TBS P20/0359 Beslissing d.d. 7 oktober 2021 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, verblijvende bij [behandelplaats] . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 13 oktober
- Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: - het proces-verbaal van de zitting van dit hof van 8 april 2021; - de tussenbeslissing van het hof van 22 april 2021; - de aanvullende informatie van [behandelplaats] , van 10 juni 2021; - de wettelijke aantekeningen vanaf week 45 van 2020 tot en met week 17 van 2021; - het proces-verbaal van de zitting van dit hof van 15 juli 2021; Het hof heeft ter zitting van 23 september 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door haar raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht, en de advocaat-generaal mr. D.J. de Jong. Daarnaast is als deskundige gehoord L. Wolsink, gz-psycholoog en regiebehandelaar van de terbeschikkinggestelde. Overwegingen: De tussenbeslissing van het hof Bij tussenbeslissing van 22 april 2021 heeft het hof het onderzoek heropend, teneinde door de kliniek nader te worden geïnformeerd over de situatie ná 3 december 2020 wat betreft de voortgang van de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde en de nog te zetten stappen in het vervolgtraject. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde Het gaat goed met de terbeschikkinggestelde. Door de coronamaatregelen is er lange tijd niet veel gebeurd, maar inmiddels heeft zij weer stappen gezet. Medio mei jl. is zij overgeplaatst naar een resocialisatieafdeling met een lager beveiligingsniveau en meer vrijheden. Het verblijf op deze afdeling biedt haar meer rust. Sinds de overplaatsing is de terbeschikkinggestelde ook gestopt met medicatie. Hierdoor voelt zij zich beter. Inmiddels duurt de terbeschikkingstelling al lang en de terbeschikkinggestelde vindt dat haar meer perspectief moet worden geboden. Daarom heeft de raadsman verzocht de maatregel te verlengen met een termijn van één jaar. Het standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal handhaaft het eerder ingenomen standpunt dat de beslissing van de rechtbank moet worden bevestigd en de terbeschikkingstelling met twee jaar moet worden verlengd. De advocaat-generaal ziet in de aanvullende informatie van de kliniek en hetgeen door de deskundige op de zitting is aangegeven geen reden om daarvan af te wijken. Het oordeel van het hof Uit de aanvullende informatie van de kliniek volgt dat de terbeschikkinggestelde medio mei jl. is overgeplaatst naar een resocialisatieafdeling op het terrein van [behandelplaats] met beveiligingsniveau
- Deze overstap is nog pril. De terbeschikkinggestelde vindt het moeilijk te accepteren dat de uitbouw van vrijheden en verantwoordelijkheden stapsgewijs zal plaatsvinden. Het gaat haar niet snel genoeg en zij vindt het ook moeilijk om haar verwachtingen daarover bij te stellen. Tijdens het verblijf op de resocialisatieafdeling zal getoetst worden of de terbeschikkinggestelde met een lagere begeleidingsintensiteit en minder toezicht stabiel kan blijven functioneren. Als dit goed verloopt, kan de terbeschikkinggestelde worden uitgeplaatst naar een verblijfsvoorziening door middel van transmuraal verlof waarbij het Forensisch Resocialisatie Team (FRT) van [behandelplaats] betrokken blijft. Het FRT zorgt ervoor dat de passende begeleidingstijd goed wordt overgedragen en het risicomanagement adequaat wordt vormgegeven. Aangezien betrokkene tijdens eerder transmuraal verlof is gerecidiveerd, is het van belang dat een uitplaatsing gebeurt in het kader terbeschikkingstelling met dwangverpleging zodat er tijdig bijgestuurd of ingegrepen kan worden. Na een positieve uitplaatsing kan overwogen worden of de terbeschikkingstelling eventueel via proefverlof voorwaardelijk beëindigd kan worden. Dit traject zal nog zeker twee jaar in beslag nemen, aldus de kliniek. Bevestiging Het hof is met in achtneming van het voorgaande van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaren. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is nu niet aan de orde. Gelet op het tijdsverloop sinds de formele expiratiedatum van de terbeschikkingstelling (15 oktober 2020), die mede het gevolg is van het nadere onderzoek door het hof en ziekte van de raadsman, resteert in geval van verlenging met een termijn van een jaar nog maar een periode van negen dagen. Het hof ziet in dit geval dan ook geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Beslissing Het hof: Bevestigt de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 13 oktober 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [verdachte] . Aldus gedaan door mr. M.E. van Wees als voorzitter, mr. W.A. Holland en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren, en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Broersma als griffier, en op 7 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken. mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.