Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002378-21 Uitspraak d.d.: 24 mei 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht van 12 mei 2021 met parketnummer 05-189015-20 in de strafzaak tegen [Voornamen en achternaam verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] , wonende aan de [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.H.J. van Dooijeweert, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis van 12 mei 2021, waartegen het hoger beroep is gericht, voor – kort gezegd – het als medepleger beschikbaar stellen en verhandelen van miljarden inloggegevens en het medeplegen van gewoontewitwassen van het daarmee verdiende geld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en (grotendeels) op juiste gronden heeft beslist. Hetgeen daartegen door en namens verdachte is aangevoerd brengt het hof – mede gelet op de overwegingen van de rechtbank op die punten en gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, waarvan het hof geen reden heeft om aan de juistheid en betrouwbaarheid te twijfelen – niet tot andere beschouwingen of beslissingen dan de rechtbank. Het hof zal het vonnis daarom bevestigen, met verbetering van de gronden ten aanzien van een deel van de weergave van de bewijsmiddelen en de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 2, behalve voor zover het betreft de strafoplegging en de beslissing ten aanzien van het beslag. Ten aanzien van die onderdelen van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Verbetering van gronden Het hof zal de verbeteringen van de gronden van het vonnis hieronder vermelden. In de weergave van het bewijsmiddel 'een proces-verbaal van verhoor verdachte op 17 januari 2020', zoals opgenomen op pagina 7 van het vonnis, staat als verklaring van verdachte de volgende zin opgenomen: ''Ik heb geen betrokkenheid bij de hack bij Canva.com.'' Naar het oordeel van het hof bevat deze zin geen voor de bewezenverklaring redengevende feiten of omstandigheden. Het hof zal het vonnis daarom in die zin verbeteren dat deze zin zal worden doorgehaald. In de weergave van het bewijsmiddel 'een proces-verbaal van bevindingen', zoals opgenomen op pagina 9 van het vonnis, staat de volgende zin opgenomen: ''Het account gerelateerd aan [kenmerk e-mailadres] @WU.design: [kenmerk e-mailadres] .'' Uit het bewijsmiddel op pagina 302 van het dossier leidt het hof af dat hier sprake is van een kennelijk verschrijving door opname van de letters 'WU' in plaats van 'WLI'. Het hof zal het vonnis daarom in die zin verbeteren dat deze zin als volgt zal worden verbeterd: ''Het account gerelateerd aan [kenmerk e-mailadres] @WLI.design: [kenmerk e-mailadres] .'' Het vonnis bevat op pagina 16 de volgende kwalificatie voor het bewezenverklaarde onder 2: ''medeplegen van gewoontewitwassen''. Het hof constateert dat dit niet aansluit bij de wettelijke delictsomschrijving waarop de tenlastelegging is gebaseerd en op grond waarvan de rechtbank het bewezenverklaarde onder 2 blijkens de toepasselijke wettelijke voorschriften op pagina 19 van het vonnis kennelijk heeft bedoeld te kwalificeren. Het hof zal deze kennelijk vergissing in het vonnis daarom in die zin verbeteren dat de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde als volgt komt te luiden: ''medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken.'' De voornoemde verbeteringen worden tevens opgenomen in het aan dit arrest gehechte afschrift van het vonnis. De daarin verbeterde tekst is vetgedrukt en cursief opgenomen. Voor het overige worden de bewijsmotivering en de kwalificatie van het vonnis bevestigd. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte voor – kort gezegd – het als medepleger beschikbaar stellen en verhandelen van miljarden inloggegevens en het medeplegen van gewoontewitwassen van het daarmee verdiende geld, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De advocaat-generaal heeft bevestiging van het vonnis gevorderd, met uitzondering van een deel van de beslissing met betrekking tot het beslag. Het hof zal het beslag hieronder afzonderlijk behandelen. De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met de oplegging van een taakstraf, al dan niet aangevuld door de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe is gewezen op het feit dat het gaat om een voorbereidingsdelict en geen daadwerkelijke computercriminaliteit, dat verdachte een (vrij) beperkte rol had bij Weleakinfo.com, dat hij nooit de intentie had om mensen te benadelen en dat hij erg lijdt onder de druk van de strafzaak. Voor wat betreft dat laatste is aangevoerd dat bij een veroordeling verdachtes plan voor emigratie naar de Verenigde Staten van Amerika voor ten minste vijfentwintig jaren niet zou kunnen worden gerealiseerd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij het volgende in beschouwing genomen. Verdachte is samen met anderen in de periode augustus 2016 tot en met januari 2020 betrokken geweest bij de website Wealeakinfo.com. Op deze website werden meer dan twaalfmiljard inloggegevens beschikbaar gesteld. Dit betrof onder meer e-mailadressen en al dan niet versleutelde wachtwoorden. Deze inloggegevens waren afkomstig van ruim tienduizend wereldwijde computerinbraken en datalekken, onder andere bij het bedrijf Canva.com. De website bood gebruikers