Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004435-20 Uitspraak d.d.: 16 mei 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 november 2020 met parketnummer 18-850108-17 in de strafzaak tegen [verdachte 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , thans ingeschreven en verblijvende in de [PI] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 14, 17 en 21 maart 2022 en 16 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, bewezenverklaring van de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4A primair en 4B, 5 primair (afpersing), 6, 7A en 7B (diefstal met geweld), 8, 9 primair, 10 primair (A en B), 11 primair en 12 en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarnaast heeft de advocaat-generaal met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam 2] gevorderd deze de vordering hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 7.650,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 3] heeft de advocaat-generaal gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten aanzien van een bedrag van € 700,-. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.J.H. van der Wal en zijn raadsvrouw mr. N. Tanoğlu naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 13 november 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4A, 4B, 5 primair, 6, 7A, 7B, 8, 9, 10 primair (A en B), 11 primair en 12 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam 2] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 7.650,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. Het hof kan zich in veel beslissingen en motiveringen van de rechtbank vinden. Het hof heeft daarom in zoverre in zijn overwegingen in dit arrest zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de overwegingen van de rechtbank. De tenlastelegging Aan verdachte is – na nadere omschrijving ter terechtzitting in eerste aanleg en wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat: Feit 1 (onderzoek Akepa zaak 3.4) Primair hij in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 mei 2014, althans in of omstreeks mei 2014, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijke bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer persoon/ personen, te weten [naam 1] en/of het bedrijf [bedrijf 1] of [bedrijf 1] of een ander, heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten - het ontbinden van een contract met [bedrijf 2] en/of verdachte [medeverdachte 1] of een ander, en/of - (door) het stoppen/opgeven en/of terugdraaien van het door of namens die [naam 1] en/of het [bedrijf 1] of [bedrijf 1] of een ander genomen en/of verder te nemen juridische stappen en/of procedures tot nakoming van een/die overeenkomst, en/of - het sturen van een of meer creditnota’s aan verdachte [medeverdachte 1] of een ander, en/of - (aldus) het komen tot een regeling of het beëindigen van een zakelijk/financieel geschil met verdachte [medeverdachte 1] of diens bedrijf of een ander, conform de eisen van verdachte [medeverdachte 1] , welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, - op of omstreeks 6 mei 2014 (telefonisch) tegen die [naam 1] heeft gezegd dat verdachte [verdachte 1] verdachte [medeverdachte 1] vertegenwoordigde en als mediator optrad in verband met het zakelijke geschil tussen verdachte [medeverdachte 1] / [bedrijf 2] en die [naam 1] / [bedrijf 1] of [bedrijf 1] of een ander, en/of - tegen die [naam 1] gezegd dat verdachte [verdachte 1] “van [medeverdachte 2] van [motorclub 1] was” en/of dat verdachte een afspraak wil maken voor een ontmoeting met die [naam 1] en/of “Wanneer gaan we zitten. Ik neem [medeverdachte 2] even mee” en/of dat verdachte [verdachte 1] het (zakelijke) probleem/geschil tussen verdachte [medeverdachte 1] en [naam 1] even uit de wereld wilde helpen en/of “Ik kom met [medeverdachte 2] of met een andere jongens van de club van ons”, en/of - (later) die [naam 1] een sms-bericht heeft gestuurd met de tekst: “Los dat morgen ff netjes op conform de echte afspraak met [medeverdachte 1] gr [verdachte 1] ” en/of “Wat een kankerklootzakken he in de wereld he kleine jongens proberen kapot te maken met fake facturen”, en/of - op of omstreeks 7 mei 2014 (opnieuw) (telefonisch) contact heeft gezocht/opgenomen met en/of heeft gesmst naar die [naam 1] , terwijl die [naam 1] (
- al)in gesprek/overleg was met verdachte [medeverdachte 1] , en/of - (aldus) door, in verband met een zakelijk conflict/geschil, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] en/of gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of door de (intimiderende en/of dreigende) houding en/of woorden toe te voegen van (gelijke) dreigende aard en/of strekking, en/of (aldus) (telkens) door de (stelselmatige/opdringerige en/of intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende) manier van spreken (al dan niet tijdens (telefonisch) contact) en/of wijze van optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 1] bij die [naam 1] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)of (een) ander(
- en)geweld zou(den) gaan toepassen indien die [naam 1] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n); Subsidiair A) hij in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 mei 2014, althans in of omstreeks mei 2014 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - die [naam 1] dreigend de woorden te zeggen/toe te voegen dat verdachte [verdachte 1] “van [medeverdachte 2] van [motorclub 1] was” en/of dat verdachte [verdachte 1] een afspraak wilde maken voor een ontmoeting met die [naam 1] en/of “Wanneer gaan we zitten. Ik neem [medeverdachte 2] even mee” en/of dat verdachte [verdachte 1] het (zakelijke) probleem/geschil tussen verdachte [medeverdachte 1] en [naam 1] even uit de wereld wilde helpen en/of “Ik kom met [medeverdachte 2] of met een andere jongens van de club van ons”, en/of - (later) die [naam 1] een sms-bericht te sturen met de tekst: “Los dat morgen ff netjes op conform de echte afspraak met [medeverdachte 1] gr [verdachte 1] ” en/of “Wat een kankerklootzakken he in de wereld he kleine jongens proberen kapot te maken met fake facturen”, en/of - op of omstreeks 7 mei 2014 (opnieuw) (telefonisch) contact heeft gezocht/opgenomen met en/of heeft gesmst naar die [naam 1] , terwijl die [naam 1] (
- al)in gesprek/overleg was met verdachte [medeverdachte 1] , en/of - (aldus) door, in verband met een zakelijk conflict/geschil, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] en/of gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of door de (intimiderende en/of dreigende) houding en/of woorden toe te voegen van (gelijke) dreigende aard en/of strekking, en/of (aldus) (telkens) door de (stelselmatige/opdringerige en/of intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende) manier van spreken (al dan niet tijdens (telefonisch) contact) en/of wijze van optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 1] bij die [naam 1] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)of (een) ander(
- en)geweld zou(den) gaan toepassen indien die [naam 1] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n); EN/OF B) hij in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 mei 2014, althans in of omstreeks mei 2014, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derde, te weten die [naam 1] of een ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten - om een contract met [bedrijf 2] en/of verdachte [medeverdachte 1] of een ander te ontbinden/beëindigen, en/of - het stoppen en/of terugdraaien van het door of namens die [naam 1] en/of het bedrijf [bedrijf 1] of [bedrijf 1] of een ander genomen en/of verder te nemen juridische stappen en/of procedures tot nakoming van een overeenkomst, en/of - het sturen van een of meer creditnota’s aan die verdachte [medeverdachte 1] of een ander, en/of - (aldus) het beëindigen of als beëindigd beschouwen/accepteren van een Zakelijk/financieel geschil met die verdachte [medeverdachte 1] of een ander, conform de eisen van verdachte [medeverdachte 1] , welk geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid hierin bestond(
- en)dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, - op of omstreeks 6 mei 2014 (telefonisch) tegen die [naam 1] heeft gezegd dat verdachte [verdachte 1] verdachte [medeverdachte 1] vertegenwoordigde en als mediator optrad in verband met het zakelijke geschil tussen verdachte [medeverdachte 1] / [bedrijf 2] en die [naam 1] / [bedrijf 1] of [bedrijf 1] of een ander, en/of - tegen die [naam 1] gezegd dat verdachte [verdachte 1] “van [medeverdachte 2] van [motorclub 1] was” en/of dat verdachte een afspraak wil maken voor een ontmoeting met die [naam 1] en/of “Wanneer gaan we zitten. Ik neem [medeverdachte 2] even mee” en/of dat verdachte [verdachte 1] het (zakelijke) probleem/geschil tussen verdachte [medeverdachte 1] en [naam 1] even uit de wereld wilde helpen en/of “Ik kom met [medeverdachte 2] of met een andere jongens van de club van ons”, en/of - (later) die [naam 1] een sms-bericht heeft gestuurd met de tekst: “Los dat morgen ff netjes op conform de echte afspraak met [medeverdachte 1] gr [verdachte 1] ” en/of “Wat een kankerklootzakken he in de wereld he kleine jongens proberen kapot te maken met fake facturen”, en/of - op of omstreeks 7 mei 2014 (opnieuw) (telefonisch) contact heeft gezocht/opgenomen met en/of heeft gesmst naar die [naam 1] , terwijl die [naam 1] (
- al)in gesprek/overleg was met verdachte [medeverdachte 1] , en/of - (aldus) door, in verband met een zakelijk conflict/geschil, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] en/of gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of door de (intimiderende en/of dreigende) houding en/of woorden toe te voegen van (gelijke) dreigende aard en/of strekking, en/of (aldus) (telkens) door de (stelselmatige/opdringerige en/of intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende) manier van spreken (al dan niet tijdens (telefonisch) contact) en/of wijze van optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 1] bij die [naam 1] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)of (een) ander(
- en)geweld zou(den) gaan toepassen indien die [naam 1] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n); Feit 2 (onderzoek Akepa zaak 3.1) Primair hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2014 tot en met 19 juni 2014 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer persoon/personen, te weten [naam 4] en/of [naam 5] , zijnde bestuurder(
- s)en/of aandeelhouder(
- s)van het bedrijf [bedrijf 3] , en/of (een) ander(en), in verband met een zakelijk conflict/geschil, te dwingen tot - de afgifte van (in totaal ongeveer) 91.000 euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld/enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon/personen en/of [bedrijf 3] en/of een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), en/of - het aangaan van een schuld en/of teniet doen van een inschuld, te weten een overeenkomst tot vergoeding van kosten en/of het instemmen met een financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] conform de eisen van verdachte(n), - bij die [naam 4] en/of [naam 5] heeft aangegeven op te treden voor verdachte [medeverdachte 1] met een incasso, althans ten behoeve van verdachte [medeverdachte 1] , en/of - dwingend heeft gesteld dat die [naam 4] en/of [naam 5] een schuld bij verdachte [medeverdachte 1] zou(den) hebben en/of dat die [naam 4] en/of [naam 5] met betrekking tot het betalen of oplossen van die (vermeende) schuld tot overeenstemming diende(
- n)te komen met verdachte [medeverdachte 1] , althans bij die [naam 4] en/of [naam 5] en/of ander(
- en)heeft aangegeven dat er een financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] diende te worden getroffen, en/of - stelselmatig, althans meermalen, die [naam 4] en/of [naam 5] en/of ander(
- en)telefonisch en/of per sms heeft benaderd en/of met die [naam 4] en/of [naam 5] (steeds) contact heeft gezocht of proberen te zoeken, en/of - (telefonisch) tegen die [naam 4] heeft gezegd dat als er geen regeling komt met verdachte [medeverdachte 1] dat verdachte [verdachte 1] wel drie jaar voor die [naam 4] en/of [naam 5] wil zitten maar dat verdachte [verdachte 1] niet alleen is, en/of heeft gezegd: Voor jou ga ik drie jaar zitten en ook voor [naam 5] , ja. Niet vergeten, daar ga ik drie jaar voor zitten. Dat meen ik echt”, en/of (andere) woorden van intimiderende en/of dreigende aard of strekking, en/of - (daarbij tevens) zich jegens die [naam 4] en/of [naam 5] heeft gepresenteerd als een leider/lid van [motorclub 1] , althans terwijl verdachte(
