GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummers gerechtshof 200.298.740/01 en 200.299.173/01 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland NL19.4707 en 475200) arrest van 6 december 2022 in de zaak met nummer 200.298.740/01 van 1 [appellant1] , wonende te [woonplaats1] , hierna: [appellant1],
(0102887)Geachte collega, Uw mail van 28 april jl. is uitgebreid met cliënten besproken. Op uw punten kom ik hierbij terug. a. verzekering pand In het overleg bij notaris Boer heeft deze -om de impasse te doorbreken- voorgesteld de SNS zekerheid te laten geven over deugdelijke verzekering van pand. Ik begrijp uit uw mail dat de SNS dit niet doet. [naam6] zal nu een verzekeringsagent langs laten komen, waarna na inspectie een verzekering kan worden afgesloten. Gezien het grote belang dat mijn cliënten, zoals u bekend, hechten aan het deugdelijk verzekerd zijn van het pand (waarvan zij voor de helft eigenaar zijn) is dit veel te vrijblijvend en niet acceptabel. Deze kwestie speelt al langere tijd. Voor cliënte is niet acceptabel dit te schrappen uit de VSO, waarbij ik uw stellingname niet deel. Het is van tweeën één: 1. of [naam6] regelt en bevestigt direct de deugdelijke verzekering namens Sr onder afgifte polisblad. 2. Of cliënten worden in de gelegenheid gesteld verzekering af te sluiten (waarbij dan zo nodig aan deskundige tussenpersoon onvoorwaardelijk toegang wordt verleend); Indien dit punt niet op zeer korte termijn wordt geregeld, dan vrees dat partijen langdurig in de onverdeeldheid zullen blijven in die zin dat we dan niet tot overeenstemming van de VSO gaan komen. b. Lijst met spullen Akkoord, spullen kunnen worden afgegeven bij notaris de Boer, deze heeft dat zelf aangeboden. c Grafrechten Prima d. Huurovereenkomsten Ie alinea, akkoord. 2e en 3e alinea: Zoals besproken bij notaris Boer is het volstrekt onzinnig het vruchtgebruik te vestigen. De facto vraagt u om de garantie dat indien [geïntimeerde] Sr (dan wel diens erven worden aangeslagen door de belastingdienst), mij cliënten daar voor instaan. Is een nieuwe punt en is niet bespreekbaar. We kunnen vastleggen dat ieder der partijen zelf aansprakelijk is en blijft voor mogelijke claims van de belastingdienst zonder nader verrekening. Vestiging vruchtgebruik blijft achterwege. Hieronder nog een paar kleine wijzigingen inzake VSO. VSO Art. 6. Laatste woord, verwijzing naar model schrappen Art. 8 Punt leg ik ook bij notaris de Boer, verkoper moet mogelijk erven worden, punt leg ik ook bij notaris de Boer neer. Art. 11. Niet akkoord. Art. 12 akkoord, onder opname afgifte bij de notaris de Boer. Art 15. Staat nu, laatste zin: Zij doen tevens moet worden `sub 1 tot en met 5a' Het lijkt mij dat we op korte termijn uit de laatste punten moeten kunnen komen. Hoor graag en behoud me in dit stadium alle rechten voor, als we hier niet uitkomen. Met vriendelijke groet, Joost Jacobs 4.23 In een email van mr. Leenhouts van 1 juli 2020 om 15.26 uur aan notariskantoor De Boer met kopie (
- cc)aan mr. Jacobs staat het volgende vermeld: Onderwerp: RE: [adres1] [woonplaats2] Geachte heer De Boer, Hiermee kom ik terug op de laatste versie van de koopovereenkomst: Artikel 4 bijzondere bepalingen: Verklaringen van cliënt over verontreiniging. Mr. Jacobs heeft aangegeven dat dit een standaardbepaling is. De situatie is echter geen standaardsituatie. [appellant1] zal moeten verklaren dat hij als mede-eigenaar evengoed bekend is met de verontreinigingen en dat hij [naam6] Sr. terzake niet aansprakelijk zal houden. Hiervoor is eerder reeds een tekst aangeleverd. Het schrappen van artikel lid 3. van de algemene bepalingen lijkt me niet nodig, maar daar is dezerzijds geen bezwaar tegen. Artikel I lid 6 van de algemene bepalingen: deze bepaling dient zo te blijven staan. Er vindt nu geen inspectie plaats. [appellant1] weet wat hij koopt. Artikel II lid 5 algemene bepalingen dient als volgt gewijzigd te worden: Verkoper is verplicht voor zijn rekening de tot het verkochte behorende opstallen bij een solide verzekeringsmaatschappij op