GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.302.453/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 8076667) arrest van 29 november 2022 in de zaak van 1 [appellant] , wonende te [woonplaats1] , 2. [appellante] , wonende te [woonplaats1] , appellanten in het principaal hoger beroep, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, bij de rechtbank: eisers, hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten], advocaat: mr. A.M. Takkenberg, die kantoor houdt te Zwolle, tegen 1 [geïntimeerde1] V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats] , en haar vennoten, 2. [geïntimeerde2] , wonende te [woonplaats2] , 3. [geïntimeerde3] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appellanten in het incidenteel hoger beroep, bij de rechtbank: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. A.J. Welvering, die kantoor houdt te Leek. Het verdere verloop van de procedure bij het hof Naar aanleiding van het arrest van 16 augustus 2022 heeft op 1 november 2022 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. De kern van de zaak 1. Het gaat in deze zaak om de vraag of [geïntimeerde1] en haar vennoten schade van [appellanten] moeten vergoeden omdat zij een tegelvloer hebben aangebracht op een vinyl ondervloer die daarvoor niet geschikt zou zijn. Dat geschil heeft de volgende achtergrond. 2. [appellanten] hebben [geïntimeerde1] opdracht verstrekt tot het verbouwen van de woning aan de [adres] in [plaats1] . Eén van de werkzaamheden betrof de vervanging van de bestaande vloer van de benedenverdieping door een vloer met keramische tegels en vloerverwarming. [geïntimeerde1] heeft voor deze werkzaamheden een onderaannemer ingeschakeld. De gebeurtenissen die daarna plaatsvonden, laten zich indelen in 4 periodes: - Periode 1: problemen met de voegen van de tegelvloer en afspraken daarover (medio mei 2016 – mei 2018) 3. Het werk is medio mei 2016 opgeleverd. Enige tijd daarna ontstonden scheuren in de voegen tussen de tegels en lieten de voegen ook los. [geïntimeerde1] heeft daarna vergeefs een herstelpoging uitgevoerd. Daarop hebben [appellanten] deskundige [de deskundige1] (technisch commercieel adviseur bij Mapei Nederland B.V.) voor een inspectie ingeschakeld. [de deskundige1] heeft een aantal vloertegels verwijderd en heeft geconstateerd dat de tegels met een zeer minimale voeg verwerkt waren en dat er veel spanning in de vloer zat. Ook viel hem op dat de tegels met dotverlijming waren geplaatst, waardoor te weinig contactverlijming plaatsvond. Hij adviseerde de vloertegels en de losse lijmresten te verwijderen, voor te strijken en te egaliseren, en daarna de tegels opnieuw te verlijmen en in te voegen. Hij adviseerde ook onderzoek door een bouwkundig adviesbureau naar de constructieve toestand van de vloer. [de deskundige1] maakte toen nog geen melding van problemen met de ondergrond (de vinyl vloer). 4. Op 30 augustus 2017 is de vloer door de heer [naam1] van Vloertechnisch Adviesbureau A. van der Bruggen onderzocht. Op 1 september 2017 rapporteerde ook hij dat de vloer niet volgens goed vakmanschap was gelegd: over de gehele vloer waren de tegels maar gedeeltelijk verlijmd door de vloer met een grove lijmkam van lijm te voorzien en de tegels in de lijm te drukken door middel van het aanbrengen van circa 8 dotten lijm per tegel. Hierbij is het getande lijmbed voor het grootste deel niet in aanraking gekomen met de tegels. Het effect hiervan was dat de meeste tegels alleen waren verlijmd door middel van de aangebrachte lijmdotten. Keramische tegels dienen echter vol in de lijm te worden gedrukt, zodat de tegels op alle plekken het lijmbed raken. De gebreken deden zich volgens [naam1] in de gehele vloer en in alle vertrekken voor. Het zou niet voldoende zijn om de vloer enkel opnieuw te verlijmen en te voegen. De tegels opnieuw verlijmen ging niet, omdat ze niet heel waren te verwijderen. Het alleen opnieuw voegen van de voegen die gebroken zijn, zou de oorzaak van de gebreken niet opheffen. Het was, aldus [naam1] , voor herstel noodzakelijk de gehele vloer eruit te slopen, de werkvloer schoon te schrapen, de vloer opnieuw in zijn geheel te egaliseren en nieuwe tegels volgens goed vakmanschap aan te brengen en te voegen. 5. Op 1 oktober 2017 hebben [appellanten] [geïntimeerden] laten weten hiervoor een duurdere tegel te willen gebruiken en zelf het verschil in de kosten voor de tegels bij te leggen. Zij hebben [geïntimeerden] voorgesteld om het bedrijf dat de tegels levert de vervanging van de vloer te laten uitvoeren: “Voordeel voor jullie is dat jullie betreffende de vloer overal vanaf zijn.” Met dat voorstel zijn [geïntimeerden] op 18 oktober 2017 akkoord gegaan. [geïntimeerden] c.s. hebben conform de gemaakte afspraak de factuur van de tegelleverancier betaald (€ 5.686,40), verminderd met de meerkosten van de duurdere tegels die [appellanten] hadden aangeschaft. Met de uitvoering van dit plan is tot het voorjaar 2018 gewacht, omdat de vloerverwarming tijdens het uitharden van de tegellijm niet aan mag staan. - Periode 2: twijfels over de geschiktheid van de vinyl vloer (mei 2018) 6. De door [appellanten] ingeschakelde tegelleverancier (Tegelhome) betwijfelde of