GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.298.201/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 8405556) arrest van 10 mei 2022 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna: [appellant], advocaat: mr. F. Havers, die kantoor houdt te Deventer, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellant in het incidenteel hoger beroep, bij de rechtbank: eiser in conventie en verweerder in reconventie, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. E.J.M. Brocatus, die kantoor houdt te Apeldoorn. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 1 maart 2022 heeft op 11 april 2022 met instemming van partijen een enkelvoudige mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.1 In deze procedure gaat het om de afwikkeling van een vennootschap onder firma. Een belangrijk deel van de vorderingen ziet op de vraag of de uittredende partij, [geïntimeerde] , een relatiebeding heeft geschonden. Het volgende staat vast. 2.2 Partijen zijn op 1 juni 2017 de vennootschap onder firma DJ Productions begonnen, die tot doel had het voor gezamenlijke rekening exploiteren van een licht- en geluidbedrijf en boekingskantoor. De vennootschapsovereenkomst bevat het verbod van beide vennoten om zonder mondelinge toestemming van de ander tijdens de duur van de vennootschap bij een andere onderneming werkzaam te zijn of daarbij rechtstreeks of zijdelings betrokken te zijn (artikel 16). 2.3 Nadat [geïntimeerde] de samenwerking had opgezegd, hebben partijen op 22 oktober 2019 de gevolgen daarvan geregeld in een overeenkomst waarin was bepaald dat [geïntimeerde] per 31 december 2019 uit de vof zou treden en dat [appellant] dan de vof als eenmanszaak onder dezelfde naam zou voortzetten. In een bijlage was een relatiebeding opgenomen dat als volgt luidt. Relatiebeding; Lijst met klantnamen wordt opgegeven die onder het beding vallen: (officiële KvK benamingen opzoeken) - Boode Bathmen - Go Ahead Eagles - Buitensociëteit - Bronckhorst Hoeve - Hof van Salland - Hof van Colmschate - Bishop - De Tijd - De Heeren - Bierencafe Perse - De Slinger - De Rits - Vierjaargetijden - BPM - Alle DJ's waarvan DJ Productions facturaties binnenkrijgt (…) - Bruidsbeurzen (…) - Songsmederij - Alle weddingplanners waarvan DJ Productions facturaties binnenkrijgt (…) - Yaliza's bruidsmode - Huis de Voorst - Fotobelevenis - Led vloeren - Kika (emolife) Indien bestaande relaties van DJ Productions de Uittreder diensten en/of producten vraagt in de aard van de bedrijfsvoering van DJ Productions, dan zal Uittreder deze doorverwijzen naar DJ Productions. Bovenstaande bepaling geldt voor een duur van 5 jaar na ondertekening van de uittredingsovereenkomst. (…) 2.4 In een boeteclausule is bepaald dat bij het niet-nakomen van de bepalingen in de uittredingsovereenkomst een boete van € 10.000 per niet nagekomen punt in rekening kan worden gebracht. Verder is in de overeenkomst opgenomen dat partijen verklaren dat zij “in geld niets meer van elkaar te vorderen hebben met betrekking tot deze uittreding” 2.5 Eind oktober 2019 heeft [geïntimeerde] de onderneming Yor Entertainment in de Kamer van Koophandel laten inschrijven, waarna hij op 2 december 2019 een website en een Facebookpagina online heeft gezet. 2.6 Op 26 november 2019 hebben partijen een nadere overeenkomst gesloten. Daarbij werd afgesproken dat [appellant] nog € 3.785 aan [geïntimeerde] zou betalen. De duur van het relatiebeding is toen teruggebracht tot 3 jaar. 2.7 Op 21 december 2019 heeft [appellant] [geïntimeerde] erop gewezen dat hij zich niet aan de gemaakte afspraken hield. Zo zou [geïntimeerde] in strijd handelen met artikel 16 van het vennootschapscontract door al vanaf 15 augustus 2019 het domein van de website voor Yor Entertainment te registreren en Yor Entertainment vervolgens in te schrijven in het handelsregister. Aanvullend op deze brief heeft de gemachtigde van [appellant] [geïntimeerde] op 27 december 2019 gesommeerd overtreding van het relatiebeding te staken. 2.8 Op 7 januari 2020 heeft [geïntimeerde] een en ander bestreden en heeft hij op zijn beurt [appellant] gesommeerd tot betaling van de overeengekomen bedragen en teruggave van apparatuur en inventaris die aan hem waren toebedeeld. 