de bij Nederlandse schadeverzekeringsmaatschappijen gebruikelijke voorwaarden voor herbouwwaarde te verzekeren en tot de ondertekening van de leveringsakte verzekerd te houden. Kopie polisblad wordt na ontvangst door Van Garderen aan de erven [appellanten] (mede-eigenaren) en Notaris de Boer verstrekt. Met vriendelijke groet, Mirjam Leenhouts 4.24 In een email van mr. Jacobs van 3 juli 2020 om 13.55 uur aan notariskantoor De Boer en aan mr. Leenhouts staat het volgende vermeld: Onderwerp: Re: FW: [adres1] [woonplaats2] [D102887_ll 7675233] Betreft: Re: FW: [adres1] [woonplaats2] Dossier: [appellanten] / [geïntimeerde] (levering) (Dl 02887) Geachte heer de Boer, Geachte mevrouw Leenhouts, De opmerkingen van mevrouw Leenhouts besproken met cliënten, waarbij ik als volgt reageer. Laat ik vooropstellen dat het geduld bij cliënten echt op is. Het is zaak dat definitieve koop- en vaststellingsovereenkomst zo snel mogelijk af te ronden en te tekenen (uiteraard nog onder voorbehoud goedkeuring [appellanten] ). Het stellen van nieuwe voorwaarden is echt een gepasseerd station. Hieronder de opmerkingen waarbij ik eerst de opmerkingen van mevrouw Leenhouts weergeef en daarna cursief mijn antwoord: 1. Artikel 4 bijzondere bepalingen: Verklaringen van cliënt over verontreiniging. Mr. Jacobs heeft aangegeven dat dit een standaardbepaling is. De situatie is echter geen standaardsituatie. [appellant1] zal moeten verklaren dat hij als mede-eigenaar evengoed bekend is met de verontreinigingen en dat hij [naam6] Sr. terzake niet aansprakelijk zal houden. Hiervoor is eerder reeds een tekst aangeleverd Antwoord JOJ onbespreekbaar, is een nieuwe voorwaarde van mr. Leenhouts die ik direct van de hand wijs. Ik wijs mevrouw Leenhouts er op dat zij al 17december 2019 namens haar cliënt heeft ingestemd met mijn voorstel (incl. conceptkoopovereenkomst BOG). Deze bevatte nagenoeg gelijkluidende voorwaarden als nu art. 4 bij bepalingen. [geïntimeerde] Sr. dient enkel te verklaren bij 4a en 4c - wel of niet -en dat is het. 2. Het schrappen van artikel 1 lid 3 van de algemene bepalingen lijkt me niet nodig, maar daar is dezerzijds geen bezwaar tegen. Antwoord JOJ: helder 3. Artikel I lid 6 van de algemene bepalingen: deze bepaling dient zo te blijven staan. Er vindt nu geen inspectie plaats. [appellant1] weet wat hij koopt. Antwoord JOJ.- om misverstanden te voorkomen. Voor tekening koopovereenkomst geen inspectie. Uiteraard wel inspectie tussen 3 en 7 januari 2022 - uitgaande van een levering op 10 januari 2022 voor de levering (als gebruikelijk). Als het zo bedoeld is door mevrouw Leenhouts, akkoord. 4. Artikel II lid 5 algemene bepalingen dient als volgt gewijzigd te worden: Verkoper is verplicht voor zijn rekening de tot het verkochte behorende opstallen bij een solide verzekeringsmaatschappij op de bij Nederlandse schadeverzekeringsmaatschappijen gebruikelijke voorwaarden voor herbouwwaarde te verzekeren en tot de ondertekening van de leveringsakte verzekerd te houden. Kopie polisblad wordt na ontvangst door [geïntimeerde] aan de erven [appellanten] (mede-eigenaren) en Notaris de Boer verstrekt. Antwoord JOJ: strekking is nagenoeg hetzelfde, akkoord Ik hoor graag voor woensdag 8 juli a.s. van mr. Leenhouts zodat de VSO en definitieve koopovereenkomst kan worden opgemaakt en getekend. Met vriendelijke groet, Joost Jacobs 4.25 Ondanks meerdere verzoeken van de zijde van [appellanten] om tot ondertekening van de koopovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst over te gaan heeft Van Garderen deze niet ondertekend. 4.26 [geïntimeerde] heeft op 24 november 2020 een kopie van de opstalverzekering met aansprakelijkheidsverzekering van de onroerende zaak overgelegd ingaande 1 respectievelijk 2 juli 2020. 