- n)wel wisten dat bij die [naam 4] en/of [naam 5] bekend was dat die [verdachte 1] lid was van een (beruchte) motorclub, en/of (aldus) gebruik heeft gemaakt van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] /een motorclub, en/of (vervolgens) - die [naam 4] en/of [naam 5] (veelvuldig) intimiderende en/of beledigende en/of bedreigende sms-berichten heeft gestuurd, althans berichten met die aard/strekking, en/of - (ook) bij die [naam 4] en/of [naam 5] heeft aangegeven dat verdachte [verdachte 1] die [naam 4] en/of [naam 5] (ongevraagd) zou opzoeken en/of (ook) bij (het bedrijf/bedrijven van) die [naam 4] en/of [naam 5] op bezoek/langs is geweest, en/of - (aldus) die [naam 4] en/of [naam 5] (steeds meer) onder druk gezet om (snel) tot overeenstemming of een regeling te komen met verdachte [medeverdachte 1] en/of toe te zeggen om verdachte [medeverdachte 1] (conform diens eisen) te gaan betalen, en/of - met die [naam 4] en/of [naam 5] heeft afgesproken en/of is bijeengekomen (samen met anderen) bij hotel [hotelnaam] te [plaats 3] , waarbij verdachte [verdachte 1] en een tweetal anderen/secondanten waren gekleed in hesjes met de full colors van [motorclub 1] , om [naam 19] een/dat zakelijke conflict en/of een mogelijke schuldregeling of financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] te spreken, en/of waarbij (verdachte [verdachte 1] ) toen (opnieuw) (tevens) tegen die [naam 4] en/of [naam 5] heeft/is gezegd: - “Je moet dingen afwerken met die man” en/of “Los het netjes op, neem je verlies”, en/of - “Ik wil hier ook wel een jaar voor hebben, voor die man wil ik wel een jaar op vakantie, meen ik echt. En ook wel twee jaar. Ze mogen me ook wel oppakken voor bedreiging maar ik laat het er niet bij zitten. Dus dan weet je het vast ik laat het er niet bij zitten. Ik ga er gewoon mee door. Maar het is de laatste keer dat ik aan het woord ben. Er komen andere mensen aan het woord”, en/of - “Nee, we trekken er geen advocaat bij” en/of “We leven niet in een rechtsstaat” en/of “Van mij geen sms-en meer en geen berichten, ik ben er klaar mee. Maar een rechtszaak wordt het niet meer. Rechtszaak wordt het niet meer”, en/of - “Werk gewoon netjes af met mensen” en/of “Waardeloze flapdrol dat je bent” en/of “Niet zo bijdehand doen tegen mij, dikke debiel. Je bent gewoon een dikke vieze flikker”, althans woorden van (gelijke) intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende aard en/of strekking, en/of - (aldus) (telkens) door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] , althans een motorclub, en/of door gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] , althans een motorclub, en/of door de stelselmatige/opdringende en/of intimiderende/ agressieve en/of beledigende en/of dreigende manier van spreken en/of optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 4] en/of [naam 5] bij die [naam 4] en/of [naam 5] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)(ernstig) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan, althans die [naam 4] en/of [naam 5] (ernstig en/of stelselmatig) onder druk heeft/hebben gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid; Subsidiair A) hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2014 tot en met 19 juni 2014 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 5] en/of [plaats 3] en/of [plaats 6] en/of elders in Nederland, meermalen althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam 4] en/of [naam 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 4] en/of [naam 5] dreigend woorden toe te voegen met de strekking dat medeverdachte [verdachte 1] voor die [naam 4] en/of [naam 5] wel een of meerdere jaren gevangenisstraf wil uitzitten en/of de woorden: “We leven niet in een rechtsstaat” en/of “Ik laat het er niet bijzitten, maar het wordt geen rechtszaak” en/of “Er komen anderen aan het woord” , althans woorden van (gelijke) dreigende aard en/of strekking, en/of (aldus) (telkens) door de (stelselmatige/opdringende en/of intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende) manier van spreken en/of optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 4] en/of [naam 5] bij die [naam 4] en/of [naam 5] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)(ernstig) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan; EN/OF B) hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2014 tot en met 19 juni 2014 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 3] en/of elders in Nederland, meermalen, althans alleen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen een ander en/of derde, te weten [naam 4] en/of [naam 5] en/of een derde, die ander of derde wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten om - (in totaal ongeveer) 91 .000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, te betalen aan verdachte [medeverdachte 1] , en/of - een overeenkomst aan te gaan tot vergoeding van kosten en/of in te stemmen met een financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] conform de eisen van die [medeverdachte 1] , - bij die [naam 4] en/of [naam 5] heeft aangegeven op te treden voor verdachte [medeverdachte 1] met een incasso, althans ten behoeve van verdachte [medeverdachte 1] , en/of - dwingend heeft gesteld dat die [naam 4] en/of [naam 5] een schuld bij verdachte [medeverdachte 1] zou(den) hebben en/of dat die [naam 4] en/of [naam 5] met betrekking tot het betalen of oplossen van die (vermeende) schuld tot overeenstemming diende(
- n)te komen met verdachte [medeverdachte 1] , althans bij die [naam 4] en/of [naam 5] en/of ander(
- en)heeft aangegeven dat er een financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] diende te worden getroffen, en/of - stelselmatig, althans meermalen, die [naam 4] en/of [naam 5] en/of ander(
- en)telefonisch en/of per sms heeft benaderd en/of met die [naam 4] en/of [naam 5] (steeds) contact heeft gezocht of proberen te zoeken, en/of - (telefonisch) tegen die [naam 4] heeft gezegd dat als er geen regeling komt met verdachte [medeverdachte 1] dat verdachte [verdachte 1] wel drie jaar voor die [naam 4] en/of [naam 5] wil zitten maar dat verdachte [verdachte 1] niet alleen is, en/of heeft gezegd: “Voor jou ga ik drie jaar zitten en ook voor [naam 5] , ja. Niet vergeten, daar ga ik drie jaar voorzitten. Dat meen ik echt”, en/of (andere) woorden van intimiderende en/of dreigende aard of strekking, en/of - (daarbij tevens) zich jegens die [naam 4] en/of [naam 5] heeft gepresenteerd als een leider/lid van [motorclub 1] , althans terwijl verdachte(
- n)wel wisten dat bij die [naam 4] en/of [naam 5] bekend was dat die [verdachte 1] lid was van een (beruchte) motorclub, en/of (aldus) gebruik heeft gemaakt van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] /een motorclub, en/of (vervolgens) - die [naam 4] en/of [naam 5] (veelvuldig) intimiderende en/of beledigende en/of bedreigende sms-berichten heeft gestuurd, althans berichten met die aard/strekking, en/of - (ook) bij die [naam 4] en/of [naam 5] heeft aangegeven dat verdachte [verdachte 1] die [naam 4] en/of [naam 5] (ongevraagd) zou opzoeken en/of (ook) bij (het bedrijf/bedrijven van) die [naam 4] en/of [naam 5] op bezoek/langs is geweest, en/of - (aldus) die [naam 4] en/of [naam 5] (steeds meer) onder druk gezet om (snel) tot overeenstemming of een regeling te komen met verdachte [medeverdachte 1] en/of toe te zeggen om verdachte [medeverdachte 1] (conform diens eisen) te gaan betalen, en/of - met die [naam 4] en/of [naam 5] heeft afgesproken en/of is bijeengekomen (samen met anderen) bij hotel [hotelnaam] te [plaats 3] , waarbij verdachte [verdachte 1] en een tweetal anderen/secondanten waren gekleed in hesjes met de full colors van [motorclub 1] , om [naam 19] een/dat zakelijke conflict en/of een mogelijke schuldregeling of financiële regeling met verdachte [medeverdachte 1] te spreken, en/of waarbij (verdachte [verdachte 1] ) toen (opnieuw) (tevens) tegen die [naam 4] en/of [naam 5] heeft/is gezegd: - “Je moet dingen afwerken met die man” en/of “Los het netjes op, neem je verlies”, en/of - “Ik wil hier ook wel een jaar voor hebben, voor die man wil ik wel een jaar op vakantie, meen ik echt. En ook wel twee jaar. Ze mogen me ook wel oppakken voor bedreiging maar ik laat het er niet bij zitten. Dus dan weet je het vast ik laat het er niet bij zitten. Ik ga er gewoon mee door. Maar het is de laatste keer dat ik aan het woord ben. Er komen andere mensen aan het woord”, en/of - “Nee, we trekken er geen advocaat bij” en/of “We leven niet in een rechtsstaat” en/of “Van mij geen sms-en meer en geen berichten, ik ben er klaar mee. Maar een rechtszaak wordt het niet meer. Rechtszaak wordt het niet meer”, en/of - “Werk gewoon netjes af met mensen” en/of “Waardeloze flapdrol dat je bent” en/of “Niet zo bijdehand doen tegen mij, dikke debiel. Je bent gewoon een dikke vieze flikker”, althans woorden van (gelijke) intimiderende/agressieve en/of beledigende en/of dreigende aard en/of strekking, en/of - (aldus) (telkens) door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] , althans een motorclub, en/of door gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] , althans een motorclub, en/of door de stelselmatige/opdringende en/of intimiderende/ agressieve en/of beledigende en/of dreigende manier van spreken en/of optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 4] en/of [naam 5] bij die [naam 4] en/of [naam 5] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)(ernstig) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan, althans die [naam 4] en/of [naam 5] (ernstig en/of stelselmatig) onder druk heeft/hebben gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid; Feit 3 (Akepa zaak 3.7) Primair hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks februari 2015, althans de periode van 1 januari 2015 tot en met 7 maart 2015, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of Werkendam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, te weten [naam 6] (en/of een ander), in verband met een zakelijk conflict/geschil of een lopend faillissement, te dwingen tot - de afgifte van een hoeveelheid geld/enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon of (een) ander(
- en)dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), en/of het doen van (een) betaling(
- en)aan medeverdachte [medeverdachte 3] , en/of - het aangaan van een schuld en/of teniet doen van een inschuld, te weten een overeenkomst tot schadevergoeding en/of het instemmen met een schuldregeling met medeverdachte [medeverdachte 3] , conform de eisen van die [medeverdachte 3] , en/of - (aldus) het betalen van die [medeverdachte 3] en/of het beëindigen van een zakelijk/financieel geschil met die [medeverdachte 3] (en/of een ander), conform de eisen van die [medeverdachte 3] , - zich jegens die [naam 6] heeft gepresenteerd als de leider/lid van [motorclub 1] en/of gebruikmakend van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of als optredend voor medeverdachte [medeverdachte 3] met een incasso, althans ten behoeve van die [medeverdachte 3] , en/of - die [naam 6] een of meermalen telefonisch heeft benaderd en/of heeft geëist dat die [naam 6] [naam 19] een zakelijke geschil met die [medeverdachte 3] tot overeenstemming diende te komen, en/of - (telefonisch op 5 februari 2015) dreigend tegen die [naam 6] heeft gezegd dat als er geen regeling komt met die [medeverdachte 3] dat medeverdachte [verdachte 1] wel gevangenisstraf voor die [naam 6] wil uitzitten en/of dat medeverdachte [verdachte 1] die [naam 6] zal achtervolgen tot in het graf, althans woorden met een dreigende strekking inhoudende dat indien die [naam 6] niet zou ingaan op de eisen van verdachte(
- n)dit (ernstige en/of langdurige) consequenties voor die [naam 6] zou hebben, en/of - die [naam 6] (tevens) (veelvuldig) intimiderende en/of beledigende en/of bedreigende woorden heeft toegevoegd, te weten: - “Ik ga rustig voor jou drie maand weg of nou een jaar of wat dan ook. Ga met deze meneer netjes doen [naam 6] , idioot “, en/of - “Je bent gewoon een schoft geweest, jongen, flikker. Je bent een kankerflikker”, en/of - “Als je dat niet netjes oplost met [medeverdachte 3] dan ga ikje volgen tot in het graf. Echt waar”, en/of - “Ik laat niet los. Ik ben geen pipo de clown. Je bent een kankeroplichter”, en/of - “Je hebt de verkeerde man getroffen op dat gebied. Ik laat niet los”, en/of - “Dan ben je nu toch vieze dikke tyfuslijders allemaal of niet. Luister deze man ga je niet voor dit geld in de schuld zetten, dat ga je niet doen”, en/of - “Je bent gewoon een dikke flapdrol”, en/of - zodoende die [naam 6] (steeds meer) onder druk gezet om (snel) tot (financiële) overeenstemming te komen met medeverdachte [medeverdachte 3] en/of toe te zeggen om die [medeverdachte 3] (conform diens eisen) te gaan betalen, en/of - (aldus) (telkens) door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] en/of gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of door de (agressieve of intimiderende en/of beledigende) manier van spreken en/of optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 6] bij die [naam 6] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte(
- n)(ernstig) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou(den) doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte(
