GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.300.120/01 CJIB-nummer : 204531602 Uitspraak d.d. : 13 april 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 16 augustus 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 30 maart 2022 De betrokkene is verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] . De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 125,- voor: “Overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 15 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 januari 2017 om 19:17 uur op de Hanzeweg in Dronten met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De betrokkene betwist de gedraging. De foto in het dossier is erg donker. Hieruit blijkt niet dat het om het voertuig van de betrokkene gaat. Indien de gedraging wel kan worden vastgesteld, kan de betrokkene dit niet worden verweten. De betrokkene was ten tijde van de gedraging ontdaan omdat hij kort daarvoor staande was gehouden voor het onterechte verwijt geen autogordel te hebben gedragen. Verder zal de betrokkene nog drie jaar in detentie verblijven. Met de (lage) maandelijkse tegemoetkoming van de instelling kan de sanctie niet worden betaald.
- Uit de gegevens die zijn opgenomen in het zaakoverzicht volgt – onder meer – dat met een werkelijke (gecorrigeerde) snelheid van 95 km/h is gereden waar een maximumsnelheid van 80 km/h was toegestaan. Verder is in het zaakoverzicht vermeld dat de gedraging is vastgesteld met behulp van een voor meting getest, geijkt en op voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
- Het dossier bevat ook een (donkere) foto van de gedraging. Hierop is een opgelichte kentekenplaat te zien met daarop het kenteken [kenteken] . De gegevens in de databalk onder de foto stemmen overeen met de in het zaakoverzicht vermelde gegevens.
- De enkele betwisting van de gedraging is onvoldoende om aan de gegevens in het dossier te twijfelen. Op basis van de gegevens in het zaakoverzicht en voornoemde foto kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
- Vervolgens dient het hof -gelet op het gevoerde verweer- te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
- De staandehouding waaraan de betrokkene refereert vond enkele uren voor de onderhavige gedraging plaats. Dat de betrokkene ten tijde van de gedraging nog door deze staandehouding ontdaan was, maakt niet dat de gedraging de betrokkene niet of in geringere mate kan worden verweten. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokkene om zich aan de geldende verkeersregels te houden. Indien de betrokkene ontdaan is door een in zijn ogen onterechte staandehouding waardoor hij niet aan deze verantwoordelijkheid kan voldoen, dient hij niet aan het verkeer deel te nemen.
- Met betrekking tot de hoogte van het sanctiebedrag overweegt het hof dat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De kantonrechter heeft het draagkrachtverweer van de betrokkene gehonoreerd en het tot zekerheid te stellen bedrag op nihil gesteld. Ter zitting van het hof is gebleken dat de betrokkene al langer gedetineerd is en nog geruime tijd gedetineerd zal zijn. De betrokkene beschikt niet over spaargeld waaruit de sanctie en de administratiekosten kunnen worden voldaan. De detentie brengt mee dat de betrokkene niet in staat moet worden geacht de sanctie en de administratiekosten binnen afzienbare tijd – dat wil zeggen voordat het onherroepelijk is en geconfronteerd kan worden met wettelijke verhogingen – geheel te voldoen. Gelet hierop komt het hof tot het oordeel dat, op de voet van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv, aanleiding bestaat om het bedrag van de sanctie lager vast te stellen en wel op een bedrag van € 15,-. Een en ander brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd en, met gedeeltelijke gegrond verklaring van het beroep, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking moeten worden gewijzigd. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt bepaald op € 15,-. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.