5De vorderingen van partijen en hun grieven 5.1 [appellanten] hebben – zakelijk weergegeven - de rechtbank gevraagd om primair 1. voor recht te verklaren dat tussen [appellanten] c.s en [geïntimeerde] wilsovereenstemming bestaat ter zake van de koop van het onroerend goed en [geïntimeerde] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis bij de notaris te verschijnen teneinde de door de notaris (definitief) opgemaakte koopovereenkomst te tekenen en al die rechtshandelingen te verrichten die de notaris in verband daarmee noodzakelijk acht; 2. te bepalen dat [geïntimeerde] een dwangsom verbeurt per dag of een gedeelte van een dag, waarop [geïntimeerde] in gebreke blijft aan de hiervoor onder 1 gestelde veroordeling te voldoen; 3. voor recht te verklaren dat tussen [appellanten] en [geïntimeerde] wilsovereenstemming bestaat ter zake van de vaststellingsovereenkomst (VSO) en [geïntimeerde] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te verschijnen bij de notaris, teneinde de definitief opgemaakte VSO te tekenen en al die rechtshandelingen te verrichten die de notaris in verband daarmee noodzakelijk acht; 4. te bepalen dat [geïntimeerde] een dwangsom verbeurt per dag of een gedeelte van een dag, waarop [geïntimeerde] in gebreke blijft aan de hiervoor onder 3 gestelde veroordeling te voldoen; 5. [geïntimeerde] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een kopie van het polisblad van de door [geïntimeerde] afgesloten verzekering van het pand aan de [adres1] te [woonplaats2] (met inbegrip van de polisvoorwaarden) en een kopie betalingsbewijs te geven aan [appellanten] ; 6. te bepalen dat [geïntimeerde] een dwangsom verbeurt per dag of een gedeelte van een dag, waarop [geïntimeerde] in gebreke blijft aan de hiervoor onder 5 gestelde veroordeling te voldoen; subsidiair 7. voor zover de toewijzing van de hiervoor gevorderde verklaringen voor recht en medewerking van [geïntimeerde] aan uitvoering van deze overeenkomsten niet zou kunnen worden afgedwongen, [geïntimeerde] wegens contractbreuk te veroordelen tot de betaling van een schadevergoeding aan [appellanten] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; zowel primair als subsidiair 8. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 5.2 Verder hebben [appellanten] aangegeven dat voor zover de hiervoor genoemde vorderingen onverhoopt niet zouden kunnen worden toegewezen, zij hun oorspronkelijke vorderingen handhaven, zoals eerder in het geding gebracht middels eiswijzing ex art 130 KEI Rv d.d. 21 oktober 2019, zakelijk weergegeven luidende dat de rechtbank voor recht verklaart dat tussen [appellanten] en [geïntimeerde] , althans tussen [appellant1] en [geïntimeerde] , op of omstreeks 19 september 2017 een koopovereenkomst tot stand is gekomen ter zake van het perceel aan de [adres1] (hierna: het perceel) voor een koopsom van € 275.000,- kosten koper; a. [geïntimeerde] zal veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan de overdracht en levering van het perceel conform de bepalingen van de koopovereenkomst van 25 september 2017 en de concept leveringsakte door middel van het ondertekenen van de notariële akte van levering ten overstaan van een nader aan te wijzen notaris, teneinde onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het transport van het hiervoor genoemde object en daarbij al die handelingen te verrichten die voor de levering aan eiser(
- s)noodzakelijk zijn c.q. de transporterend notaris in dat kader noodzakelijk acht; b. [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van een eenmalige dwangsom indien hij in gebreke blijft met de tijdige onder a omschreven medewerking aan het passeren van de leveringsakte; c. zal bepalen dat indien [geïntimeerde] in gebreke blijft zijn medewerking te verlenen aan de levering van het perceel, het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt van de bij de akte van levering vereiste wilsverklaring en handtekening van [geïntimeerde] ; subsidiair d. [geïntimeerde] zal veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan de overdracht en levering van het perceel op basis van gebruikelijke bedingen die voor een dergelijke transactie gelden en te verschijnen ten overstaan van een nader aan te wijzen notaris, teneinde onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het transport van het hiervoor genoemde object en daarbij al die handelingen te verrichten die voor de levering aan eiser(
