Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005238-18 Uitspraak d.d.: 1 april 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 18 september 2018 met parketnummer 06-920002-10 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961, wonende te [adres] . 1Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. 2Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 2 maart 2022 (inhoudelijke behandeling), 9 maart 2022 (requisitoir, pleidooi en laatste woord verdachte) en 1 april 2022 (sluiting onderzoek), en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van de onder 1 meer subsidiair en meest subsidiair, 2A, 2B, 3A en 3B ten laste gelegde feiten omdat deze feiten verjaard zijn en het recht tot strafvervolging daardoor is komen te vervallen. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J. Vlug, alsmede door verschillende ter zitting aanwezige benadeelde partijen naar voren is gebracht. 2.
(9)maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Deze straf is passend en geboden. 10.6 Tenuitvoerlegging Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 11De vorderingen van de benadeelde partijen 11.1 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat nu verdachte de schuldsanering met succes heeft doorlopen de vorderingen van de benadeelde partijen niet kunnen worden toegewezen omdat zij ingediend en geverifieerd hadden moeten worden en dus niet afdwingbare, natuurlijke verbintenissen zijn geworden. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat mochten de vorderingen van de benadeelde partijen wel als schulden worden beoordeeld ten aanzien waarvan de schuldsanering werkt, deze niet langer afdwingbaar zijn in verband met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. 11.2 Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen zoals door de rechtbank is gedaan. Uitgangspunt van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (hierna: Wsnp) is dat alle schulden worden kwijt gescholden. Er wordt geen “schone lei” verleent als de vorderingen voortkomen uit een strafrechtelijke veroordeling. De schadevergoedingsmaatregel ontstaat wanneer het vonnis onherroepelijk wordt. De vorderingen van de benadeelde partij vallen buiten de Wsnp en kunnen derhalve worden toegewezen tot de bedragen die door de benadeelde partijen zijn ingelegd. 11.3 Overwegingen van het hof De bedoeling van de Wsnp is dat een natuurlijk persoon die in een problematische financiële situatie is terechtgekomen, niet tot in lengte van dagen met zijn schulden achtervolgd kan worden. Als een persoon na een verzoek daartoe wordt toegelaten tot de regeling en de daaruit voortvloeiende verplichtingen naar behoren is nagekomen, zijn de overblijvende schulden ten aanzien waarvan de regeling werkt, voor zover deze niet uit de boedel voldaan kunnen worden, na beëindiging van de schuldsaneringsregeling niet langer afdwingbaar. Aan de schuldenaar wordt in dat geval de zogenoemde “schone lei” verleend. Sommige, strafrechtelijk gerelateerde, schulden vallen per 1 januari 2008 niet (meer) onder de schone lei. Uit de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2004/05, 29 942, nr. 3, pagina 38) blijkt dat de schone lei niet van toepassing is op al die vorderingen die voortvloeien uit een strafrechtelijke veroordeling tot betaling van een geldboete, een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en een schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer. Het gaat bij deze laatste categorie om drie soorten schadevergoeding. Ten eerste de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij een verplichting tot betaling van een som geld aan de staat wordt opgelegd ten behoeve van het slachtoffer, aan wie het geld wordt uitgekeerd. Ten tweede de schadevergoeding die een slachtoffer zelf vordert, die zich daartoe in de strafprocedure voegt zoals omschreven in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering. Ten slotte ziet artikel 358, vierde lid, op schadevergoeding die door de burgerlijke rechter wordt vastgesteld nadat de strafrechter heeft geconstateerd dat de vordering van het slachtoffer dat zich gevoegd heeft in de strafprocedure, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding en de benadeelde partij daarvoor heeft verwezen naar de burgerlijke rechter (artikel 361, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Hieruit blijkt dat de bedoeling van de wetgever is dat de strafrechtelijke schulden buiten de Wsnp blijven. Het vonnis van de rechtbank waarin de vorderingen van de benadeelde partijen zijn toegewezen is nog niet in kracht van gewijsde gegaan. Daarmee zijn de vorderingen nog geen schulden die door verdachte moeten worden betaald, immers moet eerst het hof nog vaststellen of de vorderingen wel kunnen worden toegewezen. Ter terechtzitting bij het hof heeft verdachte toegegeven dat hij bij toelating in de Wsnp de rechtbank niet op de hoogte heeft gebracht van de vorderingen van de benadeelde partij. Ook de bewindvoerder was er niet van op de hoogte. Alles overwegende is het hof van oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet onder de Wsnp vallen. Het verweer wordt daarom verworpen. 