← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:1550

TBS P21/0347 Beslissing d.d. 24 februari 2022 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: FPC) [locatie] Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 september 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en – impliciet – afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het hof heeft gelet op de stukken waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op: - het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; - de beslissing waarvan beroep; - de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 17 september 2021; - de aanvullende informatie van FPC [locatie] (ongedateerd), met als bijlagen de aanvraag Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (hierna: LFPZ) (met als bijlagen de notulen van de zorgconferentie van 9 december 2021 en chatgeschiedenis met privacybewerking) en de wettelijke aantekeningen van augustus 2021 tot en met december 2021; - een e-mailbericht van de raadsman van 2 februari 2022 met als bijlage een brief van de terbeschikkinggestelde; - een e-mailbericht van de raadsman van 7 februari 2022 met een WeTransfer link betreffende twee videobestanden. Het hof heeft ter zitting van 10 februari 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. van Vliet, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, en de advocaat-generaal R. Segerink. Daarnaast is als deskundige gehoord M. Beijer, psycholoog en hoofd behandeling bij FPC [locatie] . Overwegingen: Het standpunt van de deskundige Beijer In de tijd dat de terbeschikkinggestelde antipsychoticum gebruikte, heeft de kliniek gemerkt dat de terbeschikkinggestelde rustiger was. Hij is hier in augustus 2021 mee gestopt. De vraag is wat het vervolg moet worden van het traject van de terbeschikkinggestelde en hoe dit traject dient te worden vormgegeven. Uit de recente zorgconferentie kwam geen behandeldoel naar voren. Het risico is nog aanwezig, onder meer doordat de terbeschikkinggestelde in een relatie niet zal verdragen wanneer de ander niet voldoet aan zijn verwachtingen. Hij toont manipulatief gedrag. Het gaat dan om de hele dynamiek. Binnen de huidige context is niet alles zichtbaar. De kliniek ziet geen mogelijkheden voor de terbeschikkinggestelde voor resocialisatie. Zij heeft een aanvraag voor plaatsing op een LFPZ-afdeling gedaan. De kliniek handhaaft het advies om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde De terbeschikkinggestelde zit sinds zijn zestiende vast. Hij is als minderjarige veroordeeld tot de zwaarste maatregel in het strafrecht. Zijn traject kent ups en downs. In zijn traject is de terbeschikkinggestelde een groot aantal perioden praktisch buiten geweest. Hij heeft gewerkt, buiten geleefd en is vader geworden. Hij heeft laten zien dat hij buiten kan functioneren. In deze periode is hij nooit strafrechtelijk veroordeeld. Er zijn verschillende rapporten over de terbeschikkinggestelde opgemaakt. In het uiteindelijke rapport van het Pieter Baan Centrum was twijfel of de verpleging van overheidswege nog wel het juiste pad was. Een aantal eerdere rapporteurs noemden het zelfs contraproductief. De terbeschikkinggestelde leek het afgelopen jaar op weg naar de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege totdat het fixatie-verhaal op een medewerkster kwam. Feit is dat niet vast te stellen is wat er aan de hand is geweest, ook dus niet of het verhaal van de terbeschikkinggestelde wel of niet klopt. Gelet hierop heeft de kliniek een zorgconferentie aangevraagd. De uitkomst hiervan is een aanvraag tot een LFPZ-plaatsing. De terbeschikkinggestelde noemt het een voorportaal naar het definitieve einde. De impact van deze wending behoeft geen betoog. Het is niet te begrijpen dat uit de zorgconferentie naar voren is gekomen dat er geen mogelijkheden meer zijn inzake het risicomanagement. De stap naar de LFPZ is een veel te grote en niet uit te leggen. Primair heeft de raadsman verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een maatregelenrapport op te laten maken en meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar. Het standpunt van het openbaar ministerie De situatie is ten opzichte van een jaar geleden erg veranderd. De terbeschikkinggestelde is van een resocialisatieafdeling gegaan naar de situatie dat er een aanvraag voor LFPZ is gedaan. Er speelde onder meer een situatie met betrekking tot een sociotherapeute. Daarnaast zijn bepaalde sociale mediacontacten naar voren gekomen. De verloven van de terbeschikkinggestelde zijn ingetrokken. De kliniek heeft aangegeven dat zij niet weet wat het vervolg van het traject moet zijn. Er heeft een zorgconferentie plaatsgevonden. De conclusie daarvan is dat een aanvraag voor een LFPZ-plaatsing momenteel de meest passende stap is. Ook wordt de terbeschikkinggestelde geadviseerd antipsychoticum te gebruiken. Zowel de kliniek als de deelnemers van de zorgconferentie zien momenteel geen mogelijkheid voor een nieuwe behandelpoging. Er is thans een aanvraag gedaan voor een LFPZ-plaatsing. Een beslissing op de aanvraag zal nog enige tijd duren. Er is sprake van een stoornis en van een recidivegevaar. Er is voldoende grond om de terbeschikkingstelling te verlengen. In 2021 heeft de reclassering negatief geadviseerd over een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Naar de mening van de reclassering konden de risico’s niet worden ingeperkt en kon de reclassering geen voorwaarden formuleren. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is op dit moment dan ook niet aan de orde. Op dit moment is er geen behandeldoel voor de terbeschikkinggestelde, maar een eventuele LFPZ-plaatsing moet worden gezien als een pas op de plaats. Nagedacht moet worden hoe de behandeling in de toekomst weer kan worden opgestart. De terbeschikkingstelling dient met twee jaar te worden verlengd, nu een voorwaardelijke beëindiging ook over één jaar (nog) niet aan de orde zal zijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Het oordeel van het hof Verbeterde lezing van de beslissing waarvan beroep Ter zitting in eerste aanleg is namens de terbeschikkinggestelde verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Uit de beslissing van de rechtbank volgt dat zij dit verzoek heeft afgewezen. De rechtbank heeft echter verzuimd deze beslissing in het dictum op te nemen. Het hof merkt dit aan als een kennelijke vergissing en leest het dictum van de rechtbank verbeterd. Afwijzen van de verzoeken Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot (het doen onderzoeken van de mogelijkheden van) een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, omdat de noodzakelijkheid hiervan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet opportuun. Er is sprake van risicofactoren die niet of onvoldoende zijn bewerkt. Het gebrek aan probleembesef en -inzicht vormt daarnaast ook een risico. Het risicomanagement bestaat uit een verblijf binnen de kliniek. Gezien de nog steeds aanwezige kernproblematiek en het onveranderde recidiverisico acht het hof voortzetting van het kader van de verpleging van overheidswege noodzakelijk. Uitgangspunt verlengingsduur Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Bevestiging Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Beslissing Het hof: Wijst af het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege; Wijst af het verzoek tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege; Bevestigt de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 september 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] . Aldus gedaan door mr. J.A.W. Lensing als voorzitter, mr. M. Keppels en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren, en drs. I. Troost en dr. K. de Wijs-Heijlaerts als raden, in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier, en op 24 februari 2022 in het openbaar uitgesproken. Mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.