GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.188.781/02 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 382597) arrest van 15 maart 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidExploitatiemaatschappij Veerdienst Ingen-Elst B.V., gevestigd te Ingen, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: Veerdienst, advocaat: mr. S.A. Snippenburg, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Rhenen, gevestigd te Rhenen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: de gemeente, advocaat: mr. J. Kamphuis. 1Kern van de zaak en de beslissing 1.1 In dit arrest is nog aan de orde of de gemeente de lage veerstoep waarvan Veerdienst gebruik maakt bij extreem laag water moet herstellen. In 2011 heeft de gemeente stortstenen van de lage veerstoep weggehaald en niet teruggebracht bij het herstel van de hoge veerstoep. Daarom kan Veerdienst de lage veerstoep niet meer gebruiken. De gemeente heeft aangevoerd dat herstel van haar niet gevergd kan worden. Het hof oordeelt dat dat verweer opgaat en veroordeelt de gemeente tot een financiële schadevergoeding. 1.2 Hierna legt het hof zijn oordeel uit. Eerst vermeldt het hof nog wat er in de procedure in hoger beroep is gebeurd. 2Het procesverloop tot nu toe 2.1 Het hof heeft op 29 juni 2021 een tussenarrest gewezen waarin het hof een zitting heeft aangekondigd. De gemeente heeft voor de zitting producties vijf tot en met acht opgestuurd. Op 20 januari 2022 heeft de enkelvoudige zitting plaatsgevonden waarvan een verslag is gemaakt. Aan het eind van de zitting is arrest bepaald. 3De beoordeling van het hoger beroep 3.1 In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat de vorderingen van Veerdienst betreffende de cascoschade aan haar veerpont en de gederfde inkomsten als gevolg van het niet kunnen bereiken van de oever bij het laagwater in februari 2012 toewijsbaar zijn. Over de herstelvordering wilde het hof eerst nog met partijen overleggen. Dat is op de zitting van 20 januari 2022 gebeurd. Daar is ook besproken of het wel de moeite waard is om de veerstoep te herstellen gezien de mogelijkheden daarvoor en de kosten daarvan, afgewogen tegen het te behalen voordeel voor Veerdienst. 3.2 Veerdienst heeft terecht aangevoerd dat de gemeente in beginsel verplicht kan worden om de veerstoep te herstellen bij wege van schadevergoeding in natura. Zij heeft die vordering verminderd en volstaat met herstel tegen minimale kosten, erop gericht om bij de eerstvolgende lage waterstand het weggehaalde stortsteen opnieuw aan te brengen op een stabiele ondergrond en te egaliseren. Volgens haar gaat het om ongeveer 350 m3 aanvulling die nodig is. 3.3 De gemeente heeft voorafgaand aan de zitting op 22 januari 2022 een schets voor het herstel ingediend. Het gaat om het rode vlak, dat normaal gesproken onder water ligt: 3.4 De vraag is of het gevorderde herstel van de gemeente gevergd kan worden en daarbij zijn alle feiten en omstandigheden van belang waaronder de belangen van partijen. Het alternatief is dat de gemeente schadevergoeding in geld betaalt. Dat heeft de gemeente aangeboden en is ook op de zitting besproken. 3.5 Het hof stelt voorop dat Veerdienst de lage veerstoep alleen nodig heeft bij extreem laag water. De waterstand in de rivieren is extreem laag als Rijkswaterstaat besluit de stuwcomplexen bij Driel, Amerongen en Hagestein (hierna: de stuwcomplexen) buiten werking te stellen waardoor het waterpeil in de Rijn enkele meters daalt. Dat doet Rijkswaterstaat alleen bij extreme vorst. Extreme vorst kan namelijk ijsafzetting veroorzaken met schade aan stuwcomplexen tot gevolg. Dit wordt voorkomen door de stuwcomplexen buiten bedrijf te stellen. Extreme vorst komt in Nederland weinig voor en vanwege de klimaatverandering is de verwachting dat dat nog minder vaak zal voorkomen dan in het verleden het geval was. Voor het verleden rekenen partijen met een frequentie van één keer in de 15 jaar. Er is dan een periode van ongeveer een week extreem laag water. 3.6 Veerdienst heeft aangevoerd dat zij er belang bij heeft om haar maatschappelijke functie van vervoersdienst onbelemmerd voort te zetten, ook bij extreem laag water. Daarom wil zij herstel en geen vergoeding voor gemiste opbrengsten als zij niet kan varen. De gemeente heeft hier tegenover gezet dat de keuze om de stuwcomplexen buiten werking te stellen een maatschappelijk doel dient waarop zij geen invloed heeft en waar Veerdienst vermoedelijk nadeelcompensatie voor kan krijgen. Het herstel van de veerstoep zal moeten plaatsvinden op het moment dat er extreem laag water is en het is ongewis wanneer dat het geval zal zijn. Bovendien zal dan snel gehandeld moeten worden: Rijkswaterstaat weet pas maximaal 14 dagen van tevoren of er extreme vorst komt die tot het buitenbedrijf stellen van de stuwcomplexen aanleiding kan geven. Dan moet binnen die 14 dagen en minimaal vijf dagen van tevoren melding gemaakt worden van de werkzaamheden aan de veerstoep. Daarvoor moeten andere publiekrechtelijke meldingen en/of vergunningen al rond zijn. De werkzaamheden bestaan eruit dat een aannemer zware stortstenen stort om de lage veerstoep aan te helen. Het is voor de gemeente erg lastig om op die korte termijn een aannemer beschikbaar te hebben die het herstel op het juiste moment kan verrichten. Daarnaast wijst de gemeente op de herstelkosten die zij conservatief begroot op € 40.000, waarbij zij ervan uitgaat dat er (maar) 130 m3 (in plaats van 350 m3) bijgestort moet worden. 3.7 Het hof oordeelt dat van de gemeente niet gevergd kan worden het herstel te verrichten. De kans op omzetderving voor Veerdienst door extreem laag water is klein en wordt in de toekomst vermoedelijk nog kleiner, terwijl de gemeente gedurende jaren, wellicht zelfs decennialang een aannemer beschikbaar moet houden die op korte termijn bereid en in staat is om de veerstoep te herstellen. De uitvoerbaarheid van het herstel is problematisch omdat het water voldoende laag moet staan en voldoende lang om alle benodigde stortstenen te kunnen plaatsen. Daar komt bij dat bij de eerstkomende lage waterstand het herstel moet worden uitgevoerd. Dan kan Veerdienst niet doorvaren. Mocht het al lukken om tijdens het eerstkomende laagwater de veerstoep geheel de herstellen, dan zal pas bij een volgende gelegenheid van extreem laagwater Veerdienst weer gebruik maken van de herstelde veerstoep. Het nut van herstel is dus beperkt en er gaat mogelijk 30 of meer jaren overheen voordat Veerdienst de herstelde veerstoep nodig heeft. Tot slot is er de onevenredigheid tussen de omzetderving voor de veerstoep ten opzichte van de begrote herstelkosten. De omzetderving in 2012 is voor acht dagen begroot op € 7.627,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.