11.4 De beoordeling van de civiele vorderingen De navolgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd: Benadeelde partij gevorderd inleg [betrokkenen 27 en 28] € 23.033,07 € 50.000,00 [betrokkene 3] € 40.000,00 € 40.000,00 [betrokkene 13] € 150.000,00 € 150.000,00 [betrokkene 12] € 23.250,00 € 25.000,00 [betrokkene 16] € 87.874,00 € 75.000,00 [betrokkene 21] € 47.700,00 € 45.000,00 [betrokkene 22] en/of [betrokkene 23] € 156.000,00 € 130.000,00 [betrokkene 17] € 88.920,00 € 78.000,00 [betrokkene 6] € 173.356,99 € 100.000,00 [betrokkene 4] € 351.862,99 € 225.000,00 [betrokkene 14] € 44.000,00 € 40.000,00 [betrokkene 25] € 111.500,00 € 100.000,00 [betrokkene 7] € 15.000,00 € 90.000,00 [betrokkene 15] € 70.429,00 € 50.000,00 [betrokkene 24] € 180.000,00 € 100.000,00 [betrokkene 26] € 325.150,00 € 285.000,00 [betrokkene 11] € 67.450,00 € 60.000,00 [betrokkene 18] € 56.000,00 € 50.000,00 [betrokkene 10] € 175.000,00 € 150.000,00 + € 25.000,00 [betrokkene 20] € 66.575,12 € 50.000,00 [betrokkene 29] € 74.000,00 € 50.000,00 [betrokkene 30] € 396.000,00 € 200.000,00 [betrokkene 31] € 144.160,00 € 97.000,00 [betrokkene 19] € 25.000,00 € 25.000,00 [betrokkene 32] € 72.800,00 € 65.000,00 [betrokkene 33] € 87.625,00 € 75.000,00 [betrokkene 34] € 124.000,00 € 100.000,00 [betrokkenen 35 en 36] [betrokkenen 35 en 36] € 67.200,00 € 60.000,00 [betrokkene 37] € 74.000,00 € 50.000,00 [betrokkene 38] € 50.000,00 € 50.000,00 [betrokkene 39] € 67.200,00 € 60.000,00 [betrokkene 40] € 28.500,00 € 25.000,00 [betrokkene 41] € 60.000,00 € 60.000,00 [betrokkenen 42 en 43] € 239.301,77 € 120.100,00 [betrokkene 44] € 127.600,00 € 110.000,00 [betrokkene 45] € 60.500,00 € 55.000,00 [betrokkene 46] € 76.540,00 € 78.000,00 [betrokkene 47] € 25.100,00 € 25.000,00 [betrokkene 48] € 80.000,00 € 80.000,00 [betrokkene 49] € 74.000,00 € 50.000,00 [betrokkene 50] € 81.583,47 € 55.000,00 [betrokkene 51] € 45.600,00 € 30.000,00 [betrokkene 52] € 58.000,00 € 50.000,00 [betrokkenen 53 en 54] [betrokkenen 53 en 54] € 60.000,00 € 60.000,00 [betrokkene 55] € 84.844,00 € 50.000,00 [betrokkene 56] € 132.000,00 € 100.000,00 [betrokkene 57] € 137.888,33 € 106.000,00 [betrokkene 58] € 37.120,00 € 29.000,00 [betrokkene 59] € 25.000,00 € 25.000,00 De vordering van [betrokkenen 27 en 28] De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor een bedrag van € 23.033,07. Het hof heeft verdachte vrijgesproken van het oplichten van benadeelde nu de oplichting geen betrekking heeft gehad op projecten in Polen. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen, hetgeen de benadeelde reeds heeft gedaan. De vordering van [betrokkene 4] De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep derhalve te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. In een bijlage bij het voegingsformulier volgt dat de benadeelde partij op 15 februari 2008 € 50.000,- heeft ontvangen. Bij het wensen formulier zit een brief van [rechtspersoon 1] aan de benadeelde waarin deze terugstorting wordt bevestigd en eveneens wordt bevestigd dat het restant van de inleg € 175.000,- bedraagt. De vordering kan derhalve tot dat bedrag worden toegewezen. De vordering van [betrokkene 14] De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. In eerste aanleg heeft de officier van justitie aangegeven dat de benadeelde partij de vordering zou hebben ingetrokken. In het dossier is echter geen intrekking aangetroffen. Het hof neemt derhalve de vordering in hoger beroep mee. De vordering van [betrokkene 7] De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. In het wensenformulier heeft verdachte aangegeven de vordering te beperken met € 75.000,- derhalve tot een bedrag van € 15.000,-. De vordering van [betrokkene 33] De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. Uit een notariële akte vermindering commanditair kapitaal blijkt dat de benadeelde € 4.000,- terug heeft gehad. De netto inleg bedraagt derhalve € 71.000,- De vordering van [betrokkenen 42 en 43] De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd. Het hof gaat uit van de inleg van € 115.000,-. Het is het hof niet duidelijk waartoe de € 5.000,- extra investering voor is geweest. Het hof laat derhalve het bedrag van € 5.000,- buiten beschouwing. De vordering van [betrokkene 31] De benadeelde partij heeft een bedrag van € 97.000, -- gevorderd, en daarnaast niet verkregen rendementen. Het bedrag van € 97.000,-- is onderbouwd met een hypotheekakte van notaris [notaris] van 25 augustus 2006, waaruit blijkt dat de hypotheek van [betrokkene 31] is gesplitst in twee hoofdsommen. De benadeelde vordert dus de tweede hoofdsom, namelijk € 97.000,--. Uit de lijst met participanten [rechtspersoon 3] van [rechtspersoon 1] (document D064, p. 5803) blijkt dat op naam van [betrokkene 31] op 30 augustus 2006 een inlegbedrag van € 92.000,-- is gestort. Het hof zal het toe te wijzen bedrag beperken tot dit inlegbedrag. De vorderingen van [betrokkene 3] , [betrokkene 6] , [betrokkene 10] , [betrokkene 40] , [betrokkene 50] en [betrokkene 57] . Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deze benadeelde partijen zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw hebben gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep derhalve te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. Overige benadeelde partijen De overige benadeelde partijen hebben hun vordering in hoger beroep gehandhaafd. Het hof heeft derhalve te oordelen over de vorderingen zoals die in hoger beroep zijn gehandhaafd. Toewijzing vordering benadeelde partijen Het hof is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat voornoemde benadeelde partijen als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden en dat deze schade aan verdachte kan worden toegerekend. De schade die naar het oordeel van het hof voor vergoeding in aanmerking komt bestaat uit de door investeerders ingelegde bedragen. Het hof zal telkens dat deel van de vordering toewijzen. Met betrekking tot de overige door de benadeelde partijen opgevoerde kosten is het hof van oordeel dat de behandeling van dat deel van hun vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het hof zal deze benadeelde partijen in dit deel van hun vorderingen dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partijen kunnen dat deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. Het