verdachte gevraagd waar het apparaat was gebleven. Verdachte vertelde toen dat de huisbaas had gezegd dat de toestand niet geweldig was en dat de huisbaas erg nerveus was. Bovendien had de huisbaas om twee maanden huur gevraagd aan hem. Toen had verdachte gezegd: "Kan je even wachten, ik ga het zo meteen halen". De huisbaas zei toen: "Het hoeft niet meer." De huisbaas is daarop vertrokken. Dit zijn allemaal dingen die [getuige 1] gehoord heeft van verdachte. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte hem heeft aangeraden te verhuizen uit dit huis. In de vroege ochtend van 4 juli 2019 rook hij de geur van aanbranden en zag dat verdachte iets aan het verbranden was. Toen hij vroeg waarom hij dit deed, zei verdachte dat hij wilde dat er geen enkel spoor overbleef. Verdachte spoorde hem meerdere malen aan om deze plaats te verlaten en daarom besloot hij vanaf 5 juli tot het einde van de maand bij een vriend te gaan wonen. Verdachte had gezegd dat hij vanaf 6 juli zou verhuizen naar een vriend in [plaats] . Vanaf 1 of 2 juli 2019 was de hoofdingang van het woongedeelte van de huisbaas gesloten. Verdachte was vanaf eind juni tot aan het vertrek van [getuige 1] afval aan het weggooien in de avond. [getuige 1] hoorde deuren open gaan en het geluid van weggooien en iemand die naar beneden liep. Hij hoorde ook het geluid van de vuilnisbak en daarna hoorde hij hem weer terug komen. Verdachte wilde alle sporen reinigen. [getuige 1] hoorde dat hij mompelde in zichzelf: "Is er misschien een reinigingsmiddel waarmee je vingerafdrukken kon verwijderen". [getuige 1] heeft hem zien poetsen met een spuitbus. Toen [getuige 1] op 3 juli 2019 aan verdachte vroeg waar de router was gebleven zei verdachte dat [slachtoffer] de router/wifi box op 3 juli heel vroeg in de morgen had meegenomen omdat deze kapot was. In de nacht van 2 op 3 juli 2019, ongeveer 3.00 uur/04.00 uur had [getuige 1] nog via de wifibox een film gekeken en 's middags had hij geen signaal meer. Op 4 juli 2019 heeft [getuige 1] een chat naar [slachtoffer] gestuurd met de vraag wat er was gebeurd. Er kwam geen reactie. Verdachte heeft tegen [getuige 1] gezegd dat [slachtoffer] ruzie met iemand had en in paniek was weggegaan en dat hij, [getuige 1] , zo snel mogelijk moest weggaan. [getuige 1] is op 5 juli 2019 vertrokken uit de woning , aldus de verklaring van getuige [getuige 1] . Verdachte heeft verklaard dat hij een kamer huurde in de woning van meneer [slachtoffer] aan de [adres] in [plaats] . [getuige 1] en huisbaas [slachtoffer] woonden daar ook. Verdachte is tweemaal in de woonkamer van [slachtoffer] geweest en éénmaal in de slaapkamer. Verdachte heeft daar tot 6 juli 2019 gewoond. Hij had een huurachterstand van twee maanden. In de periode van 1 juli 2019 tot 6 juli 2019 heeft verdachte in de woning schoongemaakt, spullen opgeruimd en vuilnis weggegooid. Verdachte heeft op 2 juli 2020 (het hof leest: 2 juli 2019) een andere kamer geboekt en deze weer afgezegd en daarna op 2 juli 2019 een kamer in hotel [naam hotel] geboekt. Op 6 juli 2019 is hij vertrokken naar dit hotel. Bij de boeking heeft verdachte als woonadres opgegeven de [adres] in [plaats] . Dit betreft een voormalig woonadres van verdachte.Op 2 juli 2020 (het hof leest: 2 juli 2019) heeft verdachte ook contact gehad met de verhuurder van een kamer aan [adres] in [plaats] waar hij wilde gaan wonen. Hij liet daarbij weten dat hij uit [plaats] kwam. Tot die kamer vrij kwam heeft hij in hotel [naam hotel] verbleven. Daarna in een woning aan [adres]. Daar heeft hij eten laten bezorgen waarbij hij niet de naam [naam 1] maar de naam [naam 2] heeft gebruikt. 