GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.290.934 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 7535183) arrest van 1 maart 2022 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant, in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie, hierna: [de huurder] , advocaat: mr. J.J. Stobbe, tegen: [de verhuurder] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna: [de verhuurder] , advocaat: mr. L.A. Drenth. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 27 juli 2021 hier over. De in dat arrest bepaalde enkelvoudige mondelinge behandeling heeft op 11 november 2021 plaatsgevonden. Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling van het geding in hoger beroep Samenvatting en beslissing 2.1 [de huurder] huurde van [de verhuurder] in [woonplaats1] een bedrijfsruimte zoals bedoeld in artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [de huurder] verhuurde de bedrijfsruimte onder aan [de onderhuurder] . [de onderhuurder] heeft de onderhuurovereenkomst opgezegd. [de huurder] legt de oorzaak van deze opzegging bij [de verhuurder] . Volgens [de huurder] heeft [de verhuurder] doelbewust [de onderhuurder] geïnformeerd over de huurprijs die [de huurder] op dat moment aan [de verhuurder] betaalde om [de onderhuurder] ertoe aan te zetten de onderhuurovereenkomst met [de huurder] op te zeggen. Nadat [de onderhuurder] de onderhuurovereenkomst had opgezegd, wilde [de huurder] zijn eigen huurcontract met [de verhuurder] over laten nemen door de heer [naam1] . [de verhuurder] wilde niet instemmen met deze indeplaatsstelling. [de huurder] stelt dat [de verhuurder] vanwege het voorgaande onrechtmatig heeft gehandeld, dan wel wanprestatie heeft gepleegd, en dat [de verhuurder] daarom gehouden is zijn schade te vergoeden (vordering in conventie). [de verhuurder] heeft (in reconventie) betaling van achterstallige huurpenningen gevorderd. 2.2 De kantonrechter heeft de stellingen van [de huurder] beoordeeld en heeft daarover beslist dat daaruit niet volgt dat [de verhuurder] toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld of wanprestatie heeft gepleegd. Daarom bestaat geen grondslag voor de door [de huurder] gevorderde schadevergoeding. Om die reden heeft de kantonrechter deze vordering afgewezen (conventie). Voor de door [de verhuurder] gestelde huurachterstand bestaat daarentegen wel een grondslag. Daarom heeft de kantonrechter de vordering tot betaling van achterstallige huurpenningen van [de verhuurder] (reconventie) toegewezen. [de huurder] is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter en heeft daarom hoger beroep ingesteld. 2.3 Het hof is van oordeel dat het hoger beroep van [de huurder] niet slaagt en zal daarom het vonnis van de kantonrechter bekrachtigen. Hieronder zal het hof uitleggen hoe het tot dat oordeel komt. Er bestaat geen rechtsgrond voor schadevergoeding 2.4 De eerste vijf bezwaren van [de huurder] richten zich tegen de afwijzing van de door hem gevorderde schadevergoeding (de vordering in conventie). Het hof stelt vast dat wat [de huurder] aan feiten naar voren brengt om te onderbouwen wat hij stelt (het feitencomplex) in hoger beroep hetzelfde is als het feitencomplex in eerste aanleg. De kantonrechter heeft in eerste aanleg al op goede gronden geoordeeld dat op grond van dit feitencomplex geen sprake is van toerekenbaar onrechtmatig handelen of wanprestatie aan de zijde van [de verhuurder] . [de huurder] heeft in hoger beroep geen aanvullende feiten of omstandigheden gesteld. Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de kantonrechter dat, gelet op het daaraan door [de huurder] ten grondslag gelegde feitencomplex, geen sprake is van toerekenbaar onrechtmatig handelen of van wanprestatie aan de zijde van [de verhuurder] . 2.5 Het klopt dat [de onderhuurder] door mededelingen van [de verhuurder] ervan op de hoogte is geraakt welke huurprijs [de huurder] zelf aan [de verhuurder] betaalde, maar dat levert geen aansprakelijkheid op. Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat [de verhuurder] niet verplicht was om de huurprijs die [de huurder] aan hem betaalde geheim te houden. Evenmin was [de verhuurder] verplicht om mee te werken aan de overname van het huurcontract van [de huurder] door [naam1] (indeplaatsstelling). [de huurder] heeft niet betwist dat de voorwaarden in het huurcontract waarvan [de huurder] wilde dat [naam1] die met [de verhuurder] zou sluiten anders waren dan de voorwaarden uit het lopende huurcontract tussen [de huurder] en [de verhuurder] . Alleen al op basis daarvan kan geen sprake zijn van contractsovername. Bovendien hoeft een verhuurder – gelet op de strenge eisen die aan een indeplaatsstelling op grond van artikel 7:307 BW worden gesteld, waarvan onvoldoende is gebleken dat daaraan werd voldaan – niet zomaar in te stemmen met een contractsovername. Het hof is het dan ook niet met [de huurder] eens dat [de verhuurder] , doordat hij weigerde in te stemmen met contractsovername, het huurgenot van [de huurder] verstoorde. Ook daarin ligt dus geen grond voor aansprakelijkheid. 2.6 [de huurder] heeft in hoger beroep de eerder door hem gestelde grondslagen voor aansprakelijkheid nog aangevuld met een beroep op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW), maar er kan op basis van die rechtsgrond ook al geen aansprakelijkheid van [de verhuurder] worden vastgesteld. [de huurder] heeft deze grondslag op hetzelfde feitencomplex gebaseerd als hiervoor beschreven, zonder in dit verband meer of andere aanknopingspunten aan te dragen voor het oordeel dat [de verhuurder] de huurprijs geheim had moeten houden of [naam1] als nieuwe huurder had moeten aanvaarden. Dat volstaat niet. Het beroep op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid faalt dan ook. Er bestaat geen (nadere) mogelijkheid tot verrekening 2.7 Tot slot maakt [de huurder] bezwaar (grief 6) tegen de door de kantonrechter toegewezen vordering van [de verhuurder] tot betaling van achterstallige huurpenningen (de vordering in reconventie). [de huurder] stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte de huur over de maand november 2017 in zijn geheel aan [de verhuurder] heeft voldaan. Halverwege de maand werd het pand namelijk overgedragen aan een nieuwe eigenaar en daarom had [de huurder] , zo stelt hij, vanaf dat moment de huur aan de nieuwe eigenaar (die vanaf dat moment de nieuwe verhuurder was) moeten voldoen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft hij een e-mail van de nieuwe verhuurder overgelegd, waaruit volgens [de huurder] volgt dat de nieuwe verhuurder aanspraak maakte op de huurpenningen over november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.