de ondervloer (ook wel: de bouwvloer of cement druklaag genoemd) geschikt was voor het aanbrengen van nieuwe tegels. Tegelhome heeft daarop besloten zijn werkzaamheden te staken en eerst onderzoek naar de constructie en opbouw van de vloer af te wachten. Op 9 mei 2018 is de al genoemde [de deskundige1] op verzoek van [appellanten] opnieuw naar de vloer komen kijken. Hij heeft toen laten weten dat de egaline op meerdere plekken losliet van de vinyl vloer en merkte op dat dit geen goede basis was voor de nieuwe tegelvloer. Hij adviseerde die lagen te verwijderen. Daarna heeft [naam1] nader onderzoek verricht. Op 27 mei 2018 constateerde hij dat de leidingen van de vloerverwarming door het vinyl in de betonvloer waren gefreesd en dat [geïntimeerden] bij het aanbrengen van de tegels de oude vinyl vloerbedekking niet hadden verwijderd. Deze vloerbedekking was voorzien van een primer en er was een egalisatielaag op aangebracht waarop de tegelvloer was gelegd. Bij het slopen van de tegelvloer is volgens [naam1] zichtbaar geworden dat in de woonkamer en keuken de vinyl vloerbedekking nog onder de egaline lag. 7. De keuze om het vinyl onder een nieuw aan te brengen keramische tegelvloer te laten liggen, is naar zeggen van [naam1] vakinhoudelijk een onjuiste keuze. Het is naar zijn mening te allen tijde noodzakelijk om oude vloerbedekking en lijmresten volledig te verwijderen alvorens een nieuwe keramische tegelvloer aan te brengen. [naam1] ging er daarbij vanuit dat het vinyl asbest bevatte: “Bij de hier aanwezige oude vloerbevlekking dient, met de huidige kennis over de gevaren van asbesthoudende vloerbedekking te worden geadviseerd de vloerbedekking te laten verwijderen voor er überhaupt nieuwe vloerafwerking kan worden gelegd.” Als bij het verwijderen van de vinyl vloerbevlekking de leidingen en de vloerverwarming beschadigen, moeten deze worden vervangen, aldus [naam1] . - periode 3: de verwijdering van de vinyl vloer (juni 2018 – oktober 2018) 8. Op 4 juni 2018 heeft de voormalige gemachtigde van [appellanten] [geïntimeerden] van de conclusies van [naam1] op de hoogte gebracht en zijn [geïntimeerden] aansprakelijk gesteld voor de door [appellanten] geleden en nog te lijden schade. De kosten voor het verwijderen van de asbesthoudende vinyl vloerbedekking werden in deze brief begroot op € 17.000: “Aangezien het verwijderen van asbest door een gespecialiseerd bedrijf moet worden uitgevoerd, en uw bedrijf hierin zich niet heeft gespecialiseerd, maken cliënten ook op dit punt aanspraak op derdenherstel ex artikel 6:87 BW”. De vinyl vloer is hierna in oktober 2018 op kosten van [appellanten] door een asbestsaneringsbedrijf verwijderd. Daarbij zijn de ondervloer en de verwarming beschadigd geraakt. 9. Op 12 oktober 2018 heeft [de deskundige1] aan [appellanten] laten weten dat de afwerkvloer veel scheuren vertoonde en hoogstwaarschijnlijk op een groot aantal plekken los lag. Daarnaast trilde en veerde de vloer bij belasting (lopen), waardoor deze niet geschikt was voor het aanbrengen van tegelwerk. Kort daarna, op 23 oktober 2018, heeft de deskundige van Vloertechnisch Adviesbureau A. van der Bruggen aan [appellanten] laten weten dat het ook niet mogelijk is een nieuwe vloerverwarming te frezen, omdat de bouwvloer te veel was gescheurd en beschadigd door het uithakken van de lijm en de egaline en het verwijderen van de vloerbedekking. Een van de oplossingen die hij bij die stand van zaken adviseerde, was het aanbrengen van een laminaatvloer na het egaliseren van de gescheurde bouwvloer en de leidingen met een vezel versterkte egaline. In dat geval zou moeten worden gekozen voor een normale verwarming met radiatoren. [appellanten] hebben voor die optie gekozen. - periode 4: latere ontwikkelingen 10. In 2019 is de woning verkocht en geleverd aan een derde. 11. Op 3 juni 2019 heeft de gemachtigde van [appellanten] [geïntimeerden] opnieuw aansprakelijk gesteld. In deze brief zijn ook de buitengerechtelijke kosten aangezegd. Omdat partijen hun geschil niet onderling konden oplossen, hebben [appellanten] hierna bij de kantonrechter een verklaring ‘voor recht’ gevorderd dat [geïntimeerden] jegens hen is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, met veroordeling van deze partijen tot betaling van € 20.183,09 aan schadevergoeding en € 875 aan buitengerechtelijke incassokosten – een en ander te vermeerderen met wettelijke rente. 12. De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellanten] is dat hun vorderingen alsnog worden toegewezen. [geïntimeerden] hebben ook bezwaren aangetekend tegen enkele overwegingen van de kantonrechter, maar die hebben niet de strekking dat enige uitspraak zou moeten worden vernietigd; deze bezwaren komen erop neer dat zij hun verweer handhaven. Het hof zal daar nog op ingaan. Het oordeel van het hof Inleiding 13. Het hof zal de bezwaren van [appellanten] en die van [geïntimeerden] (voor zover nodig) thematisch behandelen. De conclusie zal zijn dat de bestreden uitspraak in stand blijft. De overwegingen van de kantonrechter in het kort 14. Naar het oordeel van de kantonrechter twisten partijen over het antwoord op de vraag (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.