← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:470

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.262.051/01 CJIB-nummer : 215577799 Uitspraak d.d. : 24 januari 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 mei 2019, betreffende [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd met stukken. Deze zijn doorgestuurd aan de gemachtigde. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R406- voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 maart 2018 om 08:56 uur op de Bosweg in Geleen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde voert aan dat er geen sprake is van een park, plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De ambtenaar verklaart ook dat de locatie deel uitmaakt van de openbare weg. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Verder is eerder een beschikking door de advocaat-generaal ingetrokken voor dezelfde gedraging op dezelfde locatie. Deze sanctie kan daarom niet in stand blijven.
  3. Artikel 5:11 van de APV van de gemeente Sittard-Geleen luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “
  4. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
  5. Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg; (…)”
  6. Het dossier bevat twee door de advocaat-generaal overgelegde aanvullende processen-verbaal waarin onder meer als volgt is verklaard: “Ik zag dat het bovengenoemde voertuig in het plantsoen stond geparkeerd. Deze plaats maakt deel uit van de openbare weg en het is mij ambtshalve bekend dat dit tevens gemeentegrond is."
  7. Indien al zou kunnen worden vastgesteld dat het voertuig stond geparkeerd op een plaats, genoemd in het eerste lid van artikel 5:11 van de APV van de gemeente Sittard-Geleen, volgt uit hetgeen de ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal heeft verklaard, namelijk dat het plantsoen waarin het voertuig stond deel uitmaakt van de openbare weg, dat de uitzondering bedoeld in het tweede lid onder a van de APV van toepassing is. Gelet hierop kan de gedraging niet worden vastgesteld. Het hof zal derhalve als volgt beslissen.
  8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het geven van een nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punt te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.354,50 (= 1,5 x € 541,- + 2,5 x € 759,- x 0,5). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van in totaal € 1.354,
  9. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.