Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002645-19 Uitspraak d.d.: 15 oktober 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 1 mei 2019 met parketnummer 16-652636-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] N.V. niet-ontvankelijk zal verklaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.A. Neslo, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 1 mei 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. De rechtbank heeft de benadeelde partij [benadeelde partij] N.V. niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijs- en strafbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks de periode van 15 augustus 2015 tot en met 15 september 2015 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 395 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2014 tot en met 15 september 2015 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanuit een meterkast heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektrische energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; 3.hij in omstreeks de periode van 17 oktober 2014 tot en met 15 september 2015 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk een elektriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening in een pand gelegen [adres] ) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar heeft gemaakt, een stoornis in de gang en/of in de werking van dat elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, en/of een ten opzichte van dat elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is geweest, althans daardoor verhindering en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan, immers heeft verdachte in dat pand - een illegale stroomaftakking/aansluitingen gemaakt voor/buiten de elektriciteitsmeter/zekeringskast en/of - een hennepkwekerij geïnstalleerd die in zijn geheel uit buigzame leidingen bestaat welke niet aan de veiligheidseisen voldoen. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd dat de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Zij heeft aangevoerd dat zij de verklaring van verdachte niet geloofwaardig acht, omdat verdachte pas in een laat stadium een bekennende verklaring heeft afgelegd en tevens geen verifieerbare verklaring heeft afgelegd. Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten aan het oordeel van het hof gerefereerd. Oordeel van het hof Tot en met de procedure in eerste aanleg heeft verdachte de tenlastegelegde feiten ontkend. In hoger beroep heeft hij zijn proceshouding gewijzigd en op de terechtzitting van het hof op 1 oktober 2021 heeft verdachte ten aanzien van de tenlastegelegde feiten onder 1, 2 en 3 een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep onder meer verklaard dat hij uit financiële nood in 2015 is begonnen met het telen van hennep in zijn woning aan de [adres] te [plaats] . Door een aantal mannen werd in de woning van verdachte een professionele hennepkwekerij opgezet, waarbij werd afgesproken dat verdachte 20 procent van de (tweede en navolgende) opbrengst(en) zou ontvangen en hij zijn huur- en elektriciteitskosten vergoed zou krijgen. Verdachte heeft verklaard dat hij de temperatuurmeters in de kweekruimtes controleerde, meetgegevens doorgaf en soms de meters resette. De mannen kwamen naar zijn woning om de hennepplanten te verzorgen. Na de eerste oogst, waarvan de opbrengst niet voldoende was om de kosten van het opzetten van de kwekerij te dekken, werd de hennepkwekerij door de politie opgerold. Verdachte heeft verklaard dat hij in die periode alleen een vergoeding voor zijn huur- en elektriciteitskosten van de mannen heeft ontvangen. Anders dan de advocaat-generaal, ziet het hof, gelet op de inhoud van de verklaring van verdachte en de omstandigheden waaronder hij tot deze verklaring ter terechtzitting in hoger beroep is gekomen, geen aanleiding om aan te nemen dat de verklaring van verdachte niet klopt. Behalve dat de aangetroffen hennepkwekerij professioneel opgezet was, wordt de verklaring van verdachte aangaande de betrokkenheid van anderen naar het oordeel van het hof ook ondersteund door de getuigenverklaring van één van de buren van verdachte aan de [adres] , waaruit blijkt dat er geregeld mensen bij verdachte over de vloer kwamen en er mannen met grote sporttassen werden gezien. Nu verdachte ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd, kan, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 1 oktober 2021; Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2015, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier Politie Midden-Nederland met nummer 2015280029 d.d. 7 januari 2016; Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 15 september 2015, met bijlagen, opgenomen op pagina 12 e.v. van het dossier Politie Midden-Nederland met nummer 2015280029 d.d. 7 januari 2016; Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] N.V. d.d. 25 september 2015, opgenomen op pagina 60 e.v. van het dossier Politie Midden-Nederland met nummer 2015280029 d.d. 7 januari 2016; Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal buurtonderzoek d.d. 15 september 2015, opgenomen op pagina 79 e.v. van het dossier Politie Midden-Nederland met nummer 2015280029 d.d. 7 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.