- n)zou worden voldaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid; Subsidiair hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks februari 2015, althans de periode van 1 januari 2015 tot en met 7 maart 2015, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of Werkendam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen een ander en/of derde, te weten [naam 6] (en/of een ander), die ander of derde wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten om, in verband met een zakelijk conflict/geschil of een lopend faillissement, - een hoeveelheid geld af te geven/te betalen aan medeverdachte [medeverdachte 3] , en/of - een overeenkomst tot schadevergoeding te sluiten/dulden en/of in te stemmen met of te dulden een schuldregeling of financiële regeling met medeverdachte [medeverdachte 3] , conform de eisen van die [medeverdachte 3] , en/of - (aldus) (een) betaling(
- en)te doen aan medeverdachte [medeverdachte 3] en/of een zakelijk conflict of financieel geschil te beëindigen/op te lossen met die [medeverdachte 3] (en/of een ander), conform de eisen van die [medeverdachte 3] , - zich jegens die [naam 6] heeft gepresenteerd als de leider/lid van [motorclub 1] en/of gebruikmakend van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of als optredend voor medeverdachte [medeverdachte 3] met een incasso, althans ten behoeve van die [medeverdachte 3] , en/of - die [naam 6] een of meermalen telefonisch (indringend) heeft benaderd en/of heeft geëist dat die [naam 6] over een zakelijke geschil met die [medeverdachte 3] tot overeenstemming diende te komen, en/of - (telefonisch op 5 februari 2015) dreigend tegen die [naam 6] heeft gezegd dat als er geen regeling komt met die [medeverdachte 3] dat verdachte [verdachte 1] wel gevangenisstraf voor die [naam 6] wil uitzitten en/of dat verdachte [verdachte 1] die [naam 6] zal achtervolgen tot in het graf althans woorden met een dreigende strekking inhoudende dat indien die [naam 6] niet zou ingaan op de eisen van verdachte(
- n)dit (ernstige en/of langdurige) consequenties voor die [naam 6] zou hebben, en/of - die [naam 6] (tevens) (veelvuldig) intimiderende en/of beledigende en/of bedreigende woorden heeft toegevoegd, te weten: - “Ik ga rustig voor jou drie maand weg of nou een jaar of wat dan ook. Ga met deze meneer netjes doen joh, idioot”, en/of - “Je bent gewoon een schoft geweest, jongen, flikker. Je bent een kankerflikker”, en/of - “Als je dat niet netjes oplost met [medeverdachte 3] dan ga ik je volgen tot in het graf. Echt waar”, en/of - “Ik laat niet los. Ik ben geen pipo de clown. Je bent een kankeroplichter”, en/of - “Je hebt de verkeerde man getroffen op dat gebied. Ik laat niet los”, en/of - “Dan ben je nu toch vieze dikke tyfuslijders allemaal of niet. Luister deze man ga je niet voor dit geld in de schuld zetten, dat ga je niet doen”, en/of - “Je bent gewoon een dikke flapdrol”, en/of - zodoende die [naam 6] (steeds meer) onder druk gezet om (snel) tot overeenstemming te komen met medeverdachte [medeverdachte 3] en/of toe te zeggen om die [medeverdachte 3] (conform diens eisen) te gaan betalen, en/of - (aldus) (telkens) door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, zich te presenteren als (bevriend met) de leider/een lid van [motorclub 1] en/of gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van [motorclub 1] en/of door de (agressieve of intimiderende en/of beledigende) manier van spreken en/of van optreden en/of houding van verdachte(
- n)jegens die [naam 6] bij die [naam 6] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte(
- n)(ernstig) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou(den) doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte(
- n)zou worden voldaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid; Feit 4 (Akepa zaak 3.47) A) Primair hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 1juni 2016, althans in 2016, te [plaats 5] en/of [plaats 3] en/of [plaats 1] en/of [plaats 7] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk een salarisspecificatie op naam gesteld van [naam 8] , valselijk heeft opgemaakt of doen/laten opmaken en/of heeft vervalst of doen/laten vervalsen, immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, die salarisspecificatie geheel vals/fictief opgemaakt of doen/laten opmaken, althans in strijd met de waarheid in/op die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat [naam 8] een functie zou hebben als commercieel medewerkster internationaal bij het bedrijf [bedrijf 2] en/of in dienst zou zijn sinds 1 april 2015 bij dat bedrijf en/of over de aangegeven periode een (bruto) (maand)salaris had genoten van 5250 euro, althans onjuiste financiële en/of arbeidsrechtelijke gegevens met betrekking tot die [naam 8] vermeld of doen/laten vermelden op dat/die geschrift(en), met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; Subsidiair dat [medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 1 juni 2016, althans in 2016, te [plaats 5] en/of [plaats 3] en/of [plaats 1] en/of [plaats 7] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om te dienen tot het bewijs van enig feit, namelijk een salarisspecificatie op naam gesteld van [naam 8] , valselijk heeft opgemaakt of doen/laten opmaken en/of heeft vervalst of doen/laten vervalsen, immers heeft die [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, die salarisspecificatie geheel vals/fictief opgemaakt of doen/laten opmaken, althans in strijd met de waarheid in/op die salarisspecificatie vermeld en/of laten vermelden dat [naam 8] een functie zou hebben als commercieel medewerkster internationaal bij het bedrijf [bedrijf 2] . en/of in dienst zou zijn sinds 1 april 2015 bij dat bedrijf en/of over de aangegeven periode een (bruto) (maand)salaris had genoten van 5250 euro, althans onjuiste financiële en/of arbeidsrechtelijke gegevens met betrekking tot die [naam 8] vermeld of doen/laten vermelden op dat/die geschrift(en), met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; welk(
- e)strafba(a)r(
- e)feit(
- en)door verdachte toen daar (telkens) opzettelijk is/zijn uitgelokt door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk - [medeverdachte 1] gevraagd om een (valse) salarisspecificatie op naam van zijn (ex)-partner te regelen en/of - hiervoor gegevens aangedragen bij de boekhouder van die [medeverdachte 1] - hierover (inhoudelijk) veel contact met die [medeverdachte 1] gehad en/of gehouden; en/of B) hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 1juni 2016, althans in 2016, te [plaats 5] en/of [plaats 3] en/of [plaats 1] en/of [plaats 7] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst en/of valselijk opgemaakt geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, namelijk van een vervalste en/of valselijk opgemaakte salarisspecificatie op naam gesteld van [naam 8] , als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)dat geschrift, heeft doen/laten toekomen aan een kantoor van makelaardij [naam 9] en/of [naam 9] in verband met de aanvraag van en/of de bemiddeling/tussenkomst bij het sluiten van een woninghuurovereenkomst ten behoeve van [naam 8] en/of een of meer anderen, en bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat die salarisspecificatie geheel vals/fictief was, althans dat in strijd met de waarheid in/op die salarisspecificatie was vermeld dat [naam 8] een functie zou hebben als commercieel medewerkster internationaal bij het bedrijf [bedrijf 2] en/of in dienst zou zijn sinds 1 april 2015 bij dat bedrijf en/of over de aangegeven periode een (bruto) (maand)salaris had genoten van 5250 euro, althans dat onjuiste financiële en/of arbeidsrechtelijke gegevens met betrekking tot die [naam 8] waren vermeld op dat geschrift; Feit 5 (zaak 3.43) Primair hij op of omstreeks 7 januari 2017 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, te weten [naam 10] , althans ene [naam 10] , althans een (onbekend gebleven) persoon, heeft gedwongen tot afgifte van een hesje of jack, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, die persoon een of meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; en/of hij op of omstreeks 7 januari 2017 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hesje of jack, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, te weten [naam 10] , althans ene [naam 10] , althans een (onbekend gebleven) persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
- n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, die persoon een of meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; Subsidiair hij op of omstreeks 7 januari 2017 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade meermalen, althans eenmaal, een persoon, te weten [naam 10] . althans ene [naam 10] , althans een (onbekend gebleven) persoon, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; Feit 6 (zaak 3.12) hij op of omstreeks 1 november 2016 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade, meermalen, althans eenmaal, een persoon, te weten [naam 11] , althans een persoon, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; Feit 7 (zaak 3.33) A) hij op of omstreeks 10 maart 2016 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade, [naam 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een onderkaakfractuur en/of een neusbeenfractuur en/of een jukbeenkneuzing, althans hoofd letsel, althans, al dan niet met voorbedachten rade, [naam 2] , meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, te weten een onderkaakfractuur en/of een neusbeenfractuur en/of een jukbeenkneuzing, althans hoofdletsel; en/of B) hij op of omstreeks 10 maart 2016 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hesje en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon, te weten [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
- n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, die persoon een of meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; en/of hij op of omstreeks 10 maart 2016 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, te weten [naam 2] heeft gedwongen tot afgifte van een hesje en/of een telefoon, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, die persoon een of meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; Feit 8 (zaak 3.46) hij op of omstreeks 15 oktober 2015, te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachte raad, [naam 12] heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; Feit 9 (zaak 3.29) Primair dat hij op of omstreeks 22 januari 2015 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten, [naam 3] , opzettelijk en al dan niet met voorbedachte raad zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of de slaap van [naam 3] heeft/hebben gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair dat hij op of omstreeks 22januari2015 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachte raad, [naam 3] heeft/hebben mishandeld door meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of de slaap van [naam 3] te hebben/heeft gestompt en/of geslagen; Feit 10 (zaak 3.3) Primair A) hij op of omstreeks 8 mei 2014 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een horloge en/of een hesje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
- n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - die [naam 13] een of meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld en/of - een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft geduwd en/of op het hoofd van die [naam 13] heeft gericht (gehouden), althans met een wapen of voorwerp bedreigd, althans bij die [naam 13] de indruk gewekt dat een wapen op zijn achterhoofd werd gericht (gehouden), en/of - (aldus) door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [naam 13] bij die [naam 13] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan; EN/OF B) hij op of omstreeks 8 mei 2014 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 13] te dwingen tot de afgifte van 5000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld/van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), - die [naam 13] meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, en/of - een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft geduwd en/of op het hoofd van die [naam 13] heeft gericht (gehouden), althans met een wapen bedreigd. althans bij die [naam 13] de indruk gewekt dat een wapen op zijn achterhoofd werd gericht (gehouden), en/of - (tevens) tegen die [naam 13] gezegd: “Dit wordt je ergste nachtmerrie als je niet betaalt” en/of “Je gaat er aan als je woensdag niet betaalt” of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of - (aldus) door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [naam 13] bij die [naam 13] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair hij op of omstreeks 8 mei 2014 te [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade, meermalen, althans eenmaal, [naam 13] heeft gestompt en/of geslagen, althans mishandeld; EN/OF hij op of omstreeks 8 mei 2014 te [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam 13] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachte(n), - die [naam 13] meermalen, althans eenmaal, gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, en/of - een (vuur)wapen tegen het hoofd geduwd en/of op het hoofd van die [naam 13] gericht (gehouden), althans met een wapen bedreigd, althans bij die [naam 13] de indruk gewekt dat een wapen op zijn achterhoofd werd gericht (gehouden), en/of - (tevens) tegen die [naam 13] gezegd: “Dit wordt je ergste nachtmerrie als je niet betaalt” en/of “Je gaat er aan als je woensdag niet betaalt” of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of - (aldus) door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [naam 13] bij die [naam 13] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan; Feit 11 (zaak 3.2) Primair hij op of omstreeks 21 april 2014 te [plaats 2] en/of [plaats 8] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een ( [motorclub 1] ) hesje (met daarin een huurautosleutel) en/of een computer en/of printer en/of een dvd-speler en/of een horloge en/of (een) mobiele telefoon(