8. aankoop schoonmaakmiddelen, vuilniszakken en tape In de periode van 1 juli 2019 tot 6 juli 2019 werden door de verdachte onder meer de volgende aankopen gedaan: op 1 juli 2019 een fles Dubro Ultra ontvetter klus- en reparatietape, latex werkhandschoenen en containerzak 240 liter (vuilniszakken); op 2 juli 2019 treksluitzak, isolatietape en 6 flessen Dubro Ultra ontvetter; op 3 juli 2019 microvezeldoek; op 5 juli 2019 tweemaal SVW reiniger Spray. 9. contant geld in bezit van het slachtoffer Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 1 juli 2019 met [slachtoffer] mee ging om 500 euro te brengen naar een persoon. Dit geld had [slachtoffer] van huis meegenomen. [slachtoffer] heeft geld in huis en niet op de bank. Als hij geld op de rekening kreeg, pinde hij en haalde het geld in huis. Daar heeft [slachtoffer] over gesproken met de getuige. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij begin juni 500 euro van [slachtoffer] heeft geleend en hem dit eind juni heeft terugbetaald met een biljet van 500 euro. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zijn huurbaas [slachtoffer] 300 euro per maand betaalde, meestal contant. Tijdens de forensische en tactische doorzoeking werd geen geld aangetroffen. De politie is later met een zogenoemde geldhond in de woning van het slachtoffer op zoek gegaan naar contant geld. Er werd geld gevonden onder een kast. Er zat contant geld in 13 enveloppen, waarbij 11 enveloppen genummerd waren tot en met 12 en het nummer 11 ontbrak. 10. financiële situatie van verdachte Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf februari 2019 niet meer heeft gewerkt. Hij vroeg geld aan zijn ouders, ook in mei 2019. Verdachte had een huurachterstand bij huisbaas [slachtoffer] van 2 maanden. Verdachte heeft verklaard dat hij op 2 juli 2019 en 4 juli 2019 contant geld op zijn bankrekening heeft gestort. Hij heeft hotel [naam hotel] betaald voor de daar doorgebrachte tijd. Hij heeft de nieuwe huisbaas een voorschot betaald en bij het betrekken van de kamer aan [adres] heeft hij voor twee maanden huur betaald. Verdachte heeft op 4 juli 2019 een nieuwe bril gekocht. Verdachte heeft aankopen bij de Mediamarkt gedaan. Hij heeft begin juli 2019 een nieuwe koffer gekocht en die later teruggestuurd. Hij heeft ook een nieuwe mobiele telefoon gekocht. Verbalisant heeft gegevens ontvangen van provider Lebara waar een Sim Only abonnement was afgesloten. De simkaart is opgestuurd naar [verdachte] . In de maanden maart t/m juni van 2019 vindt een terugboeking van het afgeschreven abonnementsgeld van € 10,00 plaats. Driemaal vanwege saldotekort en éénmaal door een stornering. De bancaire gegevens van verdachte zijn opgevraagd en geanalyseerd. Op 1 juli 2019 is het saldo op de rekening € 51,28 . Op 2 juli 2019 om 14:31 is een contante geldstorting gedaan van € 2.650,00 en op 4 juli 2019 een contante geldstorting van € 2.500,00, waaronder een biljet van 500,00 euro. Op 4 juli 2020 (Het hof begrijpt 2019) bleek een aankoop van € 189,50 te zijn gedaan bij [plaats] . De bedrijfsleider vertelde dat een bril was aangekocht. In de periode van 4 juli 2019 tot en met 25 juli 2019 zijn via het bankrekeningnummer van [verdachte] meerdere aankopen gedaan bij de Media Markt in [plaats] . Volgens de verkoopbonnen betrof het op 4 juli 2019 een Sandisk sd voor € 79,97 en een Steam Wallet ter waarde van € 50,00, op 5 juli 2019 is aangeschaft een Acer Nitro 5 voor € 899,00 en op 25 juli 2019 is aangeschaft een Sony MDR-EB50ap voor € 28,99 euro. Op 8 juli 2019 heeft bij Coolblue een afschrijving plaatsgevonden van € 52,00. De klantenservice heeft verbalisant verteld dat dit een aankoop betrof van een paar oordopjes van het merk Sony, type MDR-EX650APB. Uit de bancaire gegevens van verdachte blijkt dat op 8 juli 2019 een betaling is gedaan aan hotel-café [naam hotel] van € 198,60 en op 9 juli 2019 een betaling van € 191,25. Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij op 15 juli 2019 in haar woning aan [adres] in [plaats] een nieuwe huurder heeft ontvangen. Zij heeft een foto gemaakt van een opname van zijn paspoort met de naam [verdachte] . Hij had eerder al een borgsom van € 290,00 overgemaakt en hij betaalde de getuige op 15 juli 2019 contant een bedrag van € 580,00. Na de aanhouding van verdachte op 30 juli 2019 op het adres [adres] in [plaats] werd aansluitend een doorzoeking verricht. Er lag een afhaalbericht gericht aan [verdachte] . Het pakket is overgedragen aan verbalisant en bleek afkomstig van AliExpress. Er bleek een mobiele telefoon Sony G8142/Xperia XZP en een stentring in te zitten. Op de bankafschriften van verdachte stond een betaling aan Alipay op 12 juli 2019 van € 262,32. Op 30 juli 2019 werd een doorzoeking verricht in perceel [adres] 87 te [plaats] . Onder de verdachte [verdachte] werd inbeslaggenomen een laptop Acer, oplader, muis en doos, een powerbank, een zwart/paarse usb stick, een doos met nieuwe Nike schoenen, een bril Specsavers, een spijkerbroek Levi nieuw, een T-shirt zwart nieuw, een T-shirt zwart nieuw, een overhemd zwart nieuw, een laptop merk Lenovo en een Sony Xperia gsm met 2 opladers. Op 7 augustus 2019 werd onderzoek gedaan naar de inhoud van een op 30 juli 2019 onder verdachte inbeslaggenomen koffer. In de koffer werd onder andere aangetroffen een Lenovo adapter, 4 paar zwarte sokken, nieuw in de verpakking, 2 zwarte blouses, nieuw in verpakking, 3 Levi spijkerbroeken, nieuw en nog voorzien van labels, 1 setje oordopjes, merk Sony, een snoertje en een ordner met administratie. In de ordner bevond zich een kassabon van de Media Markt betreffende een contante aankoop van € 899,00 op 5 juli 2019 van een Acer Nitro gaming notebook, een factuur en leveringsbon van 5 Levi's voor een totaalbedrag van € 249,90 en een leveringsbon van Nike met verzenddatum 18 juli 2019 met o.a. de omschrijving 3 pr black/white en 1 air Jordan. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in de periode tussen 6 juli 2019 en 25 juli 2019 een keer naar [plaats] is geweest waar hij bij de Mediamarkt oordopjes heeft gekocht. De dagkaart voor de trein kostte 40 euro. Hij heeft ook een telefoon, een Sony XZ premium, besteld via de website van AliExpress voor ongeveer € 300,00. Bewijsoverwegingen en partiële vrijspraak Feit 1 (primair moord, subsidiair gekwalificeerde doodslag, meer subsidiair doodslag) Daderschap Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer] om het leven heeft gebracht. Op grond van de hiervoor opgenomen feitenvaststelling over het tijdstip van overlijden waarin informatie naar voren komt over de laatste contact momenten met [slachtoffer] en de momenten waarop hij niet meer reageert op pogingen om contact met hem te leggen, concludeert het hof, evenals de rechtbank, dat het slachtoffer [slachtoffer] omstreeks 2 juli 2019 in zijn woning is overleden. [slachtoffer] is in zijn woonkamer, dicht bij de deur naar zijn slaapkamer, door geweld (door te slaan met een voorwerp op of tegen het hoofd) om het leven gebracht. Het lichaam van [slachtoffer] is vervolgens naar de slaapkamer (kamer 2 genoemd in het dossier) versleept. Er zijn vuilniszakken over de voeten/benen en over het hoofd dan wel de romp van [slachtoffer] getrokken. Daarna zijn er kledingstukken verspreid over het lichaam van [slachtoffer] , waarbij ook (op kledingstukken) schoonmaakmiddel is gebruikt. In de woon- en slaapkamer van [slachtoffer] is schoongemaakt, kennelijk met het doel om bloed- en/of andere sporen te wissen. De aangetroffen verdunde bloedsporen in de badkamer op de wastafelrand en in de wastafel passen bij het scenario van het wassen en/of schoonmaken van goederen of handen waar bloed op zit. Het lichaam van [slachtoffer] is