- s)noodzakelijk zijn c.q. de transporterend notaris in dat kader noodzakelijk acht; e. [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van een eenmalige dwangsom indien hij in gebreke blijft met de tijdige onder d omschreven medewerking aan het passeren van de leveringsakte; f. zal bepalen dat indien [geïntimeerde] in gebreke blijft zijn medewerking te verlenen aan de levering van het onder d genoemde perceel, dit vonnis in de plaats treedt van de bij de akte van levering vereiste wilsverklaring en handtekening van Van Garderen; meer subsidiair g. [geïntimeerde] zal veroordelen om binnen acht dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis tot dooronderhandeling met eisers over de koop van het perceel, zulks op straffe van een dwangsom voor elke dag dat [geïntimeerde] niet zal meewerken aan voornoemde veroordeling; primair, subsidiair en meer subsidiair [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten van de procedure. 5.3 In voorwaardelijke reconventie, voor het geval dat de rechtbank zou oordelen dat ten aanzien van het onroerend goed tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen, heeft [geïntimeerde] vernietiging daarvan gevorderd en gevorderd om [appellanten] te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente daarover. 5.4 De rechtbank heeft bij vonnis van 24 februari 2021 (hierna: het vonnis) de vorderingen van [appellanten] afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. 5.5 [appellanten] hebben in hoger beroep zeven bezwaren (grieven) tegen het vonnis geformuleerd. De bezwaren moeten ertoe leiden dat de vorderingen alsnog worden toegewezen. De grieven worden hierna zo veel mogelijk in onderlinge samenhang alsmede thematisch besproken. 6Het oordeel van het hof Eiswijziging 6.1 [appellanten] hebben in hoger beroep in hun eerste processtuk aangegeven hun eis te wijzigen, in die zin dat de onroerende zaak binnen drie maanden na het eindarrest dient te worden geleverd. Daartegen heeft [geïntimeerde] geen bezwaar gemaakt. Het hof vindt de eiswijziging ook niet in strijd met de goede procesorde en zal van de gewijzigde eis uitgaan. De feitenvaststelling door de rechtbank 6.2 Met hun grief 0 keren [appellanten] tegen de manier waarop de rechtbank de feiten heeft vastgesteld. Zij hebben bij de behandeling van die grief echter geen belang, nu het hof zelfstandig de feiten heeft vastgesteld. Is er een geldige koopovereenkomst gesloten tussen [geïntimeerde] en [appellanten] ? 6.3 Met hun grieven 1-3 keren [appellanten] zich tegen het oordeel van de rechtbank dat tussen [geïntimeerde] enerzijds en [appellant1] en zijn vrouw [appellante2] anderzijds - in weerwil van het bepaalde in art. 7:2 lid 1 BW - geen schriftelijke koopovereenkomst tot stand is gebracht. Die grieven slagen. Genoemd wetsartikel bepaalt dat de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan, indien de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, schriftelijk wordt aangegaan. [appellanten] betogen in dit kader onder meer dat (
- i)in december 2019 tussen genoemde partijen wilsovereenstemming is bereikt over de koop en verkoop van het onroerend goed, (
- ii)dat [appellant1] en [appellante2] in dat kader niet als consument-koper maar bedrijfsmatig hebben gehandeld en dat (iii) dus het in genoemd wetsartikel opgenomen schriftelijkheidsvereiste niet aan de orde is. Het hof volgt [appellanten] daarin. Uit de hiervoor weergegeven correspondentie, waaronder met name de e-mail van mr. Leenhouts van 9 april 2020, waarin zij onder meer schrijft: “Ik wijs u erop dat partijen een (koop)overeenkomst hebben gesloten”, volgt onmiskenbaar dat ook in de visie van [geïntimeerde] volledige wilsovereenstemming was bereikt over de koop en verkoop van het onverdeeld aandeel van [geïntimeerde] in het onroerend goed en wel, naar het hof begrijpt, op basis van de door mr. Leenhouts op 17 december 2019 aan mr. Jacobs bevestigde afspraken. Die afspraken bevatten voorts alle ‘essentialia’ (wezenlijke of onmisbare