- s)en/of motorpapieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 14] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
- n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, die [naam 14] meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld, en/of door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [naam 14] bij die [naam 14] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(
- n)zou worden voldaan; Subsidiair hij op of omstreeks 21 april 2014 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade, [naam 14] meermalen, althans eenmaal, heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld; Feit 12 (onderzoek Harka) hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2014 tot 1 februari 2018, in Nederland, als leider en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een organisatie ( [motorclub 1] ), bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: verdachte en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten: - diefstal al dan niet voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door (bedreiging met) geweld, en/of - afpersing, en/of - dwang, en/of - bedreiging met enig misdrijf tegen het misdrijf gericht en/of met gijzeling en/of met zware mishandeling en/of brandstichting, en/of - zware mishandeling en/of mishandeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend en/of mishandeling, (elk) al dan niet met voorbedachte rade gepleegd, (zijnde misdrijven die in verband stonden met zogenaamde “bad standings” en/of sancties van [motorclub 1] ,) en/of - het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs, althans (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of - het bereiden, bewerken en/of verwerken en/of het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van harddrugs, althans (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of - het al dan niet bedrijfsmatig telen van hennep, althans (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, en/of - het aanwezig hebben van soft- en/of harddrugs, althans (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vormverzuimen Standpunt verdediging De raadslieden hebben bepleit dat de rechtmatigheid van het plaatsen, verwijderen en toepassen van de apparatuur voor het opnemen van de vertrouwelijke communicatie (hierna: OVC) niet kan worden getoetst wegens het ontbreken van processen-verbaal hieromtrent. Bovendien heeft het vierenhalve maand geduurd voordat het eerste gesprek is opgenomen in het clubhuis. Het OVC-bevel is afgegeven vanwege “dringende noodzakelijkheid” daartoe en daarvan is na een dergelijk tijdsverloop geen sprake meer. Dit is een onherstelbaar vormverzuim ex artikel 359a Sv dat moet leiden tot bewijsuitsluiting van de OVCgesprekken, aldus de verdediging. Bovendien heeft de verdediging vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van de opnameapparatuur, nu op pagina 301 van het aanvullende proces-verbaal is opgenomen dat de keuring van het technisch hulpmiddel met keuringsnummer CO045 geldig is tot 1 januari 2016. Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen vormen zijn verzuimd in het vooronderzoek en dat er dus geen aanleiding bestaat voor bewijsuitsluiting. Juridisch kader Het hof zal eerst het juridisch kader omtrent onherstelbare vormverzuimen in het vooronderzoek zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) schetsen. Artikel 359a Sv houdt in dat indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepaald kan worden dat (
- a)de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd, (
- b)de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde feit en (
- c)het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet. Bij de beoordeling van de vraag of aan een vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt, dient de rechter rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd. De eerste factor is "het belang dat het geschonden voorschrift dient". De tweede factor is "de ernst van het verzuim". Bij de beoordeling daarvan zijn de omstandigheden van belang waaronder het verzuim is begaan. Daarbij kan ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen. De derde factor is "het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt". Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Opmerking verdient dat indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim. Oordeel hof Feitelijke gang van zaken Op 29 maart 2014 is het opsporingsonderzoek Akepa gestart. Het dossier bevat een aanvraag bevel voor het opnemen OVC van de communicatie van verdachte van 24 juni 2014. Het betreft onder andere communicatie in het clubgebouw van de [motorclub 1] in [plaats 2] . De rechter-commissaris heeft op 3 juli 2014 een machtiging verleend voor een bevel tot OVC in het opsporingsonderzoek tegen verdachte. De officier van justitie heeft daartoe een motivatie procesverbaal 03DRN12022 van de politie Noord-Nederland overgelegd. De rechtercommissaris heeft de officier van justitie gemachtigd overeenkomstig de vordering met dien verstande dat het bevel wordt gegeven voor een periode van maximaal 4 weken, welke periode aan op het moment dat het eerste gesprek in het clubhuis wordt opgenomen. De officier van justitie heeft het bevel tot OVC in het clubhuis in [plaats 2] afgegeven. Met de verdediging constateert het hof dat in het aanvullend proces-verbaal van 26 september 2018 paginanummer 77 – en daarmee de tweede pagina van dit bevel en daarmee de datum waarop het bevel is afgegeven – ontbreekt in het aanvullend proces-verbaal. Het hof leidt uit de hierna aangehaalde stukken omtrent de wijziging van het bevel evenwel af dat het oorspronkelijke bevel van de officier van justitie op 3 juli 2014 is afgegeven. Op 18 november 2014 om 00:00 uur is de opname van het eerste gesprek in het clubhuis gestart. Op 19 november 2014 is een aanvraag gedaan tot wijziging van het bevel OVC van 3 juli 2014. Deze wijziging betreft de toevoeging dat naast verdachte één of meer van zijn ( [motorclub 1] ) contacten deelnemen aan de communicatie. De machtiging tot wijziging van het bevel tot OVC is op 20 november 2014 door de rechter-commissaris afgegeven. Het bevel tot OVC is op 21 november 2014 door de officier van justitie gewijzigd conform de aanvraag en machtiging tot wijziging. In deze stukken wordt telkens als datum van het bevel 3 juli 2014 genoemd. In het dossier zit voorts een proces-verbaal technische hulpmiddelen verantwoording van OVC van 4 september 2018 en een aanvulling daarop van 1 oktober 2018. Het bevel van de officier van justitie inclusief eventuele verlenging(
- en)en aanvulling(
- en)is geldig van 3 juli 2014 tot en met 27 januari 2017. Met betrekking tot de audioapparatuur zijnde het technisch hulpmiddel: COv045+CSv001+CTv001 dat ter uitvoering van dit bevel is ingezet, is op 24 november 2014 door de Keuringsdienst van de Landelijke Eenheid een conformiteitsverklaring afgegeven, waaruit blijkt dat ten aanzien van dit technisch hulpmiddel een geldig keuringsrapport ex artikel 11, lid 1, van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering is vastgesteld. In de conformiteitsverklaring van 24 november 2014 staat opgenomen dat de Politie / Landelijke Eenheid / DLOS Keuringsdienst verklaart dat het technisch hulpmiddel bestaande uit de volgende componenten met codeaanduidingen: keuringsnummer COv045 (keuringsdatum 14-10-2010, keuring geldig tot 01-01-2016), keuringsnummer CSv001 (keuringsdatum 23-03-2007, keuring geldig tot 15-03-2022) en keuringsnummer CTv001 (keuringsdatum 29-01-2007, keuring geldig tot 15-02-2022), op basis van de bij deze componenten behorende vastgestelde keuringsrapporten als samenstelling voldoet aan de artikelen 10, 12, 13 en 14 van het Besluit Technische Hulpmiddelen Strafvordering. Op 10/11 november 2014 werd het technische hulpmiddel geplaatst, aangesloten, gecontroleerd op goede werking en fysiek beveiligd in het clubhuis. Op 26 november 2015 werden in verband met een technische storing een of meer componenten verwijderd en vervangen. Op 8 februari 2016 werden wederom een of meer componenten verwijderd. Op 13 januari 2017 werden een of meer van de laatste componenten verwijderd. Na afloop van de daadwerkelijke inzet van het technisch hulpmiddel, hebben de met de uitvoering belastende opsporingsambtenaren zich ervan vergewist dat het verwijderde technisch hulpmiddel nog voldeed aan de eisen van de artikelen 10, 12, 13 en 14 van het Besluit Technische Hulpmiddelen Strafvordering. Zij zagen na afloop van de inzet dat er met betrekking tot het ingezette technisch hulpmiddel geen sprake was (geweest) van een technische afwijking, defect, verwijdering of verandering van de oorspronkelijke beveiliging of enige andere onregelmatigheid. Voorts blijkt uit het aanvullend proces-verbaal dat onderzoek is gedaan naar de geldigheid van de keuringsdatum van component COv045. Uit dat onderzoek is gebleken dat component COv045 als onderdeel van een technisch hulpmiddel, als samenstel met het opslagmedium Harddisk een keuringsperiode van 10 augustus 2012 tot 15 augustus 2022 heeft. De geldigheid van de audioapparatuur start van 14 oktober 2010 tot augustus 2022. Op de zitting bij de rechtbank van 22 juni 2018 heeft de officier van justitie uitgelegd dat het erg lastig was om de OVC-apparatuur ongezien en ongehoord te plaatsen in het clubhuis in [plaats 2] . Dit is uiteindelijk in november 2014 gelukt, waardoor de opnames pas vanaf die datum begonnen te lopen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie een plausibele en toereikende verklaring heeft gegeven voor het tijdsverloop tussen het afgeven van het bevel in juli 2014 en het starten van de OVC in november 2014, namelijk dat het heimelijk plaatsen van opnameapparatuur in het clubhuis van [motorclub 1] te [plaats 2] geen eenvoudige zaak was en niet eerder dan in november 2014 was gelukt. Conclusie Het hof concludeert dat uit de BOB-stukken op transparante wijze blijkt op welke wijze en welke gronden de OVC als opsporingsmiddel is ingezet. Het hof volgt de raadslieden niet in hun stelling dat de rechtmatigheid van de inzet van OVC niet of onvoldoende getoetst kan worden, enkel nu pagina 77 uit het aanvullende proces-verbaal ontbreekt. Het hof acht zich op dit punt voldoende geïnformeerd. Het ontbreken van paginanummer 77 in het dossier staat de controleerbaarheid van de gevolgde procedure niet in de weg. Naar het oordeel van het hof zijn de overgelegde BOB-stukken toereikend om de rechtmatigheid van de ingezette opsporingsmiddelen te kunnen toetsen en volgt uit die stukken tezamen eveneens op welke datum door de officier van justitie het bevel tot OVC is gedateerd. Dit geldt ook ten aanzien van het door de verdediging opgeworpen punt omtrent de technische keuring van de opnameapparatuur. Uit de conformiteitsverklaring in het dossier blijkt dat het technisch hulpmiddel, bestaande uit die componenten, op basis van de bij deze componenten behorende vastgestelde keuringsrapporten als samenstelling voldoet aan de artikel 10, 12, 13 en 14 van het Besluit Technische Hulpmiddelen Strafvordering en dat ten aanzien van dit technisch hulpmiddel een geldig keuringsrapport ex artikel 11, lid 1, van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering is vastgesteld. Verder blijkt uit het aanvullend proces-verbaal dat het door de verdediging genoemde technisch hulpmiddel met keuringsnummer CO045 een geldigheid heeft tot augustus 2022. Het hof ziet geen aanleiding om op deze of een andere grond aan de betrouwbaarheid van de opnames die gemaakt zijn met dit technisch hulpmiddel te twijfelen. Het hof is niet gebleken van onrechtmatig handelen of vormverzuimen. Van een onherstelbaar vormverzuim ex artikel 359a Sv is daarom geen sprake. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging dat de OVC-gesprekken moeten worden uitgesloten van het bewijs. Overwegingen met betrekking tot het bewijs Verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (pogingen tot) afpersingen dan wel bedreigingen of het strafrechtelijk dwingen, mishandelingen, diefstallen met geweld en valsheid in geschrifte. Daarnaast staat verdachte terecht voor de verdenking dat hij leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie, [motorclub 1] . Verdachte heeft in eerste aanleg en in hoger beroep alle hem ten laste gelegde feiten ontkend. Standpunt verdediging De raadslieden hebben voor alle feiten vrijspraak van verdachte bepleit. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Wat feit 1 betreft heeft de verdediging subsidiair aangevoerd dat – mocht het hof van oordeel zijn dat sprake is van bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid – dat er in dat geval geen sprake was van causaal verband tussen deze bedreiging en het teniet doen van een schuld door [naam 1] dan wel [bedrijf 1] , waardoor verdachte moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 is door de raadslieden subsidiair bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hij ten aanzien van deze feiten vrijwillig is teruggetreden. Omtrent feit 5 hebben de raadslieden subsidiair betoogd dat het bestanddeel voorbedachten rade niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en voorts dat het causaal verband ontbreekt tussen de afgifte van clubattributen en de vermeende geweldshandelingen. Van diefstal met geweld kan volgens de verdediging bovendien geen sprake zijn, nu het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt. Wat de feiten 6 en 8 betreft heeft de verdediging subsidiair bepleit dat geen sprake was van mishandeling met voorbedachten rade. Ten aanzien van feit 12 stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van een organisatie met het plegen van misdrijven als oogmerk en dat verdachte niet kan worden aangemerkt als ‘deelnemer’ in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) of als leider als bedoeld in artikel 140, derde lid, Sr. Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal concludeert, overeenkomstig haar op de zitting van het hof overgelegde schriftelijk requisitoir, tot bewezenverklaring van de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4A primair en 4B, 5 primair (afpersing), 6, 7A en 7B (diefstal met geweld), 8, 9 primair, 10 primair (A en B), 11 primair en 12. Oordeel van het hof Aan de hand van de in de bijlage bij dit arrest opgenomen bewijsmiddelen, bevattende onder meer redengevende feiten en omstandigheden, zet het hof zijn overwegingen uiteen. Het hof stelt op grond van deze bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting per feit het volgende vast. Feit 1: Afpersing van [naam 1] (Akepa zaak 3.4) Zakelijk conflict [bedrijf 1] en [bedrijf 2] Op 24 december 2013 sluiten [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) een deal voor de levering van menggranulaat door [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] Bij deze deal handelt [naam 1] als directeur van [bedrijf 1] te [plaats 17] en [medeverdachte 1] namens [bedrijf 2] In het begin van 2014 begrijpt [naam 1] dat de levering wordt uitgesteld. Daarop wordt door [bedrijf 1] besloten geen zaken meer te doen met [bedrijf 2] B.V en laat [bedrijf 1] beslag leggen op meerdere betaalrekeningen van klanten naar [bedrijf 2] Telefoontjes en sms’jes verdachte naar [naam 1] Op 6 mei 2014 belt verdachte [naam 1] . De verbinding wordt schijnbaar verbroken. Een paar minuten later belt verdachte weer en komt het gesprek wel tot stand. Verdachte zegt dat hij voor [medeverdachte 1] optreedt als mediator en met [medeverdachte 1] en [naam 1] om tafel wil. Verdachte zegt in dit gesprek: “Ik ben van [medeverdachte 2] , van [motorclub 1] ben ik”, “Nou zeg het maar. Wanneer gaan we zitten. Ik neem [medeverdachte 2] even mee. En dan wil ik even dat probleem van Granulaat even uit de wereld helpen.” en “Ik kom met [medeverdachte 2] of met een andere jongen van de club van ons”. Wanneer [naam 1] vervolgens aangeeft dat het volgens hem gaat om een conflict tussen [medeverdachte 1] en hem, zegt verdachte: “Nee, moet je luisteren. Ik heb alles gelezen”; “Dat gaat me allemaal te ver”, “ik wil gewoon even met jullie aan tafel” en “Met een paar jongens van mij”. [naam 1] kent verdachte niet en googelt na dit telefoongesprek de naam “ [verdachte 1] ”. Wanneer hij ziet wie [verdachte 1] is, begint zijn hand te trillen op het stuur en zakt zijn stem weg. [naam 1] belt zijn werkgever [naam 15] en de politie. Vervolgens belt [naam 1] verdachte terug om te zeggen dat hij het zelf met [medeverdachte 1] oplost. Vijf minuten later sms’t verdachte [naam 1] : “Los dat morgen ff netjes op conform de echte afspraak met [medeverdachte 1] gr [verdachte 1] ” en in de avond: “Wat een kanker klootzakken he in de wereld he kleine jongens proberen kapot te maken met fake facturen”. Afspraak bij [naam hotel] [plaats 9] De volgende dag (7 mei 2014) heeft [naam 1] om 16:30 uur afgesproken met [medeverdachte 1] bij het [naam hotel] hotel in [plaats 9] . Om 17:00 uur smst verdachte [naam 1] : “Laat [medeverdachte 1] me ff bellen”. Tijdens het gesprek met [naam 1] en in zijn bijzijn belt [medeverdachte 1] om 18:38 uur verdachte. [medeverdachte 1] vertelt verdachte dat [naam 1] het “keurig met hem heeft opgelost”. Verdachte vraagt [medeverdachte 1] om [naam 1] even te geven zodat hij hem kan spreken. Verdachte bevestigt dat [naam 1] het op deze manier “goed heeft opgelost” met [medeverdachte 1] . [naam 1] verklaart later dat hij tijdens het gesprek “als een klein kind” sorry zei tegen [medeverdachte 1] en de toezegging deed dat hij alle beslagen eraf heeft gehaald. 's Avonds krijgt [naam 1] nog een sms-bericht van [verdachte 1] : “Je hebt het opgelost, keurig”. Het hof is van oordeel dat het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] tijdens de afspraak in [naam hotel] is georkestreerd door verdachte en [medeverdachte 1] om aan [naam 1] te laten merken dat [verdachte 1] op de achtergrond nog steeds betrokken was bij de afhandeling van het conflict en om tijdens de afspraak tussen [medeverdachte 1] en [naam 1] , de druk op [naam 1] – voor zover nodig – verder op te voeren. Dit zodat hij het zakelijke conflict met [medeverdachte 1] niet (verder) zou doorzetten. Het hof leidt dit af uit de inhoud van het telefoongesprek en andere bewijsmiddelen, waaruit volgt dat verdachte wist dat [medeverdachte 1] met [naam 1] in het [naam hotel] zat toen hij [naam 1] smste met de vraag of [medeverdachte 1] hem kon bellen. Toen het telefoongesprek plaatsvond, was het conflict echter reeds ten voordele van [medeverdachte 1] beslecht. Intrekken factuur [naam 1] laat na het gesprek met [medeverdachte 1] bij [naam hotel] alle beslagen eraf halen en emailt de creditnota direct naar [medeverdachte 1] . Het volledige bedrag dat was gefactureerd aan [bedrijf 2] is in zijn totaliteit teruggetrokken. Hierdoor is schade geleden. Als [medeverdachte 1] het afgesproken puin had afgenomen, dan was de hoogte van de factuur ongeveer € 525.000,- geweest. Angst bij [naam 1] Toen [naam 1] de afspraak met [medeverdachte 1] had gemaakt bij [naam hotel] in [plaats 9] , vroeg hij, omdat hij bang, was de politie om te surveilleren op de parkeerplaats van [naam hotel] . Hij hoort dat dat niet mogelijk is. vertelt de politie over het zakelijke conflict met [medeverdachte 1] , waarbij verdachte van [motorclub 1] als bemiddelaar is ingehuurd. [naam 1] vertelt dat hij op 7 mei 2014 een afspraak heeft met [medeverdachte 1] . [naam 1] zegt de politie dat hij de uitkomst van het gesprek wil afwachten voordat hij eventueel aangifte doet. Hij vraagt de politie om advies over zijn veiligheid. De politie adviseert [naam 1] om te zorgen voor onopvallende beveiliging van hemzelf en om het gesprek op te nemen zodat hij eventueel bewijsmateriaal heeft. [naam 15] verklaart bij de politie dat hij op verzoek van [naam 1] beveiliging voor hem heeft geregeld tijdens een gesprek met [medeverdachte 1] . Omdat [naam 1] bang was, stuurde hij eerst een collega naar [naam hotel] om te kijken of er motoren waren. [naam 1] schakelde ook een professioneel bedrijf in, dat twee dagen voor hem heeft gewerkt. Zonder bemoeienis van verdachte was het volgens [naam 1] tot een rechtszaak gekomen. [naam 15] wilde de rechtszaak – vanuit een zakelijk oogpunt – nog steeds door laten gaan. [naam 1] zei toen: “Als je dat wilt, dan lever ik mijn ontslagbrief in. Ik ben zuinig op mijn gezin”. De gebeurtenissen zijn bij [naam 1] “wel even blijven hangen” en maakten hem meer oplettend. [naam 1] zoon was destijds 7 maanden oud en [naam 1] verklaart: “Wij gingen de eerste weken er iedere nacht uit om te kijken of alles nog goed was, of het alarm er wel goed opzat of om te kijken of er wat was, omdat we een geluid hoorden. We waren wel achterdochtig daardoor geworden”. [naam 1] heeft in 2014 contact gehad met de politie, maar wil geen aangifte doen uit angst dat hem iets overkomt. Hij is bang voor de privégevolgen en de zakelijke gevolgen. Hij durft op het moment van zijn getuigenverhoor (14 maart 2016) geen aangifte te doen, maar wil het verhaal wel vertellen. Het heeft destijds immers “zoveel indruk op hem gemaakt”. Op 14 maart 2016 bezoeken verbalisanten de woning van [naam 1] met de vraag of hij aangifte wilde doen. [naam 1] vertelde dat het grote indruk op hem en zijn gezin heeft gemaakt en dat hij bang is geweest dat hem of zijn gezin iets zou overkomen. Hij was bang dat door het doen van aangifte de gebeurtenissen met verdachte zich weer zouden herhalen. [naam 1] rijdt vervolgens achter de verbalisanten aan naar het politiebureau in [plaats 10] . Daar vertelt hij dat hij geen aangifte wil doen, maar wel een getuigenverklaring wil afleggen. Terwijl [naam 1] de verbalisanten volgt naar het politiebureau, belt hij met, vermoedelijk, zijn vrouw. Zij geeft hem in overweging nog eens goed na te denken over het doen van aangifte. [naam 1] zegt hierop dat hij “die mannen echt eng vindt”, en dat zij “tot alles in staat zijn”. Hij noemt het “levensgevaarlijk”. In een telefoongesprek met een andere (onbekende) man tijdens de autorit naar [plaats 10] , krijgt [naam 1] wederom het advies niet te veel te zeggen, want “je hebt een gezin he?”. Ook wordt hem gezegd dat het “mongolen zijn, die gasten”. Daarop reageert [naam 1] dat hij dat weet en noemt het wederom “levensgevaarlijk”. Getuige [getuige 1] verklaart bij de politie dat hij in het eerste kwartaal van 2014 in contact kwam met [bedrijf 2] Tijdens een afspraak vertelde [medeverdachte 1] aan [getuige 1] dat hij een goede relatie had met verdachte, president bij [motorclub 1] , en dat zij goed bevriend waren. Dit verhaal maakte indruk op [getuige 1] . Hij kende de naam van verdachte ook via het bedrijf [bedrijf 1] en later ook via [naam 1] . [naam 1] vertelde [getuige 1] namelijk dat hij bang was voor de afspraak die hij had met [medeverdachte 1] en dat hij beveiliging met zich mee nam. [getuige 1] schrok hiervan en werd hierdoor ook wat alerter. Op 21 januari 2016 vindt er een ontmoeting plaats bij het [naam 16] Hotel in [plaats 11] waarbij verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) aanwezig zijn. [medeverdachte 3] vertelt dat hij [naam 1] heeft gesproken, dat [naam 1] vertelde dat hij net was gebeld door verdachte en dat [naam 1] vertelde dat het zweet hem aan alle kanten uitbrak. Rol en wetenschap [medeverdachte 1] Uit de afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken volgt dat verdachte [medeverdachte 1] een terugkoppeling gaf over het telefonische contact dat hij met [naam 1] heeft. Op 6 mei 2014 belt [medeverdachte 1] verdachte en zegt [medeverdachte 1] dat [naam 1] “hartstikke bang” is, dat nadat verdachte gebeld heeft [naam 1] zei: “Ja, maar die zijn van de motorclub” en dat [naam 1] heeft gevraagd om verdachte terug te bellen omdat [naam 1] hem liever niet belt. Op de dag van de afspraak bij [naam hotel] (7 mei 2014) belt [medeverdachte 1] verdachte en vertelt dat hij die dag met [naam 1] om half 5 heeft afgesproken. Bij de politie verklaart [medeverdachte 1] dat hij bij een afspraak met verdachte het verhaal over [naam 1] en [bedrijf 1] heeft verteld aan verdachte, waarop verdachte voorstelde om eens te bellen. Verdachte heeft het telefoonnummer van [medeverdachte 1] ontvangen. Door de inzet van verdachte is de factuur ingetrokken en het probleem opgelost. [medeverdachte 1] snapt dat verdachte dreigend overkomt. Hij zou zelf ook “in de rats” zitten als er een paar jongens van [motorclub 1] voor de deur zouden staan. Op de vraag van de verbalisanten waarom [naam 1] alleen moest komen, antwoordt [medeverdachte 1] dat zowel [naam 1] als hij dachten dat zij zouden worden bedreigd; [naam 1] door verdachte en [medeverdachte 1] door [naam 15] . Bij de politie verklaart verdachte dat hij bij BBQ-feestje bij [medeverdachte 1] thuis een hesje droeg. Bij de politie verklaart [medeverdachte 1] verder dat hij in de periode 2012-2013 met verdachte in contact kwam toen het niet lukte om met behulp van advocaten een zakelijk conflict over pensioengelden op te lossen. [medeverdachte 1] ontmoette verdachte in [plaats 2] . [medeverdachte 1] verklaart daarover dat verdachte “helemaal onder de tattoos” zat en een hesje van de motorclub [motorclub 2] aan had. [medeverdachte 1] schrok daar wel van. Verdachte zei tijdens die ontmoeting tegen [medeverdachte 1] dat hij als betrokkene bij het incassobureau [incassobureau] naar de zaak zou kijken. Een medewerker van het incassobureau zou contact opnemen met [medeverdachte 1] als verdachte iets voor hem kon betekenen. [medeverdachte 1] is vervolgens met het incassobureau in zee gegaan. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat de advocaat van de tegenpartij, mr. Kalmijn, er direct “een [motorclub 2] - en afpersingszaak” van heeft gemaakt. Ook zou mr. Kalmijn tegen [naam 17] hebben gezegd dat als [motorclub 2] niet langer betrokken was bij de zaak dat de gelden dan zouden worden vrijgegeven. [medeverdachte 1] ontving uiteindelijk een bedrag van € 50.000,-. Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat [medeverdachte 1] verdachte bewust heeft ingeschakeld om de factuur te laten intrekken. [medeverdachte 1] had in het verleden in het kader van een incasso al contact gehad met verdachte, die toen nog lid was van [motorclub 2] , en deze incasso was naar [medeverdachte 1] tevredenheid afgehandeld. Uit het dossier volgt dat [medeverdachte 1] reeds toen ervan op de hoogte was dat betrokkenheid van een aan een incassobureau gelieerde motorclub bij het innen van een incasso als dreigend werd ervaren en dat deze dreiging tot een snelle betaling kon leiden. [medeverdachte 1] was voorts niet alleen op de hoogte van de hoedanigheid van verdachte als lid van [motorclub 1] en de dreiging die daarvan kan uitgaan, [medeverdachte 1] heeft verdachte juist vanwege deze hoedanigheid ingezet. [medeverdachte 1] was er ook van op de hoogte dat [naam 1] bang was door de telefoontjes van verdachte. Dit heeft hem er niet toe gebracht om verdachte op te dragen het contact met [naam 1] te beëindigen. Integendeel, uit de telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] volgt naar het oordeel van het hof dat het [medeverdachte 1] om deze angst van [naam 1] te doen is geweest. [medeverdachte 1] schakelt vervolgens verdachte in voor zijn conflict met [naam 1] . Met daarbij in zijn achterhoofd het feit dat het in 2012-2013 met [incassobureau] goed was verlopen. [medeverdachte 1] dacht dat het misschien bij het geschil met [naam 1] op dezelfde wijze zou kunnen gaan verlopen. Dat is de reden dat [medeverdachte 1] verdachte heeft gevraagd om [naam 1] te bellen. Conclusie t.a.v. feit 1 Het hof acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde afpersing in vereniging. Het hof neemt de verklaring van [naam 1] bij de politie in beginsel als uitgangspunt en acht deze verklaring betrouwbaar, nu deze eerste verklaring – in tegenstelling tot zijn verklaring bij de rechtercommissaris – sneller na het ten laste gelegde is afgelegd en steun vindt in andere bewijsmiddelen, waaronder de opgenomen telefoongesprekken tussen [verdachte 1] en [naam 1] en de telefoongesprekken die [naam 1] op 14 maart 2016 op weg naar het politiebureau voert. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] verdachte heeft gevraagd contact te zoeken met [naam 1] , met wie [medeverdachte 1] een zakelijk conflict had. In dit zakelijke conflict werd [medeverdachte 1] door [naam 1] aangesproken. [medeverdachte 1] kende verdachte van een eerdere incasso en wist dat hij lid was van [motorclub 1] . Daarnaast wist [medeverdachte 1] dat verdachte intimiderend op anderen kon overkomen. [medeverdachte 1] wilde bereiken dat [naam 1] een vordering zou intrekken en heeft met dit doel, in plaats van een advocaat, de hulp van verdachte ingeschakeld. Verdachte heeft in zijn contacten met [naam 1] doelbewust verwezen naar [motorclub 1] en toenmalig leider [medeverdachte 2] , en aldus gebruik gemaakt van de gewelddadige reputatie van de motorclub [motorclub 1] om [naam 1] vrees aan te jagen en te dwingen de vordering in te trekken. Door onder meer aan te kondigen dat hij met [medeverdachte 2] of een andere jongen van [motorclub 1] zou langskomen heeft hij [naam 1] laten vrezen voor gebruik van geweld tegen hem en/of zijn gezin als hij het geschil met [medeverdachte 1] niet zou ‘oplossen’ door de factuur in te trekken en zo te doen wat [medeverdachte 1] en verdachte wilden. Verdachte was zich ervan bewust dat het noemen van zijn naam en een verwijzing naar [motorclub 1] voldoende is om een conflict op te lossen. Naast de inhoud van de uitlatingen van verdachte heeft volgens het hof ook de hoeveelheid van de smsberichten en telefoontjes naar [naam 1] bijgedragen aan het bedreigende karakter van het contact dat verdachte met [naam 1] zocht. Dat dit contact bedreigend was en dat [naam 1] bang was dat hem of zijn gezin iets zou overkomen, blijkt genoegzaam uit de bewijsmiddelen. Op de vrees voor het gebruik van geweld bij [naam 1] was de opzet van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] blijkens de inhoud van hun telefoongesprekken ook gericht. Door de bewezenverklaarde handelingen is [naam 1] uiteindelijk gedwongen tot het tenietdoen van een inschuld, waardoor sprake is van een voltooide afpersing. Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(
- re)rol in de voorbereiding. Op basis van de bewijsmiddelen, en meer in het bijzonder de telefonische contacten tussen verdachte en [medeverdachte 1] , is het hof van oordeel dat sprake is van een voldoende bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] en dat sprake is van medeplegen. [medeverdachte 1] heeft de afpersing allereerst geïnitieerd en gecoördineerd. Verder heeft hij deze afpersing mede uitgevoerd door aanwezig te zijn bij de afspraak met [naam 1] . Verdachte heeft in nauw overleg met [medeverdachte 1] meermalen telefonisch en via sms contact gehad met [naam 1] en hem – kort gezegd – geïntimideerd. Onderwijl hadden [medeverdachte 1] en verdachte contact. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] geprofiteerd van deze afpersing doordat [naam 1] de factuur heeft ingetrokken. De rol van [medeverdachte 1] bij de ten laste gelegde afpersing is naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. De afpersing van [naam 1] is hiermee in vereniging gepleegd. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde. Feit 2: Poging tot afpersing van [naam 4] en [naam 5] (Akepa zaak 3.1) Zakelijk conflict [medeverdachte 1] en [bedrijf 3] Aandeelhouders van [bedrijf 3] [naam 5] (hierna: [naam 5] ) en [naam 4] (hierna: [naam 4] ) worden vanaf mei 2014 over een pensioenconflict met [medeverdachte 1] telefonisch benaderd door verdachte. [medeverdachte 1] meent dat [bedrijf 3] hem een bedrag van circa € 91.000,- aan pensioengelden verschuldigd is. Dit betreft een conflict met verdachte als oud vennoot. Telefoontjes en sms’jes [verdachte 1] naar [naam 4] Op 3 mei 2014 belt verdachte [naam 4] en spreekt als voicemailbericht in dat hij al twee keer een voicemailbericht heeft ingesproken en dat hij berichten heeft gestuurd via sms en WhatsApp. Verdachte zegt vervolgens: “He luister vriend, regel wat met onze gezamenlijke vriend. (…), maar regel dat even af ja.. (…) We steken elkaar niet de gek aan.” Op 7 mei 2014 probeert verdachte het opnieuw en krijgt hij [naam 4] telefonisch wel te spreken. Verdachte zegt dat hij er met [naam 4] uit gaat komen, voor [medeverdachte 1] . Wanneer [naam 4] spreekt over het betrekken van een advocaat of de politie binnen dit conflict, reageert verdachte dat hij mensen heeft ingeschakeld, “ook van de pers”. [verdachte 1] zegt dat hij er wel 3 jaar voor wil zitten, voor [naam 4] en ook voor [naam 5] en dat hij “wel voor het gerecht wil komen". Verdachte voegt toe: “Ik ben niet alleen, dus jij mag mij op laten sluiten.” Op een gegeven moment zegt verdachte: “Als jij gewoon een goeie normale kerel bent, een grote jongen en je bent in de echte mannen wereld, waar ik in opgegroeid bent met [medeverdachte 2] en andere mensen en wie dan ook in de grote mannen wereld, he? Dan kom je bij elkaar en dan ga je zitten en dan zeg je, luister, die heeft gelijk, die heeft gelijk en we gaan het oplossen.” Aan het einde van het gesprek zegt verdachte: “Vriend, ik blijf je dag en nacht bellen” en “Neem dit nou serieus jongen en ga niet mij dreigen met de politie jong. Moet je niet doen”. Ook stuurt [verdachte 1] in de periode van 6 mei 2014 tot en met 12 juni 2014 verschillende intimiderende, dreigende dan wel beledigende sms’jes naar [naam 4] en [naam 5] . Bezoek [verdachte 1] en [medeverdachte 1] bij bedrijf [naam 5] Op 6 juni 2014 bezoeken verdachte en [medeverdachte 1] het bedrijf van [naam 4] en [naam 5] . Verdachte heeft bij de echtgenote van [naam 5] naar [naam 4] en [naam 5] gevraagd, maar zij waren niet aanwezig op het bedrijf. Daarop zijn verdachte en [medeverdachte 1] weer weggegaan. Afspraak bij restaurant [hotelnaam] [plaats 3] Op 12 juni 2014 hebben verdachte en [medeverdachte 1] een afspraak met [naam 4] en [naam 5] bij restaurant [hotelnaam] in [plaats 3] . Verdachte draagt een hesje van [motorclub 1] en wordt vergezeld door twee andere [motorclub 1] leden met een hesje aan. Deze twee andere [motorclub 1] leden zitten twee tafels verderop van de tafel met verdachte, [medeverdachte 1] , [naam 4] en [naam 5] . Het geluid van het gesprek bij [hotelnaam] tussen verdachte en [medeverdachte 1] en [naam 4] en [naam 5] is opgenomen en een uitwerking daarvan bevindt zich in het dossier. Verdachte benoemt in dit gesprek wederom dat hij wel één of twee jaar wil zitten voor deze kwestie. Hij laat het er ook niet bij zitten, maar geeft aan dat dit de laatste keer is dat hij aan het woord is: “Er komen andere mensen aan het woord”. Wanneer [naam 5] zegt dat hij het graag via de rechter op wil lossen onder het mom van het leven in een rechtstaat, reageert verdachte: “Nee, nee, nee wij leven niet in een rechtstaat. Wij leven in een papieren staat.” En later zegt verdachte dat het geen rechtszaak meer gaat worden. Tegen het einde van het gesprek begint hij [naam 4] en [naam 5] uit te schelden. Angst bij [naam 4] en [naam 5] en [naam 4] hebben bij de politie verklaard dat zij dit gesprek op 12 juni 2014 als bedreigend hebben ervaren. Daarbij spelen volgens hen de aanwezigheid van verdachte en zijn twee ‘secondanten’, de kleding, het taalgebruik en de lichaamstaal ook een rol. [naam 4] heeft sindsdien camerabewaking bij zijn woning en [naam 5] paste zijn leefstijl aan de dreiging aan. Op het bedrijf van [naam 4] en [naam 5] zijn door hen ook veiligheidsmaatregelen getroffen. [naam 5] voelt zich bedreigd en onder druk gezet om tot betaling van onterechte vorderingen [naam 19] te gaan en zegt hierover ook: “Het bedreigende gevoel zit niet zozeer in de inhoud van de berichten als wel in de geplaatste context van motorclubs die in vol ornaat ten tonele verschijnen.” Al vóór het gesprek bij [hotelnaam] op 12 juni 2014 geeft [naam 4] aan de politie door dat hij door verdachte wordt gebeld op een dreigende en intimiderende manier. Uit angst voor escalatie durft [naam 4] op 15 mei 2014 geen aangifte te doen. Op 26 mei 2014 maakt [naam 4] wederom meldingen van de sms’jes en telefoontjes afkomstig van verdachte. Hij doet geen aangifte, maar wil graag dat de politie adequaat zal reageren op een eventuele noodoproep. Rol en wetenschap [medeverdachte 1] Op 7 mei 2014 belt [medeverdachte 1] verdachte en bedankt hem voor wat hij gaat doen. Verdachte zegt dat hij gisteren “die Visboer” heeft gesproken en dat “je hem nog nooit zo klein hebt gehoord”. [verdachte 1] voegt toe: “Een telefoontje is genoeg”. Gelet op de overige bewijsmiddelen begrijpt het hof dit gesprek zo dat [naam 19] [naam 4] wordt gesproken door verdachte en [medeverdachte 1] . Verdachte doet op 8 mei 2014 telefonisch verslag bij [medeverdachte 1] van een telefoontje van de derde aandeelhouder van [bedrijf 3] , [naam 18] . Verdachte zegt ook dat er schot in de zaak zit, waarop [medeverdachte 1] zegt: “daarom, daarom. Ze zijn bang hoor”. Op 10 mei 2014 vertelt [medeverdachte 1] verdachte dat hij door [naam 18] is gebeld. [naam 18] zei dat hij er helemaal buiten wil blijven. [naam 18] zei ook dat “ze” nu echt bang worden en het met verdachte gaan oplossen. [medeverdachte 1] zegt: “ [verdachte 1] ik denk dat het op de goeie manier gaat”. Verdachte verzekert [medeverdachte 1] : “weet je wat het is.. dit zijn mensen die weet ik te bestoken op de manier zoals het hoort.” Op 11 juni 2014 zegt [medeverdachte 1] in een telefoongesprek met verdachte wederom dat [naam 5] “wel heel erg bang was geworden”. Laatste telefoontje [verdachte 1] naar [naam 4] Op 19 juni 2014 spreekt verdachte bij [naam 4] het volgende voicemailbericht in: “luister, ik heb je gezegd, ik kan er niets meer aan doen met [medeverdachte 1] . Ik ben er helemaal klaar mee. [medeverdachte 1] die zoekt maar een andere partij die dit gaat doen en die meldt zich maandag denk ik vanzelf”. Conclusie t.a.v. feit 2 Het hof acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot afpersing in vereniging. Blijkens de bewijsmiddelen heeft verdachte telefonisch contact opgenomen met [naam 4] en [naam 5] in het kader van een zakelijk conflict met [medeverdachte 1] . Uiteindelijk heeft [medeverdachte 1] samen met verdachte afgesproken met [naam 4] en [naam 5] om [naam 19] het conflict te praten. [naam 4] en [naam 5] hebben zich door verdachte bedreigd gevoeld, door zijn taalgebruik, zijn lichaamstaal en door de kleding die hij droeg. Door bij de ontmoeting met [naam 4] en [naam 5] het hesje van [motorclub 1] te dragen en zich te laten vergezellen door twee andere clubleden in clubkleding, heeft verdachte gebruik gemaakt van de gewelddadige reputatie van de motorclub om [naam 4] en [naam 5] vrees aan