2.9 Op 27 maart 2020 heeft [appellant] [geïntimeerde] in kort geding gedagvaard. Hij heeft daarin gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld om elk contact met klanten van DJ Productions te staken, de website van Yor Entertainment offline te halen en verbeurde boetes te betalen. De voorzieningenrechter heeft [appellant] op 18 mei 2020 in zoverre gelijk gegeven dat [geïntimeerde] op straffe van verbeurte van een dwangsom is veroordeeld om elk contact met klanten van DJ Productions te staken en gestaakt te houden, voor zover het de klanten van DJ Productions betreft die in de al genoemde bijlage staan vermeld. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter [geïntimeerde] veroordeeld om als voorschot € 10.000 aan [appellant] te betalen wegens overtreding van het relatiebeding ten opzichte van de supportersvereniging van Go Ahead Eagles. Door beslaglegging is een belangrijk deel van die vordering inmiddels geïncasseerd. 2.10 Na dit kort geding volgde een bodemprocedure die tot dit hoger beroep heeft geleid. Daarin vorderde [geïntimeerde] een verklaring ‘voor recht’ dat hij het relatiebeding niet heeft overtreden en geen boetes heeft verbeurd. Verder vorderde hij onder meer betaling van € 640,22 aan schadevergoeding; € 1.600 aan fee van december 2019; € 970 ter zake van door DJ Productions ontvangen contante betalingen. 2.11 [appellant] heeft hier eigen vorderingen tegenover gesteld, waarbij hij ervan uitging dat [geïntimeerde] het boetebeding juist wel heeft overtreden. ij vordert veroordeling van [geïntimeerde] om elke overtreding te staklen en gestaakt te houden, en ekl contact met klanten van DJ Productions Hij vorderde onder meer betaling van € 25.000 aan boetes en vrijwaring of schadeloosstelling voor door DJ Productions aan contractspartner Enlighted Events te betalen boetes wegens frauduleus handelen door [geïntimeerde] (deze vorderingen zijn door hem genummerd V en VI). 2.12 De kantonrechter heeft de genoemde vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en heeft die van [appellant] afgewezen. 2.13 De procedure bij het hof beperkt zich tot deze vorderingen: de bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog worden afgewezen en dat zijn eigen vorderingen wel doel treffen. Ook vordert hij terugbetaling van wat hij op basis van het bestreden vonnis van 4 mei 2021 al heeft voldaan. 2.14 Voor de volledigheid: in hoger beroep stelt [appellant] niet ter discussie dat hij ook is veroordeeld tot betaling van € 3.785 op grond van de uittredingsovereenkomst. Hetzelfde geldt voor de veroordeling tot teruggave van de in de overeenkomst van 27 november 2019 aan [geïntimeerde] toebedeelde apparatuur en de daarbij opgelegde dwangsom. Ook tegen de afwijzing van een deel van zijn eigen vorderingen (I tot en met V) heeft hij geen inhoudelijke bezwaren geformuleerd. 2.15 In een zogenaamd incidenteel hoger beroep komt [geïntimeerde] op zijn beurt op tegen de afwijzing van een vordering die betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis. Bij de kantonrechter was die vordering toegespitst op ‘alle bedragen en kosten die [geïntimeerde] heeft moeten maken doordat [appellant] is overgegaan tot executie van het kortgedingvonnis’. Die vordering is door de kantonrechter afgewezen, omdat die vordering niet was toegelicht en onderbouwd. In dit hoger beroep is de vordering geconcretiseerd: deze strekt tot terugbetaling van € 9.622,79 (het door middel van loonbeslag geïncasseerde voorschot), vermeerderd met rente en kosten. Tegen deze wijziging is geen bezwaar gemaakt en het hof ziet ook geen belemmeringen. De wijziging wordt daarom toegelaten. 3Het oordeel van het hof Inleiding 3.1 De bezwaren van beide partijen zullen hierna thematisch worden besproken. De conclusie zal onder meer zijn dat [geïntimeerde] het relatiebeding ten aanzien van de DJ’s en de supportersvereniging van Go Ahead Eagles heeft overtreden en daarvoor een boete verschuldigd is. Het relatiebeding is beperkt tot de daarin opgesomde relaties 3.2 De kantonrechter heeft geoordeeld dat het relatiebeding niet ziet op alle relaties van DJ Productions. [appellant] blijft echter wel bij die uitleg, omdat in het relatiebeding wordt gesproken over ‘bestaande relaties van DJ Productions’. Dat zijn er een paar honderd, en niet enkel de belangrijkste relaties, die expliciet zijn vermeld. Deze uitleg volgt volgens hem ook uit de gesprekken die [geïntimeerde] zelf heeft opgenomen, en waarin bijvoorbeeld door [appellant] wordt gezegd "Het zijn geen klanten van mij, het zijn geen klanten van jou. Het zijn klanten van DJ Productions" en "Vijf jaar mag je dan niet aan elkaars klanten zitten". 