Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003607-19 Uitspraak d.d.: 9 september 2022 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 21 juni 2019 met parketnummer 08-963576-15 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de regiezitting van het hof van 26 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de schriftelijke onderzoekswensen van de verdediging en de nadere toelichting zoals deze door mr. M.M.H. Zuketto naar voren is gebracht tijdens de terechtzitting. Het hof heeft voorts kennisgenomen van het schriftelijke standpunt van de advocaat-generaal en haar nadere toelichting zoals gedaan tijdens de terechtzitting. Onderzoekswensen De verdediging heeft per brief d.d. 19 juli 2019 en op de regiezitting van 26 augustus 2022 de volgende onderzoekswensen kenbaar gemaakt: A. Het horen van de volgende getuigen: - [getuige 1] - [getuige 2] - [getuige 3] - [getuige 4] - [getuige 5] - [getuige 6] - [medeverdachte] Een kopie verstrekken van de audio-opnames van de afgetapte telefoongesprekken van verdachte; Een kopie verstrekken van de audio-opnames van alle opgenomen verhoren die zich in het dossier bevinden. De raadsman heeft aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat de verhoren plaatsvinden door een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris. Standpunt advocaat-generaal Ad. A De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken tot het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [medeverdachte] dienen te worden afgewezen, nu deze getuigen reeds bij de rechter-commissaris zijn gehoord en het nogmaals horen van deze getuigen niet noodzakelijk is gebleken. De advocaat-generaal heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het horen van de getuigen [getuige 4] en [getuige 6] . Zij heeft voorts medegedeeld er geen bezwaar tegen te hebben indien de verhoren plaatsvinden door een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris. Ad. B en C De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen het verstrekken van een kopie van de opnames en heeft aangegeven dat de opnames van de afgetapte telefoongesprekken van verdachte en de opnames van de verhoren beluisterd kunnen worden op een locatie van de Rijksrecherche. Dit zal in beginsel in Zwolle zijn, maar de advocaat-generaal zal nagaan bij de Rijksrecherche of het mogelijk is dat de verdediging de opnames op een locatie in Maastricht kan beluisteren. Beoordeling van de verzoeken Ad. A Het hof heeft het verzoek tot het horen als getuige van [getuige 6] beoordeeld aan de hand van het verdedigingscriterium en wijst dit verzoek toe. Het hof stelt voorop dat de overige getuigenverzoeken beoordeeld dienen te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium, nu deze getuigen reeds eerder bij de rechter-commissaris zijn gehoord. Alhoewel [getuige 4] eerder als getuige is gehoord door de rechter-commissaris, zal het hof het verzoek om hem te horen toewijzen, nu hij zich in zijn eerdere verhoor heeft beroepen op zijn verschoningsrecht en de advocaat-generaal zich niet heeft verzet tegen toewijzing van dit verzoek. Het hof wijst de overige verzoeken tot het horen van de getuigen af nu de noodzaak daartoe niet is gebleken; onvoldoende is onderbouwd waarom deze – reeds bij de rechter-commissaris in het bijzijn van de verdediging – gehoorde getuigen opnieuw zouden moeten worden gehoord. Het hof merkt daarbij op dat de gewijzigde tenlastelegging zoals gevorderd en toegewezen op de regiezitting van 26 augustus 2022, inhoudende de toevoeging bij feit 2 van de woorden ‘en/of heeft gebruikt’ niet maakt dat er een ruimer toetsingscriterium moet worden gehanteerd. De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde overwogen dat het de kennelijke bedoeling is geweest van de opsteller van de tenlastelegging om het ‘gebruik maken’ van het vervalste rekeningafschrift ten laste te leggen in plaats van ‘afleveren’ of ‘voorhanden hebben’, nu in de tenlastelegging immers het ‘gebruik maken’ nader feitelijk is omschreven. Ook de verdediging heeft dit in eerste aanleg zo opgevat, zoals blijkt uit pagina 47 van de pleitnota in eerste aanleg, waarin het gaat over het ‘gebruikmaken van het bankafschrift’. De wijziging van de tenlastelegging zoals hiervoor bedoeld vormt dan ook naar het oordeel van het hof geen nieuw argument voor het thans (opnieuw) horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen. Ad. B Het hof overweegt dat het niet voorzienbaar is welke personen hoorbaar zullen zijn op de tapgesprekken en wat de inhoud is van die tapgesprekken. Daarom acht het hof het vanwege de mogelijke privacygevoelige aard van de inhoud van de telefoongesprekken niet wenselijk dat er een kopie wordt verstrekt van de opnames. Het hof wijst het verzoek tot het verstrekken van de audio-opnames van de telefoongesprekken daarom in zoverre af. Wel wijst het hof het verzoek toe in die zin dat de telefoongesprekken door de raadsman op het bureau van de Rijksrecherche kunnen worden uitgeluisterd en geeft aan de advocaat-generaal de opdracht het uitluisteren bij de Rijksrecherche, indien mogelijk in Maastricht, te faciliteren. Ad. C Het hof is van oordeel dat het verzoek tot het verstrekken van de audiobestanden van de opgenomen zich in het dossier bevindende verhoren voor toewijzing vatbaar is. Toewijzing van de aan de verdediging te verstrekken audiobestanden zal plaatsvinden onder de gebruikelijke, hieronder te vermelden, voorwaarden. BESLISSING Het hof: Heropent het onderzoek. Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuigen te horen: [getuige 4] ; [getuige 6] . Geeft opdracht aan de advocaat-generaal om de raadsman in de gelegenheid te stellen de audiobestanden van de tapgesprekken zoals zij zich bevinden in het politiedossier uit te luisteren, indien mogelijk op een locatie in Maastricht. Geeft opdracht aan de advocaat-generaal de audiobestanden van de opgenomen verhoren aan de verdediging te verstrekken. Bepaalt dat de verstrekking van de audiobestanden geschiet onder de volgende voorwaarden: de bedoelde audiobestanden dienen op een versleutelde gegevensdrager aan de raadsman te worden verstrekt; het wachtwoord van voornoemde gegevensdrager wordt enkel ter beschikking gesteld aan de raadsman; de gegevensdrager en het wachtwoord blijven te allen tijde enkel in het bezit van de raadsman (en worden dus niet aan de verdachte of aan derden verstrekt); het uitluisteren van de audiobestanden vindt enkel plaats door de raadsman dan wel door de verdachte in aanwezigheid van zijn raadsman (dus niet alleen door de verdachte); de raadsman zorgt ervoor dat de geluidsbestanden niet worden gekopieerd en dat er tijdens het afspelen van deze bestanden geen (geluids)opnamen worden gemaakt; na het wijzen van arrest in deze zaak door het hof dient de gegevensdrager binnen twee weken geretourneerd te worden aan het openbaar ministerie. Wijst af het anders of meer verzochte; Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd; Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip en met tijdige kennisgeving hiervan aan zijn raadsman. Aldus gewezen door mr. M.H.D.M. van Leent, voorzitter, mr. K.J.C. Geeve en mr. S. Bek, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.H.P. Kats, griffier, en op 9 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.