te jagen en zodoende te bewegen de vordering van verdachte te voldoen. Ook bij dit feit heeft verdachte aan de telefoon de naam van (toenmalig leider) van [motorclub 1] [medeverdachte 2] genoemd en zodoende verwezen naar de motorclub. De bewoordingen van verdachte, onder andere dat hij bereid is om voor [naam 5] en [naam 4] “te gaan zitten”, zijn volgens het hof op te vatten als bedreigend, zeker gelet op en in samenhang met de context waarin dit werd gezegd. Ook doet verdachte intimiderende uitlatingen door bijvoorbeeld te zeggen dat hij de pers heeft ingelicht en dat hij door de politie wordt afgeluisterd. Tijdens het gesprek bij [hotelnaam] is verdachte bedreigend en intimiderend doordat hij meermalen aangeeft “niet alleen” te zijn en het “er niet bij laat zitten”. Dat dit contact bedreigend was en dat [naam 4] en [naam 5] bang waren dat hen iets zou overkomen, blijkt genoegzaam uit de bewijsmiddelen. [medeverdachte 1] wist, zoals bij feit 1 reeds beschreven, uit het verleden dat betrokkenheid van (een aan een incassobureau gelieerde) motorclub bij het innen van een incasso als dreigend werd ervaren en dat deze dreiging tot een snelle betaling zou kunnen leiden. Ook uit het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] op 6 mei 2014, zoals eveneens hiervoor bij feit 1 beschreven, blijkt dat [medeverdachte 1] wist dat een telefoontje door verdachte dreigend over kon komen en tot angstgevoelens kon leiden. Op de vrees voor het gebruik van geweld bij [naam 4] en [naam 5] was de opzet van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] blijkens de inhoud van hun telefoongesprekken ook gericht. Doordat [naam 4] en [naam 5] niet hebben betaald, is de afpersing niet voltooid en is het bij een poging daartoe gebleven. Het hof is van oordeel dat er sprake is geweest van dreiging met geweld en een poging tot afpersing. Op basis van de bewijsmiddelen, en meer in het bijzonder de inhoud van de telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] , het gezamenlijke bezoek aan het bedrijf van [naam 5] en [naam 4] en de aanwezigheid van [medeverdachte 1] bij het gesprek bij het [hotelnaam] Hotel te [plaats 3] , is het hof van oordeel dat [medeverdachte 1] de poging tot afpersing heeft geïnitieerd en mede heeft uitgevoerd door aanwezig te zijn bij de afspraak met [naam 1] . De rol van [medeverdachte 1] bij de ten laste gelegde afpersing is naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat sprake was van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] dat kan worden gesproken van medeplegen. De poging tot afpersing van [naam 4] en [naam 5] is hiermee in vereniging gepleegd. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair ten laste gelegde. Feit 3: poging tot afpersing van [naam 6] (Akepa zaak 3.7) Conflict [medeverdachte 3] en [naam 6] Eind 2014 gaat het bedrijf [bedrijf 4] failliet. Bij dit bedrijf maakt [naam 6] (hierna: [naam 6] ) deel uit van het dagelijks bestuur. Door dit faillissement verliest [medeverdachte 3] een bedrag van € 200.000,-. Introductie verdachte bij [medeverdachte 3] door verdachte [medeverdachte 3] weet dat [medeverdachte 1] omgaat met verdachte. [medeverdachte 3] komt met [medeverdachte 1] te spreken [naam 19] het faillissement van [bedrijf 4] en [medeverdachte 1] vertelt [medeverdachte 3] dat hij wel iemand weet om dat te regelen: verdachte. [medeverdachte 3] meent dat [naam 6] hem € 200.000,- verschuldigd is. [medeverdachte 3] en [naam 6] komen in het geschil daarover niet tot een oplossing. Bij een afspraak in het [naam 16] hotel in [plaats 11] op 21 januari 2015 zien [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] elkaar. Even later schuift verdachte aan bij dit gesprek. Het gesprek tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en later verdachte is opgenomen en een uitwerking daarvan bevindt zich in het dossier. Voordat verdachte arriveert vertelt [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] [naam 19] hem. [medeverdachte 1] beschrijft verdachte als een “grote kerel met een hesje” en als “de teamleider van [motorclub 1] ”. Wanneer verdachte aanschuift introduceert [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] bij hem. [medeverdachte 3] weet wat verdachte nu voor [medeverdachte 1] “aan het oplossen” is, vertelt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vertelt verdachte ook dat [medeverdachte 3] een soortgelijk verhaal heeft. [medeverdachte 3] vertelt dat hij voor 2,5 ton “genaaid” is en de volgende dag met [naam 6] gaat lunchen. Verdachte reageert: “Luister, het zal wel leuk wezen als je ergens wat afspreekt en dat ik dan zo binnenstrompel, dat ik jou eventueel een knuffel geef.” Ook zegt hij: “En dan denkt die man van… snap je wat ik bedoel? Dat is meestal genoeg.” [medeverdachte 3] kan bijna niet geloven dat het zo gemakkelijk zal gaan. Verdachte voegt nog toe: “Maar ik wou daar zo toevallig binnen komen, en jou even een knuffel geven, even naar binnen gaan, even zitten, een klein lunchje nemen en dan weer weg. (….) even een collega meenemen.”, waarop [medeverdachte 3] zegt dat hij dat “wel even in scène kan zetten”. Verdachte stelt voor dat [medeverdachte 3] in het gesprek met [naam 6] tegen hem zegt: “Ik was gisteren met [medeverdachte 1] aan het lunchen en toen kwamen twee man van de motorclub binnen zetten, dat zijn vrienden van [medeverdachte 1] ja. Oh. [naam 15] , kent die jongen, moet je zeggen, dat is [verdachte 1] kun je ook even zeggen. (…) oh wat een buffel (…) maar ja die doet in incasso’s dus [medeverdachte 1] zei direct: Schuif even aan. Moet je zeggen, ja ik heb hem niet gevraagd hoor”. Verdachte wil wel “een paar centen” ontvangen als het lukt om het geld te krijgen, want: “ik bedoel mijn naam is zeer gevoelig, maar ook zeer respectvol, heleboel mensen hebben respect voor mensen zoals ik ben”. [medeverdachte 1] voegt nog toe dat het meer indruk maakt wanneer verdachte iets tegen [naam 6] zegt, dan wanneer [medeverdachte 1] dat zelf doet. Ook kost verdachte minder dan een advocaat, aldus [medeverdachte 1] . Ook zegt verdachte tegen [medeverdachte 3] dat hij kan zeggen dat er van die buffels “van de motorclub, die beruchte motorclub, die [motorclub 1] ” binnenkwamen en dat [medeverdachte 3] zich de pleuris schrok. [medeverdachte 3] brengt vervolgens ter sprake dat hij [naam 1] (het hof begrijpt: [naam 1]) heeft gesproken, dat [naam 1] tegen hem heeft gezegd dat hij gebeld was door [verdachte 1] en dat het zweet hem aan alle kanten uitbrak. [medeverdachte 3] zegt vervolgens “nou dat werkt wel. Alleen maar gebeld zegt ie. Ja schitterend.” Waarop verdachte zegt: “dat is mooi”. Op een later moment in 2015 heeft [medeverdachte 3] telefonisch contact met verdachte en een afspraak gemaakt bij [naam hotel] in [plaats 2] . [medeverdachte 3] en verdachte hebben toen afgesproken dat verdachte [naam 6] zal bellen in verband met het bedrag van € 200.000,- dat [naam 6] [medeverdachte 3] verschuldigd zou zijn. Telefoontjes [verdachte 1] naar [naam 6] Op 5 februari 2015 belt verdachte [naam 6] . Verdachte steekt van wal over dat [naam 6] nog geld heeft van [medeverdachte 3] . Wanneer [naam 6] vraagt met wie hij spreekt, zegt verdachte: “Wie ik ben? (…) Dat wet oe toch? De brommerclub, de brommerclub toch. (…) Luister [naam 6] . Doe niet alsof je achterlijk bent of wat dan ook. (…) Ik ken jou beter als jij denkt dat ik euh dat jij denkt”. Het gesprek eindigt in een monoloog van verdachte waarin hij [naam 6] meermalen uitscheldt en tegen [naam 6] zegt: “je mag ook direct aangifte gaan doen bij wie dan ook. Ik ga rustig voor jou drie maand weg of nou een jaar of wat dan ook. (…) Maar luister, ik krijg van meneer (…) [medeverdachte 3] zo bericht of jij dat netjes oplost of niet. Zo simpel is het. Doe je dat niet? Ik zal jou vertellen, en dat mag je best tegen de politie zeggen, ik ga jou volgen tot in het graf. Echt waar. (…) Maar ik zal je vertellen vriend, de verkeerde man getroffen op dat gebied. Ik laat niet los. (…) Ik laat niet los. (…) Kijk maar wat je er mee doet, ik hoor wel van hem hoe dat gaat worden, ja?”. Een kleine tien minuten na dit gesprek belt verdachte [naam 6] opnieuw en zegt weer meerdere keren dat hij niet los zal laten. Hij draagt [naam 6] op: “jij gaat het gewoon regelen met [medeverdachte 3] ”. Verdachte sluit het gesprek af met: “Maar ik zal je vertellen ik heb deze opdracht gekregen en ik ga deze opdracht gewoon afmaken. Zo simpel is het, ja? Je mag erbij halen wie je erbij halen wil. Je mag doen wat je doet, je mag aangifte doen wat je ook doet, ook de politie luistert mee, dat weet ik gewoon. Iedereen mag mee doen die mee wil doen. Maar ik zal je vertellen: ik laat dit niet rusten. Dat meen ik echt. Ik laat dit niet rusten”. Wanneer verdachte [naam 6] diezelfde dag in de avond voor de derde keer belt, zegt [naam 6] : “Ik ga er nou melding maken van dat ik aangifte ga doen van bedreiging”, waarop hij wordt uitgescholden door verdachte. Angst bij [naam 6] [medeverdachte 3] verklaart dat hij is gebeld door [naam 6] . [naam 6] zei tegen [medeverdachte 3] dat hij was gebeld door verdachte en dat verdachte hem had bedreigd. [naam 6] wil zelf niet met de politie over het conflict met [medeverdachte 3] praten, omdat hij niet “in de molen” wil terechtkomen, omdat zijn gegevens dan op straat komen te liggen. Toen het conflict speelde, is hij wel naar de politie gegaan om een melding te maken. Hij wilde een melding maken zodat als er wat zou gebeuren met zijn vrouw of kind, de politie wist wat er speelde. Hij wil niet meewerken om alsnog een verklaring op papier te zetten, omdat hij voor zichzelf kiest. Als hij geen vrouw en kind had gehad, zou hij gelijk meegegaan zijn naar het bureau om een verklaring af te leggen, aldus [naam 6] . Conclusie t.a.v. feit 3 Het hof acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot afpersing. Ook bij dit feit verwijst verdachte in zijn contacten met [naam 6] doelbewust naar [motorclub 1] . Uit het opgenomen gesprek bij het [naam 16] hotel in [plaats 11] op 21 januari 2015 leidt het hof af dat verdachte zich bewust was van het feit dat het lidmaatschap van [motorclub 1] indrukwekkend en afschrikwekkend is en daarmee een nuttig instrument om iemand onder druk te zetten om te betalen. Verdachte zegt immers dat het binnenvallen van verdachte bij de afspraak tussen [medeverdachte 3] en [naam 6] en het geven van een knuffel aan [medeverdachte 3] “meestal genoeg is”, omdat er in de ogen van [naam 6] “van die buffels” binnen kwamen, van de “beruchte motorclub [motorclub 1] ”. Ook laat verdachte [naam 6] onder meer op een intimiderende manier weten dat hij een jaar voor [naam 6] weg gaat en dat hij niet los zal laten. Verdachte heeft [naam 6] laten vrezen voor gebruik van geweld tegen hem en/of zijn gezin als hij het geschil met [medeverdachte 3] niet zou ‘oplossen’ door hem te betalen en zo te doen wat verdachte en [medeverdachte 3] wilden. Verdachte was zich blijkens het OVC-gesprek van 21 januari 2015 ervan bewust dat het noemen van zijn naam en een verwijzing naar [motorclub 1] voldoende is om een conflict op te lossen. Naast de inhoud van de uitlatingen van verdachte heeft volgens het hof ook de hoeveelheid van telefoontjes naar [naam 6] bijgedragen aan het bedreigende karakter van het contact dat verdachte met [naam 6] zocht en onderhield. In dit contact met [naam 6] liet verdachte zich dwingend en bedreigend uit. Dat bij [naam 6] daadwerkelijk de vrees is ontstaan dat verdachte ook geweld zou gaan toepassen ten aanzien van hem of zijn gezin, blijkt naar het oordeel van het hof ook uit het feit dat [naam 6] geen verklaring wenst af te leggen bij de politie omdat hij naar eigen zeggen voor zichzelf kiest en een vrouw en kind heeft. Op de vrees voor het gebruik van geweld bij [naam 6] was de opzet van [medeverdachte 1] en verdachte blijkens het OVC-gesprek van 21 januari 2015 ook gericht. Doordat [naam 6] niet heeft betaald, is de afpersing niet voltooid en is het bij een poging daartoe gebleven. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd, zodat voor dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak volgt. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 primair ten laste gelegde. Feit 4: Valsheid in geschrift en gebruik maken daarvan (Akepa zaak 3.47) Huurwoning in [plaats 2] In maart 2016 benadert [naam 8] (hierna: [naam 8] ) – de toenmalige partner van verdachte – onder begeleiding van haar ‘werkgever’ [medeverdachte 1] makelaar [naam 9] (hierna: [naam 9] ) over het huren van een woning aan de [straat] te [plaats 12] . [naam 9] zoekt een nieuwe huurder altijd op via internet en komt er zo achter dat [naam 8] een relatie heeft met verdachte. De makelaar geeft door dat de deal geen doorgang krijgt, om de belangen van zijn opdrachtgever de heer [naam 19] zo goed mogelijk te behartigen. Op 21 april 2016 stuurt [medeverdachte 1] een e-mail naar [naam 9] , waarin [medeverdachte 1] zegt dat hij met [naam 19] heeft gesproken en diens bezorgdheid heeft kunnen wegnemen. [medeverdachte 1] schrijft in de e-mail dat alleen [naam 8] en haar twee kinderen in de woning komen wonen en dat [medeverdachte 1] garant staat voor het betalen van de huur. De huurovereenkomst wordt op 27 april 2016 getekend door [naam 19] , [naam 8] en [medeverdachte 1] . In de huurovereenkomst staat opgenomen dat volgens [naam 8] en [medeverdachte 1] geen sprake is van bemoeienis door verdachte en dat uitdrukkelijk wordt gegarandeerd dat [naam 8] het pand zelfstandig met haar twee dochters zal bewonen. [naam 8] stelt ten behoeve van het afsluiten van het huurcontract een salarisspecificatie beschikbaar. Daaruit volgt dat zij in loondienst is van [bedrijf 2] in [plaats 3] als commercieel medewerkster internationaal en dat zij daarvoor een bruto inkomen per maand ontvangt van € 5.250,-. Netto ontvangt zij een bedrag van € 3.114,51, wat volgens [naam 9] voldoende lijkt te zijn om de huur van de woning te kunnen betalen. Valselijk opgemaakte salarisspecificatie Volgens [medeverdachte 1] moest [naam 8] de huurwoning aan de [straat] op haar naam hebben. Verdachte vertelde dat hij niets op zijn naam kon hebben staan. [medeverdachte 1] boekhouder Auke [naam 20] (hierna: [naam 20] ) heeft een salarisspecificatie opgemaakt voor [naam 8] . [naam 8] heeft nooit voor [bedrijf 2] gewerkt. De salarisspecificatie is valselijk opgemaakt om [naam 8] een inkomen te verschaffen, zodat ze de huur van de woning kon betalen, aldus [medeverdachte 1] . [naam 20] , de boekhouder van [bedrijf 2] , heeft op verzoek van [medeverdachte 1] een pro forma salarisstrook opgemaakt en aan [medeverdachte 1] overhandigd. Dat [naam 8] in 2016 niet bij [bedrijf 2] heeft gewerkt volgt uit door de politie bij de Belastingdienst opgevraagde informatie en uit de opgevraagde gegevens van de bankrekening van [naam 8] . Verdachte woonde ook in de huurwoning Uit de bewijsmiddelen volgt dat niet alleen [naam 8] met haar twee dochters in de woning is gaan wonen na het sluiten van het huurcontract, maar dat ook verdachte hier ging wonen. Dat het van meet af aan het plan is geweest dat verdachte ook in de huurwoning zou wonen, leidt het hof af uit de volgende bewijsmiddelen. In het tapgesprek van 6 april 2016 feliciteert [medeverdachte 1] verdachte met het feit dat hij mag verhuizen naar [plaats 7] , nu ze het huurcontract zullen gaan opmaken. In het getapte telefoongesprek van 27 april 2016 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte 1] dat in het huurcontract niet staat dat [verdachte 1] er niet mag komen, want: “als er maar geen overlast is (…) en denken dat jij er niet woont”. Rol en wetenschap verdachte Uit de getapte telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] volgt bovendien naar het oordeel van het hof dat verdachte niet enkel geprofiteerd heeft van het valselijk opmaken van de salarisspecificatie, maar ook betrokken was bij het valselijk opmaken daarvan. Op 10 maart 2016 bespreken [medeverdachte 1] en verdachte dat [naam 8] de papieren moet tekenen. Een dag later legt [medeverdachte 1] telefonisch aan verdachte uit dat de boekhouder van [medeverdachte 1] langskomt bij [naam 8] en verdachte. De boekhouder moet wat gegevens van [naam 8] ontvangen en [naam 8] moet een handtekening zetten. [medeverdachte 1] regelt de loonstrookjes. Tijdens een gesprek op 17 maart 2016 geeft [medeverdachte 1] aan verdachte door dat [medeverdachte 1] [naam 20] de opdracht heeft gegeven. Het bedrag op het loonstrookje moet aangepast worden, dat zal [naam 20] doen. Verdachte zegt dat hij weet dat het bedrag aangepast moet worden en hij zegt toe het loonstrookje te komen ophalen wanneer het klaar is en dat hij het er dan ook direct naartoe brengt. Conclusie t.a.v. feit 4 Het hof acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte, samen met een ander, heeft schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een salarisspecificatie op naam van zijn toenmalige partner (4A primair). Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Gelet op de inhoud van de telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] is naar het oordeel van het hof sprake van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] dat kan worden gesproken van medeplegen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd om “dit” te regelen (het hof begrijpt: het valselijk opmaken van de salarisspecificatie). Verdachte heeft ook een actieve rol gespeeld bij het valselijk opmaken van de salarisspecificatie. Hij hoorde van [medeverdachte 1] welke gegevens er van [naam 8] moesten worden aangeleverd, hij ontving van [medeverdachte 1] steeds terugkoppelingen over de actuele stand van zaken met betrekking tot de huurwoning en heeft bovenal geprofiteerd van het valselijk opmaken. Verdachte kon immers de huur niet op zijn naam hebben staan en op deze manier konden verdachte en [naam 8] toch de huurwoning betrekken op naam van [naam 8] . Door het valselijk opmaken van de valse salarisspecificatie leek het namelijk alsof [naam 8] voor het bedrijf van [medeverdachte 1] werkte, terwijl ze ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst daar niet werkzaam was. Het hof verwerpt aldus het verweer van de verdediging dat verdachte niet betrokken was bij het valselijk opmaken van de salarisspecificatie. Daarnaast acht het hof bewezen dat verdachte, samen met zijn toenmalige partner [naam 8] , opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de valse salarisspecificatie (4B). De valselijk opgemaakte salarisspecificatie was nodig om op naam van [naam 8] een huis te kunnen huren. Verdachte is samen met [naam 8] in het betreffende huis gaan wonen. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4A primair en 4B ten laste gelegde. Feit 5: Afpersing van [naam 10] (Akepa zaak 3.43) Toepassing geweld en gedwongen afgifte [motorclub 1] hesje Op 29 maart 2014 start het opsporingsonderzoek Akepa naar leden van het [motorclub 1] chapter [plaats 2] . In het clubhuis in [plaats 2] wordt onder andere op 7 januari 2017 vertrouwelijke communicatie (OVC) opgenomen. In de memberroom van [motorclub 1] in [plaats 2] wordt die dag [naam 10] (hierna: [naam 10] ) aangesproken op zijn gedrag. [naam 10] is de president van de Duitse chapter van [motorclub 1] en had zich misdragen in Denemarken, aldus verdachte. Door middel van stemherkenning wordt vastgesteld dat, naast [naam 10] , verdachte, [naam 21] en [naam 22] aanwezig zijn in de memberroom. [naam 10] heeft zelf ook verklaard dat hij op 7 januari 2017 in [plaats 2] was en werd opgeroepen om naar eigen zeggen “af te leggen”. Uit het OVC-gesprek van 7 januari 2017 volgt dat [naam 10] in ‘bad standing’ uit [motorclub 1] wordt gezet. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom meermalen het “geluid alsof er wordt geslagen” klinkt. Uit het proces-verbaal blijkt ook dat er iemand op dit geluid reageert met: “aaarch … waarom?”. Meerdere malen wordt gezegd dat het slachtoffer zijn jack uit moet doen. Verdachte zegt op een gegeven moment: “Ik sla je de (ntv). We hebben je jack, anders had ik je die (ntv) kapot geslagen”. Vervolgens praten de aanwezigen in de memberroom na het verlaten van [naam 10] nog wat na. Hierbij zegt verdachte: “je slaat hem nog dood nog” en [naam 21] zegt: “Godverdorie, ik wou hem.. (ntv) maar hij had genoeg gehad ja”. Dat net als [naam 21] verdachte ook gefrustreerd is, blijkt uit de volgende uitlating: “Ik heb m'n eigen jongens hier d'r uitgetrapt (ntv) he. Die heb ik helemaal allemaal verbouwd, geloof mij, helemaal de kop kapot geslagen, en oorsuizen d'r bij. En dan ga ik zo'n jongen sparen? Ga weg man.” Nadat meer mensen de memberroom komen, deelt [naam 22] mee: “Luister jongens. [naam 10] is er net uit gegaan. BS (het hof begrijpt: bad standing)”. Verdachte deelt ook nog mee: “Als ik wat mag zeggen.... (…) Mensen die zich in het buitenland niet kunnen gedragen, die krijgen op hun bek.” Conclusie t.a.v. feit 5 Het hof acht bewezen dat verdachte [naam 10] op 7 januari 2017 heeft afgeperst. In het proces-verbaal van bevindingen van 13 april 2018 is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom een geluid klinkt alsof iemand een klap krijgt. Uit het proces-verbaal blijkt ook dat het slachtoffer op dit geluid reageert met “aaarch … waarom?” De in het proces-verbaal genoemde geluidsopname 'File Number 9260, Subfile 023' is ter terechtzitting van het hof van 14 maart 2022 beluisterd. Het hof acht het relaas van de verbalisant omtrent de OVC-opname betrouwbaar waar deze verbalisant heeft opgenomen dat er het geluid van klappen te horen zijn op de opname, mede nu in het geluidsfragment ook een pijnkreet te horen is na het geluid van een klap. De enige conclusie die naar het oordeel van het hof uit de beschrijving van het geluidsfragment kan worden getrokken, is dat het slachtoffer door verdachte is gestompt en/of geslagen. Uit de reactie van het slachtoffer op het geluid van een klap volgt genoegzaam dat er sprake is van pijn bij het slachtoffer. Bovenstaand gewelddadig handelen, dat in het kader van een zogenaamde bad standing heeft plaatsgevonden, is naar zijn aard wederrechtelijk. Uit een verklaring van verdachte bij de politie volgt dat nieuwe leden van [motorclub 1] zelf hun eigen hesje moeten betalen. Van clubeigendom van de hesjes en daardoor het ontbreken van de wederrechtelijkheid bij het afpakken daarvan is dan ook geen sprake. Het hof is bovendien – anders dan de verdediging – van oordeel dat sprake is van causaal verband tussen de geweldshandelingen en het afgeven van het clubhesje. Uit OVC-opname volgt dat direct nadat de eerste klap aan [naam 10] wordt uitgedeeld, tegen hem wordt geschreeuwd dat hij zijn hesje uit moet doen. De geweldshandelingen uiteindelijk stoppen in ieder geval niet voordat het hesje van [naam 10] is afgepakt en hij uit de memberroom is gezet. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. Anders dan de advocaat-generaal komt het hof tot de conclusie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd. Het hof ziet onvoldoende aanwijzingen van betrokkenheid van anderen dan verdachte bij het toepassen van het geweld ten aanzien van [naam 10] . Het hof zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5 primair ten laste gelegde. Feit 6: Mishandeling met voorbedachten rade van [naam 11] (Akepa zaak 3.12) Mishandeling In het clubhuis van [motorclub 1] in [plaats 2] wordt onder andere op 1 november 2016 OVC opgenomen. Op die datum wordt in de memberroom [naam 11] (hierna: [naam 11] ) toegesproken. Volgens verdachte is op het OVC-gesprek te horen dat hij boos is op [naam 11] en hij hem verbaal toespreekt. [naam 11] had geld geleend en verdachte stond hiervoor garant. [naam 11] hield zich vervolgens niet aan de afspraak, waardoor verdachte “in zijn hemd stond”. Door middel van stemherkenning wordt vastgesteld dat, naast [naam 11] , verdachte en [medeverdachte 6] aanwezig waren in de memberroom. Uit het OVC-gesprek van 1 november 2016 volgt dat [naam 11] wordt ‘teruggesneden’ naar de rang van prospect binnen [motorclub 1] . Verdachte schreeuwt tegen [naam 11] dat hij nooit meer tegen hem gaat liegen. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom meermalen het “geluid van klappen” te horen is. Wanneer iemand de memberroom verlaat, spreekt [medeverdachte 6] [naam 11] nog verder toe. [medeverdachte 6] zegt tegen [naam 11] dat hij verdachte kwaad heeft gemaakt. Verdachte komt de memberroom weer binnen en zegt weer dat [naam 11] hem niet zomaar gaat verlaten, dat [naam 11] nog geluk heeft gehad omdat verdachte boos is en dat verdachte zal laten zien dat hij de baas is. Iedereen verlaat de memberroom, behalve verdachte. [naam 22] komt binnen en zegt tegen verdachte: “De reacties te horen heb je ze mooi een poepie laten ruiken” en na het noemen van de naam [naam 11] : “Wel eh… knock out geslagen? Goed”. Verdachte reageert: “Ik heb net [naam 11] van België wat gegeven, teruggezet naar prospect”. In de vergadering die later op de avond in de memberroom wordt gehouden deelt verdachte mee dat hij die dag “ [naam 11] van België” heeft teruggesneden naar prospect met een paar draaien om de oren. Later zegt verdachte nog: “Gewoon keihard d'r weer op, heeft een paar flappers aan z'n oren gehad. Behoorlijk last van, denk ik. Nou ja, da's beter dan dat je steeds loopt te trekken aan mensen, vooraf, dat ze geld moeten betalen.”. [naam 11] zei tegen de Belgische politie dat hij geen enkele verklaring wilde afleggen, maar zegt wel dat hij “klappen” heeft ontvangen bij een mishandeling in [plaats 2] . Hij wilde dit echter niet opgenomen hebben in een proces-verbaal uit angst voor verdere problemen met [motorclub 1] . Verdachte heeft bij de rechtbank verklaard dat hij met “ [naam 11] heeft een paar flappers aan z'n oren gehad” bedoelt dat hij een draai om de oren heeft gehad. Conclusie t.a.v. feit 6 Het hof acht bewezen dat verdachte [naam 11] op 1 november 2016 met voorbedachten rade heeft mishandeld door hem meermalen te slaan. Het hof stelt vast dat de verdediging in hoger beroep heeft verzocht om [naam 11] als getuige te horen. Het hof dat verzoek bij tussenarrest toegewezen. De raadsheer-commissaris heeft gemotiveerd bericht dat van de getuige geen (actuele) woon- of verblijfplaats vastgesteld kon worden. De verdediging heeft later in de procedure niet opnie