← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:3859

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.292.698/01 CJIB-nummer : 229891287 Uitspraak d.d. : 16 mei 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 8 februari 2021, betreffende Mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam, beweerdelijk optredend voor [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure Mr. M. Lagas (hierna: Lagas) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard, omdat Lagas geen machtiging heeft overgelegd waaruit volgt dat hij gemachtigd is om namens de betrokkene beroep in te stellen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie juist heeft beslist.
  2. Lagas voert aan dat de officier van justitie diens informatieplicht heeft geschonden, omdat het zaakoverzicht niet is opgestuurd. Daarnaast heeft de officier van de justitie de hoorplicht geschonden.
  3. Het verweer inhoudende dat sprake is van schending van de hoorplicht gaat niet op. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen toereikende machtiging was verstrekt. De officier van justitie kon daarom op grond van artikel 7:17, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ervan afzien om de indiener van het beroep te horen.
  4. Ook de klacht dat sprake is van schending van de informatieplicht faalt. Nu het beroep niet is ingesteld door of namens degene aan wie de sanctie is opgelegd, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een belanghebbende, terwijl bovendien terecht is afgezien van het houden van een hoorzitting, was de officier van justitie niet gehouden om het zaakoverzicht aan Lagas te verstrekken.
  5. Lagas wijst er daarnaast op dat de kantonrechter de gemachtigde kennelijk ontvankelijk heeft verklaard, nu door de kantonrechter inhoudelijk is ingegaan op het beroep.
  6. Het hof stelt vast dat de kantonrechter, nadat hij tot het oordeel was gekomen dat het beroep tegen de inleidende beschikking terecht niet-ontvankelijk was verklaard, alsnog is ingegaan op de inhoudelijke gronden tegen de inleidende beschikking. De kantonrechter heeft dit ten onrechte gedaan. Dit hoeft echter niet te leiden tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen met verbetering van gronden.
  7. Aanleiding voor een proceskostenveroordeling is er niet. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.