Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005233-19 Uitspraak d.d.: 15 oktober 2021 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2019 met parketnummer 16-008081-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft voorts geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij1] en [benadeelde partij2] , bestaande uit € 1.500,- respectievelijk € 1.799,20 aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De proceskosten dienen te worden begroot op nihil. De advocaat-generaal heeft gerekwireerd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.400,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van gevorderde immateriële kosten dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. De proceskosten dienen te worden begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] B.V. dient naar het oordeel van de advocaat-generaal te worden toegewezen tot een bedrag van € 6.050,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de (resterende) immateriële schade van € 150,- dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. De proceskosten zijn begroot op nihil. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van € 1.750,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en tot toewijzing van € 154,- aan proceskosten. De overige gevorderde materiële schade dient te worden afgewezen, evenals de gevorderde reiskosten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 25 september 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5] toegewezen tot een bedrag van € 1.400,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van gevorderde immateriële kosten is de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten zijn begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] is volledig toegewezen tot een bedrag van € 1.500,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De proceskosten zijn begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] is toegewezen tot een bedrag van € 1.750,-, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De proceskosten zijn begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] is volledig toegewezen tot een bedrag van € 1.799,20 aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De proceskosten zijn begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] B.V. is toegewezen tot een bedrag van € 6.050,- aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de (resterende) immateriële schade van € 150,- is de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten zijn begroot op nihil. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] . Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] De benadeelde partij [benadeelde partij4] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 2.573,70, bestaande uit € 2.377,70 aan materiële schade en € 196,- aan proceskosten. De vordering is door de benadeelde partij ter terechtzitting in eerste aanleg gematigd tot een bedrag van € 2.045,20 aan materiële schade, en € 196,- aan proceskosten. De bij de rechtbank gevorderde materiële schade bestond uit de volgende kostenposten: Aanschafwaarde van de laptop Macbook Pro € 1.696,20 AppleCare verzekering € 349,00 De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.750,-. De proceskosten zijn door de rechtbank begroot op nihil. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van € 2.045,20 aan materiële schade. Tevens heeft de benadeelde partij een matiging van de proceskosten gevorderd, te weten € 154,-, en vergoeding gevorderd van de door de benadeelde partij in hoger beroep gemaakte reiskosten, inhoudende € 54,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.