GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.299.687/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/206377) arrest in kort geding van 18 januari 2022 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats1] , appellante, bij de voorzieningenrechter: eiseres, hierna: [appellante], advocaat: mr. O.M.M. Philips, die kantoor houdt te Haren, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde, bij de voorzieningenrechter: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. M. Talsma, die kantoor houdt te Assen. 1Het verdere verloop van het hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 2 november 2021 heeft op 21 december 2021 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). [appellante] heeft ter zitting nog een akte en een akte uitlating genomen. Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2Waar gaat deze zaak over? 2.1 Het draait in dit kort geding om de invordering van een onbetaalde schuld van [appellante] aan haar broer [geïntimeerde] . Dit geschil heeft de volgende achtergrond. 2.2 [geïntimeerde] heeft zijn zus in 2002 € 5.145,26 en in 2004 € 5.000,- geleend. Op 5 april 2005 is [appellante] daarna toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen. Die is op 23 mei 2008 geëindigd, onder de vaststelling dat [appellante] haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen was nagekomen. 2.3 Ruim elf jaar later, op 3 oktober 2019, heeft [geïntimeerde] [appellante] verzocht de totale schuld van € 10.145,26 binnen twee weken op zijn bankrekening te storten. Dat heeft zij niet gedaan, ook niet nadat ze later nog een keer was aangemaand. 2.4 Dit was aanleiding voor [geïntimeerde] om zijn vordering bij de kantonrechter aanhangig te maken. In die procedure is hem opgedragen het bestaan van zijn vorderingen te bewijzen. Nadat daartoe getuigen waren gehoord, heeft de kantonrechter de conclusie getrokken dat [geïntimeerde] in dit bewijs was geslaagd. Daarom is de vordering toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2019 en buitengerechtelijke kosten (€ 876,45). [appellante] had zelf veroordeling van haar broer gevraagd in de reële proceskosten, in plaats van het tarief dat daarvoor normaal gesproken wordt gehanteerd. Die vordering is afgewezen. 2.5 Het eindvonnis van 25 mei 2021 is op 10 juni 2021 aan [appellante] betekend, waarbij bevel is gedaan om binnen twee dagen na die datum aan de inhoud van de betekende titel te voldoen. Namens [geïntimeerde] heeft de behandelend deurwaarder laten weten de executiemaatregelen te zullen voortzetten. 2.6 Deze ontwikkeling was aanleiding voor een kort geding waarmee [appellante] wilde bereiken (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.