Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006684-19 Uitspraak d.d.: 15 december 2022 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis (ontneming) van de rechtbank Midden-Nederland van 11 december 2019 met parketnummer 16-013330-19 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, wonende te [woonplaats] , [adres] . Het hoger beroep De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 10 september 2021, 17 november 2022, 15 december 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsvrouw, mr. A.T. van Vulpen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan. Vordering De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op € 276.663,71 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 143.818,10 en dat aan betrokkene wordt opgelegd de verplichting tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag. De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel De betrokkene is bij arrest van dit hof van 15 december 2022 (parketnummer 21-006689-19) ter zake van het volgende veroordeeld tot straf: medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, verwerven, ter beschikking stellen en voorhanden hebben; medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd; medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt en overgedragen, veranderen, meermalen gepleegd; diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd; witwassen. Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat betrokkene uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten. Naar het oordeel van het hof zijn er onvoldoende aanwijzingen dat betrokkene de in het ontnemingsrapport genoemde andere, soortgelijke feiten heeft begaan waaruit hij wederrechtelijk voordeel zou hebben genoten. In het onderliggende ontnemingsrapport wordt dezelfde modus operandi genoemd als aanwijzing dat betrokkene deze feiten ook heeft begaan. De geschetste modus operandi is echter niet dermate bijzonder en specifiek wijzend in de richting van betrokkene dat dit voldoende is om louter op basis daarvan betrokkene hier (mede)verantwoordelijk voor te houden. De betrokkene heeft verklaard dat hij € 13.000,00 à € 14.000,00 heeft verdiend met de door hem gepleegde phishing-activiteiten. Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 89.331,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.