← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:1761

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.283.878 (zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/228290 ) arrest van 8 maart 2022 in de zaak van de maatschap [de veehouder] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] , appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: [de veehouder] , advocaat: mr. A.P. Maes, tegen:

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [de verkoper] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] , advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,
  2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht RKW Hyplast N.V., gevestigd te Hoogstraten (België), advocaat: mr. T. Burgers, geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden, hierna: [de verkoper] en RKW en tezamen RKW c.s., 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 26 oktober 2021 hier over. Het verdere verloop blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 maart
  3. Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten 2.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.9 van het bestreden vonnis van 6 mei
  4. 3De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1 [de veehouder] exploiteert een veehouderij met melkvee. [de verkoper] is een loonwerkersbedrijf. RKW is een producent van plastic, waaronder het product Megaleen
  5. Dit is een landbouwplastic dat onder meer wordt gebruikt voor het afdekken van ingekuild gras. [de veehouder] heeft in mei 2016 twee rollen Megaleen 150 gekocht bij [de verkoper] . [de verkoper] heeft [de veehouder] bij het inkuilen van gras geholpen en in dat kader diverse werkzaamheden verricht. Begin juli 2016 is schimmel aangetroffen in het ingekuilde gras. Ook zijn er diverse gaatjes aangetroffen in het Megaleen 150 dat over de kuilen was gelegd. Zowel [de veehouder] als (de verzekeraar van) RKW c.s. hebben deskundigen ingeschakeld om de oorzaak van de schimmelvorming en de aanwezigheid van gaatjes in de folie vast te stellen: Sphere Nederland B.V. (hierna: Sphere) door [de veehouder] , Kiwa Technology B.V. (hierna: Kiwa) door de verzekeraar van [de verkoper] en Quality Services Testing (hierna: QST) door RKW. [de veehouder] heeft in deze procedure verklaringen voor recht gevorderd dat [de verkoper] toerekenbaar te kort is geschoten en dat RKW een onrechtmatige daad heeft gepleegd en veroordeling van [de verkoper] en RKW tot vergoeding van de schade nader op te maken bij staat. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen, waarop [de veehouder] in beroep is gekomen van dat vonnis onder aanvoering van vier grieven. [de veehouder] heeft haar eis aldus gewijzigd dat zij in plaats van verwijzing naar de schadestaat hoofdelijke veroordeling van RKW c.s. vordert tot vergoeding van de schade van € 136.864,28 + PM-posten. RKW c.s. hebben zich tegen de grieven en tegen de gewijzigde vordering verweerd. 3.2 De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.5 van haar tussenvonnis van 9 oktober 2019 overwogen dat haar rechtsmacht in dit geschil toekomt en dat Nederlands recht op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is. Partijen hebben daartegen geen grieven gericht, zodat ook het hof ervan uitgaat dat het bevoegd is op grond van de artikelen 4 en 7 lid 2 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, en dat Nederlands recht op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is. 3.3 De rechtbank heeft in rechtsoverweging 6.2 van haar vonnis van 6 mei 2020 geoordeeld dat de stellingen van [de veehouder] over de gebreken van Megaleen 150, zoals onderbouwd met de rapporten van Sphere en Kiwa, in het licht van de goed onderbouwde rapporten van QST en Achmea Expertise, onvoldoende zijn onderbouwd en dat daarom het gebrek niet is komen vast te staan. [de veehouder] heeft in hoger beroep Kiwa en Sphere aanvullende memo’s laten uitbrengen van 22 september 2020, respectievelijk 29 oktober
  6. Zij heeft ook een brief van [de universitair docent] aan de Universiteit Twente van 15 oktober 2020 overgelegd. Nadat RKW op die memo’s had gereageerd, heeft [de veehouder] vervolgmemo’s van Kiwa en [de universitair docent] van 14, respectievelijk 15 februari 2022 in het geding gebracht. 3.4 Zoals besproken met partijen tijdens de mondelinge behandeling op 1 maart 2022, zal het hof een deskundigenbericht naar de al of niet gebrekkigheid van de door [de verkoper] geleverde en door RKW geproduceerde folie bevelen. Het is daarbij van belang dat [de veehouder] delen van de folie waarom het in deze procedure gaat, aan de deskundige ter beschikking stelt en dat Sphere, [de universitair docent] en QST de door hen onderzochte folie eveneens ter beschikking stellen aan de deskundige. Het hof stelt voor de navolgende vragen aan de deskundige te stellen:
  7. Wilt u een beschrijving geven van de Megaleen 150 die [de veehouder] en eventueel de door partijen ingeschakelde onderzoekslaboratoria u hebben verstrekt? In hoeverre kunt u op basis van deze folie, die zeven jaar geleden is vervaardigd, zes jaar geleden door [de veehouder] is gebruikt en inmiddels zes jaar is bewaard, valide conclusies trekken ten aanzien van de hieronder opgenomen vragen?
  8. Bevat de folie gaatjes en zo ja, kunt er een beschrijving van geven? Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van deze gaatjes? Kunt u uw antwoord toelichten?
  9. Kunt u aan de hand van de foto’s van de graskuil en de onderzoeksresultaten van Koch-Eurolab een uitspraak doen over de aard en oorzaak van de schimmelvorming in de graskuilen van [de veehouder] in juli/augustus 2016? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten?
  10. Hoe groot acht u de kans dat dat deze schimmelinfectie ook zonder gaatjes in de folie zou zijn ontstaan? Kunt u uw antwoord toelichten?
  11. Geeft het onderzoek overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn? 3.5 Beide partijen worden in de gelegenheid gesteld om bij gelijktijdig te nemen aktes zelf vragen te formuleren en om zich desgewenst uit te laten over de door het hof voorgestelde vragen, over de personen, hoedanigheden, kwalificaties en relevante kwaliteiten van de te benoemen deskundige, zijn bereikbaarheid (adressen, telefoonnummers en e-mailadressen) en eventueel de marges waarbinnen diens loon mag of moet liggen (waaronder de maximale hoogte daarvan). Het hof verzoekt aan partijen tijdig met elkaar in overleg te treden over in ieder geval de personen van de te benoemen deskundige en zo mogelijk gezamenlijk een persoon voor te dragen. Indien partijen niet slagen in een gezamenlijke voordracht, verzoekt het hof aan partijen om uiterlijk een week voor de in het dictum genoemde roldatum in aan elkaar toe te zenden aktes in te gaan op de door de wederpartij voorgedragen personen en op eventuele bezwaren tegen benoeming van bepaalde personen, dan wel mee te delen dat partijen zich op dit punt refereren aan het oordeel van het hof. 3.6 Volgens de hoofdregel van artikel 195 Rv moet [de veehouder] als eisende partij het voorschot dragen. 3.7 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: verwijst de zaak naar de rol van 5 april 2022, opdat partijen zich kunnen uitlaten over hetgeen het hof in 3.5 heeft overwogen; iedere verder beslissing wordt aangehouden. Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M.S.A. van Dam en E.R. de Jong, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.