elementen) die nodig zijn om van een gave koopovereenkomst te kunnen spreken. Anders dan de rechtbank heeft gemeend, was het in de onderhavige zaak niet vereist om die wilsovereenstemming nog in de vorm van een door beide partijen te ondertekenen akte te gieten, nu het hier om een (aandeel in een) onroerende zaak ging die (dat) [appellant1] en [appellante2] niet als particulieren maar in hun hoedanigheid van ondernemer wensten te verwerven. Ter zitting bij het hof heeft [appellant1] op vragen van het hof nader toegelicht wat zijn ondernemersplannen met het onroerend goed waren/zijn, dat zijn echtgenote [appellante2] en hij al jaren samen ondernemen en dat de gemeente [woonplaats2] anno 2022 de bedrijfsbestemming van het onroerend goed ongemoeid wenst te laten en daarin dus een onderneming zal moeten worden gedreven. Dit een en ander is van de zijde van [geïntimeerde] ter zitting niet (voldoende) weersproken. Ook het feit dat [appellant1] aanvankelijk (in 2017) enkel het bedrijfsgedeelte van het onroerend goed zou kopen, wijst erop dat zijn interesse in het onroerend goed bedrijfsmatig van aard was/is en dat dit ook voor [geïntimeerde] bekend was, althans voor deze kenbaar was. Ook gelet op het feit dat [geïntimeerde] , toen hij bij monde van zijn advocaat in april 2020 aandrong op onverkorte uitvoering van hetgeen was overeengekomen en zelfs sancties in het vooruitzicht stelde, indien en voor zover [appellanten] onder hetgeen volgens hem was overeengekomen uit zouden proberen te komen, niet heeft gesteld dat een geldige koopovereenkomst tot dan toe ontbrak, gaat het hof ervan uit dat ook voor [geïntimeerde] destijds voldoende duidelijk was dat (een ondertekende koopovereenkomst niet vereist was omdat) [appellant1] en [appellante2] geen particuliere kopers waren, maar het aandeel van [geïntimeerde] in het onroerend goed om bedrijfsmatige redenen wilden verwerven. In dat verband wordt nog opgemerkt dat het “model” dat [appellanten] hadden gevoegd bij hun e-mail van 17 december 2019 een “modelcontract koopakte bedrijfsonroerendgoed” betreft. Uit het voorgaande volgt dat het hof ook vindt dat in december 2019 tussen de genoemde partijen een gave koopovereenkomst in verband met het onroerend goed tot stand is gekomen. Op zichzelf is niet in geschil dat in de door de notaris op 25 juni 2020 opgestelde concept koopovereenkomst met nummer V3 de door partijen in december 2019 bereikte overeenstemming correct is weergegeven, zodat de vordering van [appellanten] om [geïntimeerde] te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan ondertekening van die overeenkomst toewijsbaar is, met inachtneming van de wijzigingen waarover tussen partijen overeenstemming bestaat, blijkend uit de e-mail van mr. Jacobs van 3 juli 2020 van 13.55 uur, en met aanpassing van de uiterste datum van levering in een datum gelegen drie maanden na de ondertekening van de koopovereenkomst. Is de koopovereenkomst vernietigbaar op grond van een wilsgebrek? 6.4 In eerste aanleg is door [geïntimeerde] betoogd dat, voor zover (door de rechter zou worden geoordeeld dat) er door hem een koopovereenkomst ter zake van het onroerend goed zou zijn aangegaan, hij deze rechtshandeling onder invloed van een wilsgebrek heeft verricht. Ter zitting bij het hof heeft mr. Leenhouts toegelicht dat het hierbij ging om bedreiging en/of misbruik van omstandigheden die heeft geleid tot de “onder morele druk” getekende verklaring van [geïntimeerde] uit 2017 ten aanzien van de verkoop van het bedrijfsgedeelte van het onroerend goed. Nu door of namens [geïntimeerde] niet is betoogd dat ook ten aanzien van de hiervoor genoemde, in 2019 bereikte overeenstemming over koop en verkoop van het aandeel van [geïntimeerde] in (ditmaal) het gehele onroerend goed zijn wil op onzuivere wijze is gevormd, kan zijn beroep op vernietiging van de koopovereenkomst niet slagen. Tussenconclusie 6.5 De tussenconclusie is dat [geïntimeerde] en [appellant1] en [appellante2] in december 2019 een geldige koopovereenkomst ten aanzien van het onroerend goed met elkaar zijn aangegaan. 