← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:9973

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000190-20 Uitspraak d.d.: 14 oktober 2021 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 3 januari 2020 met parketnummer 16-191374-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van hetgeen hem is tenlastegelegd tot een geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis. Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal onttrekking aan het verkeer gevorderd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 3 januari 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte, ter zake – kort gezegd – opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Het hof zal het vonnis bevestigen met aanvulling van de gronden in de strafmotivering, met dien verstande dat het hof thans rekening heeft gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 augustus

  1. Het hof is van oordeel dat de politierechter voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 23, 24, 24c, 36b, 36c en 63 Sr. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met aanvulling van gronden in de strafmotivering als hiervoor vermeld. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 4 ponypacks – G2467213 hash – G2467237 1 pil – G
  2. Aldus gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. L.J. Bosch, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier, en op 14 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.