GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.286.118/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 164903) arrest van 10 mei 2022 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant, bij de rechtbank: eiser, hierna: [appellant], advocaat: mr. R.M.C. Jansen, die kantoor houdt te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , h.o.d.n. [naam1], wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde, bij de rechtbank: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.C. Winter, die kantoor houdt te Groningen. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het tussenarrest van 8 juni 2021 heeft op 1 april 2022 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Aan het slot van de mondelinge behandeling hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen. 2De kern van de zaak en de beslissing van het hof Deze zaak gaat over de vraag of [appellant] schadevergoeding kan vorderen wegens door [geïntimeerde] uitgevoerde (verbouw)werkzaamheden aan de woning van [appellant] . Net als de rechtbank vindt het hof dat de vorderingen van [appellant] niet toewijsbaar zijn. Het hof zal dit oordeel hierna motiveren. Het hof zal eerst de relevante feiten bespreken en daarna de procedure bij de rechtbank. Vervolgens zal het hof ingaan op de bezwaren (grieven) van [appellant] tegen de vonnissen van de rechtbank, maar alleen voor zover dat voor de beslissing van het hof van belang is. 3De vaststaande feiten 3.1 [geïntimeerde] heeft in opdracht van [appellant] verbouwwerkzaamheden verricht aan de woning van [appellant] . In afwijking van de uitgebrachte offerte met een aanneemsom van € 40.939,47 inclusief btw, zijn partijen overeengekomen dat [geïntimeerde] het werk op basis van regie zal uitvoeren. [geïntimeerde] heeft een overzicht aan [appellant] verstrekt met daarin een planning van werkzaamheden over de periode vanaf 19 oktober 2015 tot 18 december 2015. 3.2 [geïntimeerde] is op 19 oktober 2015 aangevangen met zijn werkzaamheden en heeft vanaf 31 oktober 2015 tot en met 8 februari 2016 een zevental facturen verstuurd met een totaalbedrag van € 54.989,41 inclusief btw. [appellant] heeft deze facturen voldaan. 3.3 Omdat [appellant] ontevreden was over de werkzaamheden van [geïntimeerde] , heeft hij Vereniging Eigen Huis (VEH) en bouwkundige [naam2] ingeschakeld. In opdracht van [naam2] heeft Thermodicht / Thermofoto een rapport uitgebracht. [geïntimeerde] heeft op zijn beurt bouwkundig expert [naam3] ingeschakeld voor een contra-expertise. 3.4 Partijen hebben vervolgens overleg gevoerd en zijn tot een regeling gekomen die is vastgelegd in een door [naam3] opgestelde “Akkoordverklaring” en is ondertekend op 29 november 2016 door [appellant] respectievelijk op 9 december 2016 door [geïntimeerde] . Hierin staat, voor zover van belang, het volgende vermeld: “Deze akkoordverklaring betreft de verbouwing die heeft plaatsgevonden in de woning [hof: van [appellant] ]. (…) In dit verslag van het onderzoek door ondergetekende worden alleen de bouwkundige zaken ten aanzien van de door [geïntimeerde] uitgevoerde werkzaamheden behandeld. (…) Tot slot nog enkele opmerkingen: (…) De in deze verklaring genoemde herstelwerkzaamheden dienen gereed te zijn maximaal 30 werkbare werkdagen nadat beide partijen voor akkoord hebben getekend. Mocht om welke reden dan ook de genoemde termijn (…) niet worden gehaald treedt de boete clausule in werking (…) met een bedrag van € 40,00 per dag mits de werkzaamheden niet door [appellant] worden opgehouden. (…) [geïntimeerde] is te allen tijde verantwoordelijk voor de eventuele schade die tijdens de resterende werkzaamheden wordt veroorzaakt. Voor alle directe en indirecte schade behoudt [appellant] zich nadrukkelijk alle rechten voor. (…) [geïntimeerde] dient nog enkele facturen die reeds zijn ingediend en betrekking hebben op dakdekkerswerkzaamheden en beglazing te specificeren. (…) Na uitvoering van de werkzaamheden die voor rekening van [geïntimeerde] komen en na betaling van de eindafrekening door [appellant] hebben partijen niets meer van elkaar te vorderen, uitsluitend met betrekking tot de punten in deze Akkoordverklaring, mits correct uitgevoerd (…)” 3.5 [geïntimeerde] heeft de herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Op 31 mei 2017 heeft [geïntimeerde] de sleutels van de woning aan (de echtgenote van) [appellant] ter beschikking gesteld. Op 13 juli 2017 heeft (de echtgenote van) [appellant] de woning betrokken. 3.6 Tijdens een bijeenkomst op 19 september 2017 hebben partijen overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de herstelwerkzaamheden. Bij e-mail van 25 september 2017 heeft [appellant] aan [naam3] een berekening gestuurd van de door [geïntimeerde] aan [appellant] te vergoeden kosten in het kader van de herstelwerkzaamheden. [geïntimeerde] heeft het door [appellant] berekende en door [naam3] geaccordeerde bedrag van € 5.445,48 aan [appellant] voldaan. In dit bedrag is een boetebedrag begrepen van € 1.840,- (46 dagen x € 40,-) wegens de vertraging die bij de herstelwerkzaamheden is opgelopen. 4De procedure bij de rechtbank 4.1 [appellant] heeft bij de rechtbank gevorderd, kort gezegd en voor zover van belang, om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van diverse schadeposten, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 4.2 Na het comparitievonnis van 27 maart 2019 en het tussenvonnis van 12 februari 2020 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, de vorderingen van [appellant] in het eindvonnis van 8 juli 2020 afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten. 5De beoordeling in hoger beroep 5.1 Het hoger beroep van [appellant] strekt ertoe dat de vonnissen van de rechtbank worden vernietigd en dat zijn vorderingen alsnog worden toegewezen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties. [appellant] heeft acht grieven opgeworpen (grief 1 tot en met 7 tegen het tussenvonnis van 12 februari 2020 en grief 8 tegen het eindvonnis van 8 juli 2020). Met zijn grieven 3, 5 en 6 komt [appellant] op tegen de uitleg die de rechtbank aan de Akkoordverklaring en het daarin neergelegde voorbehoud en kwijtingsbeding heeft gegeven. Het hof zal hier eerst op ingaan. 5.2 [appellant] vordert vergoeding van een aantal schadeposten. In hoger beroep gaat het nog om: I. vertraging- of gevolgschade, bestaande uit (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.