GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.288.518/01 CJIB-nummer : 226807171 Uitspraak d.d. : 6 april 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 11 december 2020, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als best. van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende remverlichting”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 juni 2019 om 13:29 uur op de Oostergouw in Blokker met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet rijdend is geconstateerd. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld. Verder kan van de betrokkene niet het onmogelijk worden gevergd. De remlichten zijn voor vertrek nog gecontroleerd door de betrokkene. De sanctie dient daarom achterwege gelaten dan wel het bedrag daarvan gematigd te worden.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Overtreden artikel: 5.13.51-63 RV.”
- Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin onder meer is verklaard: “Ik zag dat hij een aanhangwagen achter zijn personenauto had. Ik gaf de bestuurder van de personenauto een stopteken, hieraan voldeed hij en ik zag dat hij zijn personenauto op de controleplaats stil zette. Ik sprak de bestuurder van het voertuig aan en vertelde de bestuurder dat ik bezig was met een verkeerscontrole. (…)Ik vertelde de heer [de betrokkene] dat ik een aantal controles wilde uitvoeren. (…)Ik vroeg de heer [de betrokkene] of hij zijn rempedaal in wilde drukken. (…) Ik zag dat beide remlichten van de personenauto aanwezig waren, maar ik zag dat het remlicht van de aanhangwagen niet voldeed aan de eis van een goed werkend remlicht. Ik vertelde de heer [de betrokkene] dat het remlicht van zijn aanhangwagen defect was. De heer [de betrokkene] vertelde mij dat hij altijd erg oplettend was op zijn verlichting en dat hij dit eerder nog niet had opgemerkt. Hij vroeg of hij zijn remlicht mocht vervangen. Ik vroeg de heer [de betrokkene] of hij dit ter plekke kon doen. Hij vertelde mij dat hij gereedschap in de kofferbak had liggen. Ik vertelde dat ik het goed vond. Ik zag dat de heer [de betrokkene] gereedschap uit zijn kofferbak haalde, maar hij vertelde mij dat hij niet het juiste gereedschap bij zich had. Ik vertelde de heer [de betrokkene] dat ik een proces-verbaal zou uitschrijven voor het niet voorzien in een goed werkend remlicht van een aanhanger.”
- De gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de ten tijde van de gedraging geldende Regeling voertuigen (RV), in verbinding met de artikelen 5.13.51, eerste lid, onder d, en 5.13.55, eerste lid, van die regeling.
- Artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de ten tijde van de gedraging geldende RV houdt in: “Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig: (…) c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.”
- Hoofdstuk 5, afdeling 2, paragraaf 10, RV handelt over lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen. Het in die paragraaf opgenomen artikel 5.13.51, eerste lid, aanhef en onder d, RV houdt - voor zover hier van belang - in: “Aanhangwagens moeten zijn voorzien van twee remlichten.”
- Het in de onder 5 vermelde paragraaf opgenomen artikel 5.13.55, eerste lid, RV houdt - onder meer - het volgende in: “De in artikel 5.13.51 bedoelde lichten moeten goed werken.”
- Gelet op voornoemde bepaling is een bestuurder verboden te rijden zonder goed werkende remlichten. Dat is hier niet vastgesteld. De constatering dat de remlichten defect waren is eerst na staandehouding gedaan. Van een situatie dat het niet anders kan zijn dan dat de remlichten ook ten tijde van het aan de staandehouding voorafgaande rijden defect waren is, in aanmerking genomen hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd met betrekking tot de controle van de verlichting voor vertrek, geen sprake. Dit betekent dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal als volgt beslissen.
- De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting op het beroep dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van (1,5 x 0,5 x € 541,- + 2,5 x 0,5 x € 759,- =) € 1354,
- De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd. veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1354,
- Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.