3.3 Het hof volgt hem niet in deze uitleg, omdat de tekst van de overeenkomst daartoe onvoldoende houvast biedt en de citaten ook niet tot die uitleg dwingen. In de overeenkomst wordt namelijk een lijst met klantennamen opgenomen ‘die onder het beding vallen’. Dat kan worden opgevat als een afbakening van de door [appellant] genoemde klanten van DJ Productions. Bovendien blijkt uit de opnames van de gevoerde gesprekken dat [appellant] aan [geïntimeerde] heeft gezegd dat de in de overeenkomst genoemde relaties onder het relatiebeding vallen. [geïntimeerde] vroeg hem ‘Wat bedoel jij met dat relatiebeding? Lijst met klantennamen wordt opgegeven hier onder het beding vallen?” Het antwoord van [appellant] was: “Alle namen die er staan, die met DJ Productions zaken doen". [geïntimeerde] heeft hieruit kunnen afleiden dat de opsomming in het relatiebeding daadwerkelijk, zoals de tekst ook suggereert, limitatief was, en dat met de formulering ‘bestaande relaties’ uitsluitend op deze relaties werd gedoeld. Een limitatieve opsomming ligt ook in de rede, omdat met een dergelijk beding een afbakening van het werkterrein wordt nagestreefd, en het voor beide partijen van belang is dat die grenzen duidelijk worden getrokken. Dat geldt met name voor [geïntimeerde] , omdat hij hoge boetes verschuldigd wordt wanneer hij het beding overtreedt. Overtuigende aanwijzingen voor een andere uitleg heeft het hof niet aangetroffen. De inhuur van DJ’s valt onder het relatiebeding 3.4 In dit hoger beroep is op de mondelinge behandeling duidelijk geworden dat het bedrijfsdebiet van DJ Productions vooral wordt bepaald door de vaste relaties die met DJ’s worden onderhouden. De belangrijkste activiteiten zijn het verzorgen van DJ’s en artiesten op feesten en evenementen. Het gaat daarbij om een vaste groep DJ’s die door DJ Productions worden geboekt. Slechts in een beperkt aantal gevallen ( [geïntimeerde] schat het op 10%) wordt de omzet bepaald door werkzaamheden die in opdracht van die DJ’s zelf worden uitgevoerd. [geïntimeerde] heeft niet gemotiveerd bestreden dat het belang dat [appellant] bij het relatiebeding had, in essentie was gelegen in het veiligstellen van die relaties; het was, in hun eigen woorden, niet bedoeling dat partijen in elkaars ‘vaarwater’ gingen zitten. Dat wil zeggen: [appellant] wilde voorkomen dat de DJ’s die door DJ Productions werden ingeschakeld (DJ’s waarvan zij facturaties binnenkreeg) door [geïntimeerde] zouden worden geboekt en daardoor niet meer voor DJ Productions beschikbaar zouden zijn. Een uitleg die erop neerkomt dat het relatiebeding alleen zou worden overtreden als de DJ’s die door DJ Productions werden geboekt zelf [geïntimeerde] zouden willen inschakelen, strookt niet met het doel van het relatiebeding. Dat wil zeggen, het beschermen van het bedrijfsdebiet van DJ Productions. Daarom ligt een dergelijke uitleg niet voor de hand. Weliswaar bieden de bewoordingen van het beding daarvoor enige ruimte (het spreekt over doorverwijzing van bestaande relaties die diensten vragen), maar de “doorverwijzingsclausule” ziet naar het oordeel van het hof kennelijk alleen op de andere in de lijst genoemde namen. Dat zijn allemaal opdrachtgevers van DJ Productions waarvoor de DJ’s worden ingeschakeld (die daarvoor aan DJ Productions factureren). Voor [geïntimeerde] moet dat duidelijk zijn geweest. De inhuur van DJ’s valt dus wel onder het relatiebeding. Een boete van in totaal € 25.000 is toewijsbaar, omdat [geïntimeerde] het relatiebeding ten aanzien van deze DJ’s meerdere malen heeft overtreden 3.5 [geïntimeerde] heeft niet bestreden dat hij na het aangaan van het relatiebeding meerdere malen DJ’s heeft ingehuurd “waarvan DJ Productions facturaties binnenkrijgt”. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft hij daarmee telkens het relatiebeding overtreden. Hij heeft niet bestreden dat de boete daardoor is opgelopen tot € 40.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.