GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.303.774 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, 8362991 arrest van 20 december 2022 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats1] en die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie hierna [appellant] te noemen vertegenwoordigd door mr. O. Arslan tegen vennootschap onder firma M&W Holland Security die is gevestigd in Zoetermeer die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie hierna M&W te noemen vertegenwoordigd door mr. C.H. Bijvank. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 Na het arrest van 30 augustus 2022 heeft op 11 november 2022 een enkelvoudige mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak en de vorderingen bij de kantonrechter 2.1 M&W heeft voor [appellant] beveiligingswerkzaamheden verricht. M&W vordert nakoming, te weten betaling van de uren die haar beveiligers voor [appellant] hebben gewerkt. [appellant] maakt M&W het verwijt dat een aantal van die beveiligers zich niet heeft gedragen zoals van een professioneel beveiliger mag worden verwacht. [appellant] vordert daarom schadevergoeding. 2.2 M&W heeft bij de kantonrechter (in conventie, na eisvermindering en eisvermeerdering) gevorderd [appellant] te veroordelen om haar € 8.504,72 te betalen te vermeerderen met (primair handels- en subsidiair wettelijke) rente, waarbij M&W de wettelijke handelsrente tot en met 5 augustus 2020 heeft berekend op € 531,63, en te vermeerderen met € 800,24 aan buitengerechtelijk kosten, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. 2.3 [appellant] heeft (in reconventie) gevorderd, dat de kantonrechter: − voor recht verklaart dat M&W tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de geleverde diensten dan wel onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld en dat M&W de schade die [appellant] lijdt moet vergoeden; − M&W veroordeelt om hem € 15.000,- aan schadevergoeding te betalen althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag; − verklaart dat de door [appellant] totaal geleden schade nader zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet; − voorwaardelijk, voor zover [appellant] in conventie tot betaling van enig bedrag aan M&W wordt veroordeeld, voor recht verklaart dat [appellant] bevoegd is de betaling van het bedrag waartoe [appellant] in conventie is veroordeeld: − primair: op te schorten zolang M&W niet is overgegaan tot vergoeding van de door [appellant] geleden schade, − subsidiair: te verrekenen met het bedrag tot betaling waartoe M&W in reconventie is veroordeeld, althans een zodanige uitspraak als in goede justitie te nemen; − M&W veroordeelt in de (na)kosten te vermeerderen met rente. 2.4 De kantonrechter heeft de vorderingen van zowel M&W als die van [appellant] afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van M&W en van dat van [appellant] is dat hun afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen, waarbij M&W haar vordering aan vergoeding van wettelijke handelsrente over een langere periode heeft berekend dan in eerste aanleg en in die zin haar eis heeft gewijzigd. 3De vordering van M&W in hoger beroep 3.1 M&W heeft in hoger beroep de door haar over de hoofdsom (primair) gevorderde wettelijke handelsrente tot en met 28 april 2022 berekend op € 1.819,15 en vordert in hoger beroep dat bedrag. Deze vordering van M&W bevat niet een vermeerdering van eis omdat zij over de hoofdsom van € 8.504,72 al vanaf eind september 2019 wettelijke handelsrente vorderde. M&W heeft die wettelijke handelsrente alleen over een langere periode berekend. 