GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.293.420/01 CJIB-nummer : 232923228 Uitspraak d.d. : 17 juni 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 1 februari 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 april 2020 om 11:27 uur op de A28 in Leusden met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert onder verwijzing naar de foto’s in het dossier aan dat de telefoon niet werd vastgehouden, maar werd bediend terwijl deze zich in de houder bevond. De gedraging is aldus niet begaan.
- De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat uit de foto('s) weliswaar blijkt dat de onderkant van de telefoon in een hoesje/houder zit, maar dat de hand die in contact is met de telefoon zich in een positie bevindt die eerder aan vasthouden doet denken dan aan het bedienen van de telefoon.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring: “Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. (…)” In het dossier bevinden zich verder foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is het voertuig van de betrokkene te zien die op de meest rechtergelegen rijstrook rijdt. Op de ingezoomde foto is te zien dat de ogen van (kennelijk) de betrokkene gericht zijn op het scherm van een lichtgekleurde mobiele telefoon. Anders dan de advocaat-generaal meent, is geen telefoonhouder zichtbaar op deze foto's. Verder stelt het hof vast dat vier vingers van de rechterhand van de betrokkene zichtbaar zijn aan de achterkant van de mobiele telefoon, terwijl de duim niet zichtbaar is en zich kennelijk aan de voorkant van het toestel bevindt. Aldus kan op basis van de foto's worden vastgesteld dat de betrokkene tijdens het rijden zijn mobiele telefoon vasthoudt en staat vast dat de gedraging is verricht.
- Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.