zal het aantal dagen gijzeling in verband met de huidige draagkracht van verdachte bepalen op telkens 1dag. Nu verdachte het feit tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft gepleegd, zal het hof de vorderingen hoofdelijk toewijzen. In een aantal gevallen is door de benadeelde partijen de wettelijke rente gevorderd. Uit het dossier blijkt dat contracten met inleggers zijn afgesloten waarin de contractuele rente is vastgelegd. Uit de afgesloten contracten blijkt niet wat telkens de definitieve einddatum van de contracten zou zijn omdat het geld herbelegd kon worden, hetgeen in een aantal gevallen ook is gebeurd. Er staat dus niet met voldoende mate van nauwkeurigheid vast wanneer de schades zijn veroorzaakt. Het is daarom voor het hof niet duidelijk wat de grondslag zou moeten zijn van de gevorderde wettelijke rente. Het hof zal daarom de benadeelde partijen ten aanzien van de gevorderde rente niet-ontvankelijk verklaren. 12. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 51, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair, 2A, 2B, 3A en 3B tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 55] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 55] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 55] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 30] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 30] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 200.000,00 (tweehonderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 30] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 200.000,00 (tweehonderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 56] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 56] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 56] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 32] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 32] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 65.000,00 (vijfenzestigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 32] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 65.000,00 (vijfenzestigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 10] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 10] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 175.000,00 (honderdvijfenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 10] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 175.000,00 (honderdvijfenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 11] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 11] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 60.000,00 (zestigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 11] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 60.000,00 (zestigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 12] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 12] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 23.250,00 (drieëntwintigduizend tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 12] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 23.250,00 (drieëntwintigduizend tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 25] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 25] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 25] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 57] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 57] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 106.000,00 (honderdzesduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 57] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 106.000,00 (honderdzesduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 38] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 38] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 38] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 13] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 13] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 13] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 14] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 14] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 40.000,00 (veertigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 14] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 40.000,00 (veertigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 33] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 33] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 71.000,00 (eenenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 33] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 71.000,00 (eenenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 48] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 48] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 80.000,00 (tachtigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 48] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 80.000,00 (tachtigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 15] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 15] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 15] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 16] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 16] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 16] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 58] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 58] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 29.000,00 (negenentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 58] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 29.000,00 (negenentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 17] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 17] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 78.000,00 (achtenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 17] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 78.000,00 (achtenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 6] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 6] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 6] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 4] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 4] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 175.000,00 (honderdvijfenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 4] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 175.000,00 (tweehonderdvijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 47] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 47] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 47] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 49] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 49] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 49] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 44] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 44] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 110.000,00 (honderdtienduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 44] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 110.000,00 (honderdtienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkenen 42 en 43] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkenen 42 en 43] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 115.000,00 (honderdvijftienduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkenen 42 en 43] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 115.000,00 (honderdvijftienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 40] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 40] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 40] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 18] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 18] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 18] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 39] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 39] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 60.000,00 (zestigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 39] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 60.000,00 (zestigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 51] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 51] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 30.000,00 (dertigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 51] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 30.000,00 (dertigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 19] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 19] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 19] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 26] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 26] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 285.000,00 (tweehonderdvijfentachtigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 26] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 285.000,00 (tweehonderdvijfentachtigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 34] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 34] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 34] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 7] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 7] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 15.000,00 (vijftienduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 7] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 15.000,00 (vijftienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 22] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 22] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 130.000,00 (honderddertigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 22] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 130.000,00 (honderddertigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkenen 35 en 36] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkenen 35 en 36] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 60.000,00 (zestigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkenen 35 en 36] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 60.000,00 (zestigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 31] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 31] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 92.000,00 (tweeënnegentigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 31] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 92.000,00 (tweeënnegentigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 24] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 24] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 24] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 45] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 45] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 55.000,00 (vijfenvijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 45] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 55.000,00 (vijfenvijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkenen 53 en 54] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkenen 53 en 54] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 60.000,00 (zestigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkenen 53 en 54] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 60.000,00 (zestigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 29] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 29] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
- s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 29] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(
- s)aan een van