3.2 [appellant] heeft zich niet tegen deze eiswijziging verzet. Het hof ziet ook geen reden om de eiswijziging ondanks het ontbreken van verzet ertegen (ambtshalve) buiten beschouwing te laten en zal dan ook beslissen op de gewijzigde eis. 4Het oordeel van het hof 4.1 Het hof zal de vordering van M&W toewijzen (anders dan de kantonrechter) en de vordering van [appellant] afwijzen (net als de kantonrechter). Het door M&W ingestelde hoger beroep slaagt dus en het door [appellant] ingestelde hoger beroep slaagt niet. Dat wordt hierna uitgelegd. Daarvoor zijn allereerst de feiten van belang zoals die in deze procedure vaststaan. De feiten 4.2 [appellant] (ook handelend onder de naam [naam1] ) heeft aan zijn opdrachtgevers beveiligers op locatie geleverd, waaronder aan de vestigingen van Holland Casino in Utrecht en in Scheveningen. Deze vestigingen van Holland Casino hebben voor de beveiliging de onderneming van [appellant] ingeschakeld. 4.3 M&W heeft tussen 17 juni 2019 en 16 oktober 2019 op verschillende locaties in Nederland voor [appellant] beveiligingswerkzaamheden verricht en wel met name voor de vestigingen van Holland Casino in Utrecht en in Scheveningen. Dit is gebeurd op basis van een mondelinge overeenkomst. 4.4 In de maanden juni t/m oktober 2019 heeft M&W meerdere gespecificeerde facturen naar [appellant] gestuurd voor de door haar beveiligers voor [appellant] verrichte werkzaamheden. In haar facturen verzoekt M&W om van het gefactureerde bedrag 30% te betalen op de bij de fiscus aangehouden G-rekening en 70% op haar bankrekening. M&W heeft de opdracht met [appellant] mondeling beëindigd omdat [appellant] een deel van de facturen onbetaald liet. 4.5 Op enig moment in of kort na oktober 2019 is de overeenkomst tussen Holland Casino en [appellant] geëindigd en heeft Holland Casino de beveiliging van (enkele) vestigingen uitbesteed aan We are Bright Security B.V. Deze vennootschap heeft voor die werkzaamheden ook personeel ingehuurd van M&W. 4.6 M&W heeft haar activiteiten in augustus 2020 gestaakt en verkeert nu in liquidatie. De vordering van [appellant] wordt afgewezen 4.7 Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat M&W tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat ook niet is komen vast te staan dat M&W onrechtmatig richting [appellant] heeft gehandeld. Daarvoor is het volgende redengevend. 4.8 [appellant] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat M&W op een zestal onderdelen tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Op [appellant] rust de stelplicht en bewijslast van die stelling omdat hij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept. De eisen die aan de stelplicht mogen worden gesteld, hangen mede af van de betwisting van de stelling en de daarvoor gegeven onderbouwing. 4.9 [appellant] onderbouwt zijn stelling dat M&W te kort is geschoten door te verwijzen naar een (in het geding gebrachte) verklaring van mevrouw [naam2] , die in die periode voor [appellant] werkte. 4.10 [appellant] stelt (gelijk mevrouw [naam2] verklaart): dat M&W beveiligers heeft gestuurd van jonger dan 25 jaar terwijl Holland Casino als eis stelt dan beveiligers ouder dan 25 jaar zijn; dat M&W beveiligers heeft gestuurd zonder beveiligingspas; dat beveiligers van M&W hun werkzaamheden niet naar behoren hebben verricht (het - naar het hof begrijpt: te vaak - zitten op de stoel van de shiftleader en op banken, het bezig zijn met een mobiele telefoon en het niet in actie komen bij incidenten en het er onverzorgd uitzien); at een beveiliger van M&W zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel ontoelaatbaar gedrag; dat een beveiliger van M&W onder invloed van alcohol op het werk is verschenen; dat M&W beveiligers stuurde in dienst van een ander beveiligingsbedrijf terwijl de afspraak was dat alleen vaste beveiligers welkom waren; dat beveiligers van M&W vaak niet of te laat kwamen opdagen. 