vervolgens achtergelaten achter twee gesloten binnendeuren, waarbij de deur naar de hal met een hangslot is afgesloten. Evenals de rechtbank leidt het hof met name uit deze omstandigheden af dat de persoon/personen die het feit heeft/hebben begaan min of meer de vrije toegang had/hadden tot de vertrekken van het slachtoffer en dat deze persoon/personen geruime tijd in de woning bezig moet/moeten zijn geweest om het lichaam te verbergen en sporen uit te wissen. Daarom zal het hof het scenario dat wellicht een insluiper of kennis die op bezoek was het feit heeft gepleegd als onaannemelijk terzijde schuiven. Verdachte en [getuige 1] huurden allebei een kamer in de woning van het slachtoffer. In de periode van 1 tot 6 juli 2019 waren zowel verdachte als [getuige 1] aanwezig in de woning van [slachtoffer] . Op 5 juli 2019 is [getuige 1] uit de woning vertrokken. Verdachte is op 6 juli 2019 uit de woning vertrokken. Het mogelijke daderschap van verdachtes huisgenoot [getuige 1] is onderzocht. Het van [getuige 1] afgenomen DNA is vergeleken met op de plaats delict aangetroffen DNA. Evenals de rechtbank concludeert het hof dat DNA-materiaal dat wijst in de richting van [getuige 1] niet in kamer 1 of 2 is aangetroffen. De verklaring van [getuige 1] over zijn vertrek is gecontroleerd en geverifieerd. Zijn verklaring over zijn laatste contact met het slachtoffer wordt ondersteund door het chatbericht waarin [slachtoffer] aanbiedt soep te maken voor [getuige 1] . Ook zijn (onbeantwoorde) chat naar [slachtoffer] op 4 juli 2019, waarin hij vraagt wat er was gebeurd, wordt ondersteund door telefoongegevens. [getuige 1] heeft aangegeven van zins te zijn na verloop van tijd terug te keren naar zijn kamer in [plaats] . Deze verklaring sluit aan bij de omstandigheid dat [getuige 1] bij zijn vertrek uit de kamer veel persoonlijke goederen heeft achtergelaten. Het hof acht het op grond van het voorgaande hoogst onaannemelijk dat [getuige 1] degene is geweest die [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, dan wel de overige ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Gelet op het voorgaande is het hof bovendien van oordeel dat de verklaringen van [getuige 1] als betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs kunnen worden aangemerkt. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat voor het daderschap van verdachte meerdere bewijsmiddelen aanwezig zijn. In de periode dat het tenlastegelegde feit werd gepleegd, bevond verdachte zich in de woning van [slachtoffer] en had hij toegang tot diens vertrekken. Hij had ook tijd en gelegenheid om het lichaam van [slachtoffer] te verbergen en de woning schoon te maken. Verdachte heeft daadwerkelijk op 1, 2, 3 en 5 juli 2019 opmerkelijk veel schoonmaakmiddelen en vuilniszakken gekocht, heeft schoongemaakt, spullen opgeruimd en afval weggegooid. Op de plaats-delict is DNA-materiaal van verdachte aangetroffen. Het betreft materiaal op de volgende voorwerpen: de binnenzijde van een handschoen aangetroffen in de woonkamer van [slachtoffer] , met bloed van [slachtoffer] aan de buitenzijde, een roze jas die op het lichaam van [slachtoffer] lag, een gordijn dat naast het lichaam van [slachtoffer] lag met bloed van het slachtoffer erop, het T-shirt waarin het lichaam van [slachtoffer] was gekleed. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij in totaal twee keer korte tijd in de woonkamer en één keer korte tijd in de slaapkamer van [slachtoffer] is geweest. In de woonkamer kwam hij om een treinkaartje te printen. In de slaapkamer was hij geweest om te kijken of hij de luxaflex kon maken, wat niet het geval was. Het hof leidt hieruit af dat verdachte weinig persoonlijk contact had met zijn huisbaas. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de rode handschoen en de roze jas niet eerder heeft gezien. Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat de handschoen en de jas misschien in de woonkamer of de slaapkamer van het slachtoffer lagen toen hij daar was en dat hij toen misschien speeksel of zweet heeft gespetterd op deze goederen. Verdachte heeft bij de rechtbank ook verklaard dat zijn DNA mogelijk op de jas kan zijn gekomen doordat deze op een stoel heeft gehangen, waarop verdachte heeft gezeten. Tijdens de behandeling van de zaak ter zitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij denkt dat hij de handschoen mogelijk heeft gebruikt bij het pakken van opgewarmd eten uit de magnetron. Met betrekking tot het gordijn heeft verdachte bij de rechtbank verklaard dat hij dit wel eens in de wasruimte van de woning heeft zien liggen en dat hij toen misschien het gordijn op een andere plaats heeft neergelegd, waardoor er DNA op het gordijn terecht is gekomen. Ten aanzien van het T-shirt heeft verdachte bij de rechtbank verklaard dat het kan zijn dat hij eens gezien heeft dat [slachtoffer] dit T-shirt aan had en dat zijn speeksel of zweet bij die gelegenheid op het T-shirt van [slachtoffer] kan zijn gespetterd. De hierboven genoemde uitkomsten van het DNA-onderzoek passen niet bij de relatief weinig persoonlijke contacten die verdachte stelt te hebben gehad met [slachtoffer] . In het verlengde daarvan is het hof van oordeel dat de plaatsen van aantreffen van DNA als opmerkelijk zijn te kwalificeren. De bemonsterde plekken bevonden zich immers (zeer) dichtbij het aangetroffen lichaam. Het hof wijst in dit verband op de roze jas die midden in de stapel kleding lag die op het lichaam werd aangetroffen, op het gordijn dat naast het slachtoffer lag met daarop zijn bloedvlekken, en op het T-shirt dat het slachtoffer droeg toen het lichaam werd aangetroffen Het hof is van oordeel dat de combinatie van DNA-sporen daar tenminste in meer uitzonderlijke omstandigheden terecht moet zijn gekomen dan tijdens 3 incidentele bezoekmomenten. In dat licht bezien acht het hof de verklaringen van verdachte over de manier waarop zijn DNA op de voorwerpen terecht moet zijn gekomen, niet aannemelijk. Als belastend voor verdachte merkt het hof voort ook het volgende aan. Uit het dossier volgt dat in de vertrekken van het slachtoffer is schoongemaakt en dat daarbij schoonmaakmiddel is gebruikt. Verdachte heeft in de periode van 1 tot 6 juli 2019 7 flessen Dubro Ultra ontvetter, een 240 liter containerzak, klus- en reparatietape, latex werkhandschoenen, een treksluitzak, een microvezeldoek en 2 reiniger sprays gekocht. Verdachte heeft in de periode van 1 tot 6 juli 2019 in de woning schoongemaakt en ook veel afval weggegooid. Daarnaast heeft verdachte op 2 juli 2019 gezocht naar andere woonruimte, heeft hij [getuige 1] na 2 juli 2019 aangeraden om te gaan verhuizen en heeft hij zich bewust onwaar uitgelaten over waar [slachtoffer] zich op 3 juli 2019 bevond door tegen [getuige 1] te vertellen dat [slachtoffer] op 3 juli 2019 gehaast, nerveus en in paniek is vertrokken. Voorts is uit onderzoek gebleken dat verdachte vanaf 2 juli 2019 ineens beschikte over geld, in tegenstelling tot de periode daarvoor. Op 6 juli 2019 is verdachte met al zijn spullen vertrokken uit de woning. Verdachte heeft bij het hotel dat hij geboekt had een oud woonadres opgegeven en bij de verhuurder van de nieuwe kamer heeft hij verklaard dat hij uit [plaats] kwam. De hiervoor opgenomen gegevens wijzen in de richting van verdachte als zijnde betrokken bij de gewelddadige dood van [slachtoffer] . Het hof merkt ten slotte op dat er buiten deze omstandigheden en het feit dat zowel verdachte als [getuige 1] geen melding maken van de aanwezigheid van (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.