GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.289.160/01 CJIB-nummer : 225315117 Uitspraak d.d. : 3 mei 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 7 december 2020, betreffende [de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren voor een in- en/of uitrit”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 april 2019 om 12:06 uur op de Julianalaan in Soest met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. De bestuurder heeft het voertuig voor zijn eigen inrit geparkeerd, zodat het voertuig op de eigen inrit niet geblokkeerd zou worden door iemand anders, zoals vaak gebeurt op Koningsdag en ook bij de buurman het geval was. Op deze manier was de bestuurder ervan verzekerd dat hij toegang kon blijven houden tot het voertuig op de inrit.
- Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van dergelijke redenen. Het hof wil wel aannemen dat het voertuig geparkeerd stond voor de woning van de bestuurder van het voertuig, maar de kantonrechter overweegt terecht dat het verbod om voor een in- en/of uitrit te parkeren ook geldt als het een eigen in- of uitrit betreft. Dat de inrit van de bestuurder van het voertuig vaak wordt geblokkeerd op Koningsdag en ook de inrit van de buurman was geblokkeerd, brengt niet mee dat de bestuurder naar eigen inzicht van de verkeersregels mocht afwijken.
- Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.