← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:262

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.300.202/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 8914940) beschikking van 13 januari 2022 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: rechthebbende, advocaat: mr. J.D. Nijenhuis te Leeuwarden. Als belanghebbende zijn aangemerkt: 1 [de bewindvoerder] , h.o.d.n. [naam1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verder te noemen: de bewindvoerder, 2 [de vader] wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: de vader, 3 [de moeder] , wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: de moeder, 4 [broer1] , wonende te [woonplaats2] , verder te noemen: [broer1] , 5 [broer2] , wonende te [woonplaats2] , verder te noemen: [broer2] , 6 [broer3] , wonende te [woonplaats1] , verder te noemen: [broer3] . 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 18 juni 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder te noemen: de bestreden beschikking). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 20 september 2021; - een journaalbericht namens rechthebbende van 3 november 2021 met bijlag(n); - een brief van de bewindvoerder van 8 november 2021; - nogmaals de brief van de bewindvoerder van 8 november 2021, nu met bereidverklaring van de vader; - een brief namens rechthebbende van 30 november 2021 met bijlage(n); - een journaalbericht namens rechthebbende van 8 december 2021 met bijlage(n). 2.2 Rechthebbende heeft aangegeven geen mondelinge behandeling te wensen, waarop het hof heeft besloten de zaak op de stukken af te doen. 3De motivering van de beslissing 3.1 Het verzoek in hoger beroep van rechthebbende richtte zich aanvankelijk primair op vernietiging van de bestreden beschikking, waarin een bewind is ingesteld over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende, met benoeming van [de bewindvoerder] als bewindvoerder, en afwijzing van het inleidend verzoek tot het instellen van een bewind. Subsidiair, bij handhaving van de onderbewindstelling, verzocht rechthebbende de bestreden beschikking te vernietigen waar het gaat om de persoon van de bewindvoerder en alsnog de vader althans de moeder als bewindvoerder te benoemen. 3.2 Bij brief van 1 november 2021 (toegezonden bij journaalbericht van 3 november 2021) heeft rechthebbende zijn verzoek aangepast in die zin dat het primaire verzoek wordt ingetrokken en dat het subsidiaire verzoek wordt beperkt tot het verzoek om de huidige bewindvoerder te vervangen door de vader van rechthebbende. 3.3 Alle belanghebbenden hebben het hof laten weten dat zij instemmen met het gewijzigde verzoek om - kort gezegd - de huidige bewindvoerder te vervangen door de vader van rechthebbende. 3.4 Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt. 4De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 18 juni 2021, voor zover daarbij [de bewindvoerder] , h.o.d.n. [naam1] als bewindvoerder is benoemd, en (in zoverre) opnieuw beschikkende: benoemt tot bewindvoerder: [de vader] , geboren [in] 1968 te [gemeente] , verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. van der Meer, E.B.E.M. Rikaart-Gerard en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. M. Oevering als griffier, en is op 13 januari 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.