tegen betaling van een bedrag voor een abonnementsdienst voor een bepaalde duur de mogelijkheid om deze gegevens te doorzoeken. Verdachte verzorgde (op zijn minst) de verwerking en het uploaden van (nieuwe) databases met inloggegevens. Er was sprake van een professioneel, intensief en internationaal samenwerkende groep van daders, met naast verdachte in ieder geval één Koreaanse en één Ierse mededader, waarbij ook actief is geprobeerd de transacties die verband hielden met de website buiten het zicht van de belastingdienst en opsporingsdiensten te houden door dit geld via verschillende (ook buitenlandse) bankrekeningen, cryptovaluta-accounts en cryptovaluta-diensten over te boeken naar de eindbestemming. Daarmee heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Het handelen van verdachte en zijn mededaders en de grote schaal waarop zij als heer en meester meenden te mogen beschikken over andermans inloggegevens toont aan dat zij geen enkel ontzag hebben gehad voor de digitale veiligheid van anderen. Door anderen tegen betaling in staat te stellen naar hartenlust inloggegevens te doorzoeken en daarmee te gebruiken, hebben zij bijgedragen aan de ondermijning van de digitale infrastructuur, met alle mogelijke maatschappelijke gevolgen van dien, waaronder andersoortige al dan niet digitale strafbare feiten. Juist van iemand met een ICT-achtergrond, zoals verdachte, zou mogen worden verwacht dat hij zich meer dan gemiddeld bewust is van de digitale gevaren die gepaard gaan met publiek gemaakte inloggegevens. Het hof rekent het verdachte sterk aan dat hij in weerwil van de feiten en omstandigheden claimt een nobel doel te hebben gehad met zijn betrokkenheid bij de website. Voor een dergelijk nobel doel had verdachte zich immers reeds lang voor zijn aanhouding door de politie op andere wijze kunnen inzetten voor de digitale veiligheid van mensen. Het hof heeft er acht op geslagen dat voor het feit zoals bewezen is verklaard onder feit 1, geen oriëntatiepunten voor straftoemeting beschikbaar zijn. Verder heeft het hof er acht op geslagen dat er geen vergelijkbare zaken zijn berecht door Nederlandse rechters. Het hof hecht eraan op te merken dat ook het College van procureurs-generaal geen richtlijn voor strafvordering op dat vlak heeft opgesteld, zodat het hof ook daaruit geen indicatie kan halen voor de straftoemeting. Een uitgangspunt voor de straftoemeting is daardoor lastig vorm te geven. Wel stelt het hof vast dat het bewezenverklaarde onder 1 blijkens de wettelijke delictsomschrijving wordt gestraft met ten hoogste een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en het onder 2 bewezenverklaarde gewoontewitwassen met ten hoogste een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. Het hof heeft meegewogen dat verdachte – voor zover bekend – niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Ook heeft het hof meegewogen dat verdachte vanaf zijn negentiende levensjaar betrokken is geweest bij het bewezenverklaarde. Het hof weegt die leeftijd van verdachte in enige mate strafverminderend mee. De lange pleegperiode en de aard en omvang van het delict en de potentiële gevaren die dat met zich heeft meegebracht, weegt het hof in strafverhogende zin mee. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de ernst van het feit met zich brengt dat met geen andere straf kan worden volstaan dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof overweegt daartoe dat het met name vanuit preventief oogpunt, zowel generaal als speciaal, noodzakelijk is dat een krachtig signaal wordt afgegeven aan digitaal vaardige personen. Anders dan de advocaat-generaal meent het hof dat aansluiting bij het huidige strafmaximum (zij het deels voorwaardelijk) daarvoor in dit geval, mede gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, onevenredig zou zijn. Alles afwegend is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden in beginsel passend is. In dit geval zal het hof de helft van deze straf, negen maanden, voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd voor de duur van drie jaren verbinden. Het hof acht dat in de zaak van verdachte passend vanwege de gevolgen van deze veroordeling voor verdachte. Het hof acht dit voorwaardelijk strafdeel voorts noodzakelijk om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw op enige wijze in te laten met cybercriminaliteit. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Beslag Onder verdachte zijn diverse voorwerpen in beslag genomen en nog niet teruggegeven. Het gaat onder meer om diverse computers, harde schijven, telefoons en bank-/betaalpassen. De rechtbank heeft de verbeurdverklaring van al deze voorwerpen uitgesproken omdat het onder 1 onder 2 bewezenverklaarde met behulp van die voorwerpen is begaan. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank ten aanzien van het beslag moet worden bevestigd, met uitzondering van de beslissing van de rechtbank om de Samsung-telefoon terug te geven aan verdachte. De rechtbank heeft slechts de in die Samsung-telefoon aanwezige SD-kaart verbeurdverklaard. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de Samsung-telefoon, inclusief de SD-kaart moet worden verbeurdverklaard, nu die is gebruikt bij het bewezenverklaarde onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.