GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.300.413/01 CJIB-nummer : 233956244 Uitspraak d.d. : 30 november 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 3 augustus 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2020 om 14:15 uur op de Waalkade in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat is gehandeld in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader). Op de foto van de gedraging is de bebording niet zichtbaar. Het Beleidskader stelt de eis dat in dat geval minimaal maandelijks een schouw moet worden uitgevoerd. Niet gebleken is dat dit in het onderhavige geval is gebeurd. Het dossier bevat namelijk slechts één schouwrapport.
- Uit het dossier blijkt dat in dit geval sprake is van handhaving met een camerasysteem, zodat het Beleidskader van toepassing is. Op de foto waarmee de verweten gedraging is vastgelegd is geen bebording te zien. Het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto kan slechts worden ondervangen op een wijze als in het Beleidskader beschreven, te weten door middel van een omgevingsschouw die (minimaal) maandelijks plaatsvindt (vgl. het arrest van het hof van 1 september 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:7566).
- In het dossier bevindt zich een proces-verbaal d.d. 26 juni 2020, waarin de ambtenaar zakelijk weergegeven en voor zover relevant verklaart dat op 1 mei 2020 ter plaatse is gestart met de camerahandhaving, dat toen is vastgesteld dat alles werkzaam en aanwezig was en dat op 4 juni 2020 voor de eerste keer een schouw is uitgevoerd. Als bijlage is een schouwrapport bijgevoegd, waarin staat dat op 4 juni 2020 is geconstateerd dat de bebording op de betreffende locatie deugdelijk aanwezig was.
- Het hof begrijpt de verklaring van de ambtenaar aldus dat bij de start van de camerahandhaving op 1 mei 2020 niet alleen is vastgesteld dat het camerasysteem goed werkte, maar ook dat de bebording deugdelijk aanwezig was. Nu op zowel 1 mei 2020 als 4 juni 2020 is geconstateerd dat de bebording ter plaatse deugdelijk aanwezig was, is het hof van oordeel dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto voldoende is ondervangen. De grond van de gemachtigde treft dan ook geen doel.
- Nu de aangevoerde grond geen doel treft, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.