6.6 Gelet op het voorgaande en op het slagen van de grieven 1-3 zal het hof voor recht verklaren dat tussen de genoemde partijen een koopovereenkomst is gesloten ten aanzien van het onroerend goed, met de inhoud en te leveren op de wijze, zoals genoemd aan het slot van rov. 6.3. Ook zal het hof aan de veroordeling tot medewerking aan ondertekening en uitvoering van de koopovereenkomst een dwangsom verbinden, zij het met een lager te verbeuren bedrag per dag en een lager maximum dan gevorderd. De primaire vorderingen onder 3-6 zijn niet toewijsbaar, nu [appellanten] niet hebben gegriefd tegen de afwijzing van deze vorderingen door de rechtbank. 6.7 Hoewel de verklaring voor recht en de veroordelingen jegens [geïntimeerde] zelf zullen worden uitgesproken, hebben deze bindende kracht jegens diens rechtsopvolgers onder algemene titel. Overige grieven 6.8 Bij deze stand van zaken hebben [appellanten] geen belang meer bij behandeling van hun vierde grief, nu die grief betrekking heeft op hun subsidiaire standpunt dat in 2017 een koopovereenkomst is gesloten met betrekking tot het bedrijfsgedeelte van het onroerend goed. Ook hun grieven 5 en 6 behoeven gelet op het voorgaande geen bespreking meer. 6.9 Met hun zevende grief keren [appellanten] zich tegen de compensatie van proceskosten, zoals deze door de rechtbank in haar vonnis is uitgesproken. Deze grief moet het zonder onderbouwing stellen en faalt reeds daarom. 6.10 Hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd kan, gelet op het voorgaande, eveneens onbesproken blijven. De slotsom: het hoger beroep slaagt grotendeels 6.11 De conclusie van het voorgaande is dat het hoger beroep van [appellanten] grotendeels slaagt en dat het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. 6.12 Het hof zal vanwege het familierechtelijke karakter van het geschil de proceskosten van partijen compenseren op de wijze als in het dictum vermeld. 7De beslissing Het hof: in de zaak met nummer 200.299.173/01: - verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in het hoger beroep; - compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat elk van de partijen de eigen kosten daarvan draagt; - wijst het meer of anders gevorderde af. in de zaak met nummer 200.298.740/01: - vernietigt het bestreden vonnis; - verklaart voor recht dat tussen [appellanten] en [geïntimeerde] wilsovereenstemming is bereikt ter zake van de koopovereenkomst met betrekking tot het onverdeeld aandeel van [geïntimeerde] in het perceel grond met bedrijfsruimte en toebehoren, gelegen te [woonplaats2] , aan de [adres1] , deel uitmakend van het aaneengesloten gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Laren, sectie [A] nummer [nummer1] gedeeltelijk— als vastgelegd in concept V 3 d.d. 25 juni 2020 van de hand van notaris De Boer te Laren — met inachtneming van de opmerkingen als vermeld in de mail van 3 juli 2020 van mr. Jacobs van 13.55 uur; - veroordeelt [geïntimeerde] om binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest te verschijnen ten overstaan van notaris de Boer of diens plaatsvervanger, notaris ter standplaats Laren, teneinde aldaar de door de notaris (definitief) opgemaakte koopovereenkomst te tekenen en om binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van een op gebruikelijke voorwaarden door genoemde notaris opgestelde concept-akte van levering alle benodigde medewerking te verlenen aan de levering van zijn onverdeeld aandeel in het hiervoor omschreven onroerend goed; - bepaalt dat [geïntimeerde] een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag waarop [geïntimeerde] in gebreke blijft aan de hiervoor genoemde veroordelingen te voldoen, waarbij de dwangsommen zijn gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 50.000,-; - compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat elk der partijen de eigen kosten daarvan draagt; - wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. P.S. Bakker, I. Tubben en O.E. Mulder, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 december 2022.