4.11 Aan de vraag of M&W tekort is geschoten in de nakoming, gaat de vraag vooraf wat partijen daarover zijn overeengekomen. Ten aanzien van de verwijten a., b. en f. had het op de weg van [appellant] gelegen om te stellen en zoveel mogelijk met feiten en/of stukken te onderbouwen wat partijen daarover hadden afgesproken dan wel waartoe M&W op grond van een branchegebruik of gewoonte verplicht was. Met uitzondering van verwijt f., voert [appellant] daarover (slechts) aan dat de beveiligers van M&W zich niet hebben gedagen zoals van professionele en representatieve beveiligers mag worden verwacht. Ten aanzien van de verwijten a. en b. heeft [appellant] dat nagelaten, zodat de verwijten a. en b. daarom al niet als tekortkomingen van M&W kunnen worden aangemerkt. Bovendien heeft M&W de juistheid van de onder a., b. en f. gemaakte verwijten betwist. M&W erkent dat zij wel eens een beveiliger heeft gestuurd jonger dan 25 jaar, maar betwist dat dit als een tekortkoming kwalificeert. M&W voert aan dat zij haar beveiligers in samenspraak met [appellant] inzette en [appellant] zo op de hoogte was van de persoonsgegevens en leeftijd van de beveiligers en daarmee heeft ingestemd. M&W voert aan dat zij voor haar beveiligers een beveiligingspas heeft aangevraagd. Verder voert M&W aan dat zij altijd stamkaarten aan [appellant] heeft overhandigd, zodat hij wist met wie hij in zee ging. 4.12 Ook heeft M&W gemotiveerd betwist dat één van haar beveiligers zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel ontoelaatbaar gedrag (verwijt d.), dat één van haar beveiligers onder invloed van alcohol op het werk is verschenen (verwijt e.) en dat haar beveiligers vaak niet of te laat kwamen opdagen (verwijt g.). Ook heeft M&W betwist dat haar beveiligers hun werkzaamheden niet naar behoren hebben verricht en dat haar beveiligers onjuist zouden zijn gekleed en/of er onverzorgd uitzagen (verwijt c.). M&W wijst er in dat verband op dat na het einde van de samenwerking tussen Holland Casino en [appellant] nog beveiligers van M&W voor de vestigingen van Holland Casino in Utrecht en Scheveningen hebben gewerkt en concludeert daaruit dat deze vestigingen van Holland Casino niet ontevreden waren over haar beveiligers. 4.13 Gelet op de betwistingen door M&W van de haar gemaakte verwijten lag het op de weg van [appellant] om zijn stellingen nader feitelijk en/of met stukken te onderbouwen. [appellant] heeft dat nagelaten en heeft daarmee niet aan zijn stelplicht voldaan. De door hem overgelegde verklaring van [naam2] is onvoldoende. Deze verklaring is weinig concreet als het gaat om welke incidenten zich waar en wanneer hebben voorgedaan en om welke van M&W ingehuurde beveiligers het ging, terwijl wat [naam2] beschrijft aan verwijten d. en e. duidelijk niet is gebaseerd op eigen waarneming. De verklaring bevat evenmin aanknopingspunten om voor onjuist te houden wat M&W aanvoert over het vooraf in overleg met [appellant] bepalen welke beveiligers voor hem zouden worden ingezet. Andere stukken waarin een onderbouwing van zijn verwijten kan worden gevonden, heeft [appellant] niet overgelegd. 4.14 Omdat [appellant] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Het niet voldoen aan de stelplicht heeft tot gevolg dat de gedragingen die [appellant] M&W verwijt, niet zijn komen vast te staan. [appellant] heeft nog wel aangevoerd dat hij via het horen van medewerkers van Holland Casino in een getuigenverhoor er achter wil komen wat er allemaal is gebeurd, maar daarmee ziet hij eraan voorbij dat daaraan vooraf gaat een voldoende concreet onderbouwde stellingname. Anders gezegd, een aanbod om bewijs te leveren kan een gebrek aan onderbouwing niet repareren. Het toch geven van een bewijsopdracht is dan een ‘fishing expedition’, waarvoor een getuigenverhoor niet dient. 4.15 Omdat niet is komen vast te staan dat M&W tegenover [appellant] tekort is geschoten en/of onrechtmatig heeft gehandeld, is er geen rechtsgrond voor toewijzing van de gevorderde verwijzing naar de schadestaat en/of een voorschot op de schade en evenmin voor de voorwaardelijk door [appellant] ingestelde vorderingen. De vordering van M&W wordt toegewezen 4.16 Het hof is van oordeel dat M&W op [appellant] een vorderingsrecht heeft van € 8.504,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.