← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:9674

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.279.390/01 CJIB-nummer : 223090932 Uitspraak d.d. : 14 oktober 2021 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 24 februari 2020, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “Dubbel parkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 januari 2019 om 17:11 uur op de Kanaalweg in Veenendaal met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen sprake is geweest van dubbel parkeren in de zin van artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Uit dit artikel volgt dat daarvoor sprake moet zijn aan het parallel parkeren aan een parkeervak en daarvan was in deze zaak niet het geval. Dit volgt uit de foto’s van de gedraging en uit de verklaring van de betrokkene die aangeeft dat het voertuig geparkeerd stond over twee parkeervakken. Het voertuig stond op deze wijze geparkeerd, omdat deze vakken erg groot zijn waardoor je van het begin af aan aansluit om voor anderen ruimte te laten. Het kan dus zijn dat je hierdoor in twee vakken staat, maar je staat niemand in de weg, aldus de betrokkene.
  3. Artikel 24, derde lid, van het RVV 1990 verbiedt het dubbel parkeren van een voertuig. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd.
  4. Het hof is met de gemachtigde en de advocaat-generaal van oordeel dat uit de stukken blijkt dat er twee parkeervakken in beslag worden genomen door het voertuig van de betrokkene en dat dit niet is aan te merken als dubbel parkeren. Zoals de advocaat-terecht stelt, zijn met het handelen van de betrokkene wel de lijnen van het parkeervak overschreden. Dit volgt uit de foto’s van de gedraging en wordt door de betrokkene ook erkend. Aldus kan worden vastgesteld dat de betrokkene de gedraging “Als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze” (feitcode R 397E) heeft verricht. Nu het sanctiebedrag van deze gedraging eveneens € 95,- bedraagt en de betrokkene ook op andere wijze niet in haar belangen wordt geschaad door de wijziging in voornoemde gedraging en feitcode, zal het hof daartoe overgaan.
  5. Voor zover de betrokkene meent dat zij met haar handelen niemand heeft gehinderd, geeft dit geen aanleiding om de sanctie op nihil te stellen of om deze te matigen. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever immers niet afhankelijk gesteld van hinder.
  6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een halve punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten voor de fase van het administratief beroep tot een bedrag van € 400,50 (1,5 x € 534,- x 0,5) en tot een bedrag van € 748,- (2 x € 748,- x 0,5) voor de fase van het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep, met als totaalbedrag € 1.148,
  7. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden gewijzigd in R 397E, als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.148,
  8. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.