← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:3753

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.291.518/01 CJIB-nummer : 232963013 Uitspraak d.d. : 11 mei 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 januari 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 april 2020 om 10:05 uur op de Rijksweg A16 in Zevenbergschen Hoek met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De ambtenaar heeft de betrokkene geen mobiele telefoon zien vasthouden. Het toestel lag op de schoot van de betrokkene.
  3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens: “Ik reed in uniform gekleed op een opvallende dienstmotor. Ik zag dat betrokkene reed op rijstrook
  4. Ik zag dat hij de enige inzittende in dit voertuig was. Ik zag dat hij een aantal keren naar beneden, naar zijn schoot keek en zijn rechterarm naar beneden had. Toen ik dichterbij aan de rechterkant van het door hem bestuurde voertuig ging rijden, zag ik een mobiele telefoon met het scherm omhoog op zijn rechterbeen liggen. Ik zag dat hij met zijn rechterhand het scherm aanraakte.”
  5. Het hof heeft in zijn uitspraak van 9 augustus 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:7637) geoordeeld dat vasthouden in de zin van artikel 61a RVV 1990, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd, doch dat daarbij enige vorm van fysiek vasthouden wordt verlangd. Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon en het daarbij vluchtig aanraken van het scherm kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van voornoemd artikel.
  6. Gelet op voormelde gegevens uit het zaakoverzicht kan derhalve niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen en, met gegrondverklaring van het beroep daartegen, ook de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking zal vernietigen. Het aan zekerheid gesteld bedrag moet worden terugbetaald.
  7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof stelt vast dat de gemachtigde van de betrokkene tijdens het telefonisch horen in administratief beroep heeft volstaan met de mededeling dat hij geen opmerkingen heeft, zodat in dit geval geen sprake is van een voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.029,50 ((1 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.029,
  8. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.