Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005861-19 Uitspraak d.d.: 26 april 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 oktober 2019 met parketnummer 18-830172-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [land] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 april 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, behoudens wat betreft de op te leggen straf, en tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 23 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A. Allersma, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte voor het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met algemene en bijzondere voorwaarden. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: verdachte op of omstreeks 10 augustus 2019, te [plaats] , (althans) in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit woning, gelegen aan de [adres] aldaar, heeft weggenomen sieraden en/of geld en/of parfum(s)/cosmetica-artikelen, in elk geval geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt in het bijzonder als volgt. Op 12 augustus 2019 heeft [aangever] aangifte gedaan van een woninginbraak in zijn woning aan de [adres] in [plaats] . Aangever heeft verklaard dat hij op 8 augustus 2019 omstreeks 17.30 van huis is vertrokken naar zijn vakantiebestemming en dat hij op 10 augustus 2019 door de politie is gebeld met de mededeling dat er bij hem was ingebroken. Aangever is daarop huiswaarts gekeerd en zag daar dat zijn woning overhoop was gehaald, en constateerde dat verscheidene goederen, waaronder een horloge, twee parfums en geldbedragen ontbraken in zijn woning. Op 10 augustus 2019, omstreeks 2:11 uur meldt getuige [getuige] dat een drietal of viertal mannen aan het inbreken waren in een woning aan de achterzijde van haar woning aan de [straat] , te weten de [adres] . [getuige] is kort daarna als getuige gehoord en heeft verklaard dat zij vanaf haar balkon een man in een raam zag hangen, alsof hij naar binnen wilde. Daarna heeft zij gezien dat volgens haar vier mannen door het raam naar binnen zijn gelopen, dat door de eerste man die door het raam was gegaan, was geopend. Deze mannen waren allen in het zwart gekleed en hadden een donkere huidskleur. Zij zijn na enige tijd de woning uitgegaan, over het dakje van de schuren geklommen en een steeg in gerend, aldus de getuige. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn naar aanleiding van voornoemde melding ter plaatse gegaan. [verbalisant 1] treft vervolgens om 2:19 uur in een portiek in een steeg achter de woning waarin zou worden ingebroken een fors transpirerende donkere man aan die volledig donker gekleed is en op zijn broek een aantal zwarte en groene vegen heeft, als zijnde van modder en/of mos. Deze man blijkt verdachte te zijn. Omstreeks 2:14 uur worden nabij een brandgang tussen de [straat] en de [adres] medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangehouden in een achtertuin aan de [straat] . [medeverdachte 1] transpireerde eveneens hevig en was volledig in het zwart gekleed; zijn kleding was vuil. [medeverdachte 2] droeg een zwarte jas en zat gehurkt achter een schutting. In zijn politieverhoor op 10 augustus 2019 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij in de brandgang aanwezig was met de jongens waarmee hij is aangehouden en dat zij met z’n drieën waren. In de insluitingsfouillering van [medeverdachte 1] werd onder meer een tweetal aangebroken parfumflesjes aangetroffen van de merken Laura Biagotti en Armani. Aangever [aangever] is met foto’s van deze flesjes geconfronteerd en herkent deze als goederen die uit zijn woning zijn weggenomen. In de tuin waarin beide medeverdachten zijn aangehouden is een horloge aangetroffen dat [aangever] eveneens als zijn eigendom heeft herkend. Verder is in deze tuin een zwarte schroevendraaier gevonden, waarop een DNA-spoor is aangetroffen van minimaal drie donoren. De resultaten van het daarnaar verrichte onderzoek wijzen uit dat de hypothese dat de bemonstering van het spoor DNA bevat van verdachte en twee onbekende niet-verwante personen extreem veel waarschijnlijker is dan de hypothese dat de bemonstering van het spoor DNA bevat van drie onbekende niet-verwante personen. Het hof stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte is zeven minuten nadat getuige [getuige] melding maakte van een woninginbraak aangehouden in een portiek in de directe omgeving van de betreffende woning. Ook beide medeverdachten zijn zeer kort na de melding van de inbraak aangehouden in de nabijheid van diezelfde woning. Zij waren daar kort na twee uur ’s nachts aanwezig. De verdachten voldoen wat betreft hun aantal, hun huidskleur en hun donkere kleding aan de beschrijving die getuige [getuige] van de door haar waargenomen personen heeft gegeven. Medeverdachte [medeverdachte 1] droeg goederen bij zich die uit de woning van aangever afkomstig waren en in een tuin nabij die woning is een schroevendraaier aangetroffen met daarop DNA materiaal dat gerelateerd wordt aan verdachte. Verdachte heeft steeds ontkend iets met de woninginbraak te maken te hebben gehad. Over zijn aanwezigheid in de portiek nabij de woning heeft hij verklaard dat hij onderweg was van het [locatie] naar een vriendin en dat hij moest plassen en daarom deze portiek heeft betreden. Dit komt het hof niet zonder meer logisch voor en nu verdachte telkenmale heeft geweigerd de naam van deze vriendin te noemen, kan deze verklaring ook niet worden geverifieerd. Verder heeft verdachte verklaard beide medeverdachten niet te kennen, hetgeen wordt weersproken door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] . Ook heeft verdachte geen redengevende verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA op de ter plaatse aangetroffen schroevendraaier gegeven, anders dan dat hij regelmatig een schroevendraaier vasthoudt. Het hof hecht aan deze verklaringen van verdachte dan ook geen enkele waarde. Op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de woning van aangever is binnengegaan, dat zij in en uit die woning goederen hebben weggenomen en dat zij daarna ook gezamenlijk uit de woning zijn gevlucht. Ieder van de verdachten is in de woning geweest en heeft zodoende uitvoeringshandelingen verricht. Bij gebreke aan contra-indicaties is daarom naar het oordeel van het hof voldaan aan de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking gericht op de diefstal van goederen uit die woning. Voorts acht het hof op grond van de verklaring van getuige [getuige] bewezen dat sprake is van inklimming, waarbij één van de verdachten door een raam naar binnen is geklommen en dit vervolgens voor de andere verdachten heeft opengezet. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: verdachte op 10 augustus 2019 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen sieraden en geld en parfums, toebehorende aan [aangever] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak aan de [adres] in [plaats] . Aangever [aangever] heeft zijn vakantie onderbroken toen hij daarvan melding kreeg en heeft een volledig overhoop gehaalde woning aangetroffen. Door zijn handelen heeft verdachte getoond geen enkel respect te hebben voor de eigendomsrechten en het recht op privacy van anderen. Verdachte heeft kennelijk gehandeld met slechts eigen financieel gewin voor ogen en heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn gedrag genomen. Het hof rekent dit verdachte aan. Het hof heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel van 7 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.