← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:5099

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer 21/00608 uitspraakdatum: 14 juni 2022 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 15 april 2021, nummers UTR 20/2161, 20/2163 t/m 20/2170, 20/2172 t/m 20/2176, 20/2178 t/m 20/2187, 20/2189 t/m 20/2202, 20/2204 t/m 20/2212, 20/2214 t/m 20/2259, 20/2261 t/m 20/2291, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij op één aanslagbiljet verenigde beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaken [adres1] 2 tot en met 248 (even nummers) te [plaats1] (hierna: [adres1] 2248), per waardepeildatum 1 januari 2018, voor het jaar 2019 vastgesteld. Tegelijk met deze beschikkingen zijn voor het jaar 2019 aanslagen onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld. 1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende, waarin hogere waarden voor [adres1] 2-248 zijn bepleit, heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de WOZ-beschikkingen vernietigd, omdat sprake zou zijn van een onjuiste objectafbakening. De aanslagen OZB zijn daarbij eveneens vernietigd. 1.3. Naar aanleiding van die uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar op 30 juni 2020 bij één nieuwe beschikking op grond van de Wet WOZ de waarde van de onroerende zaak [adres1] 2 te [plaats1] , per waardepeildatum 1 januari 2018, voor het jaar 2019 vastgesteld en tegelijk met deze beschikking voor het jaar 2019 één aanslag OZB voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte en een aanslag watersysteemheffing vastgesteld. 1.4. Belanghebbende is tegen de onder 1.2 bedoelde uitspraken op bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.5. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord M. van Campenhout als gemachtigde van belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [naam1] . Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten. 2Overwegingen 2.1. Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis met betrekking tot onderhavige procedure het volgende overeengekomen: de vernietiging van de onder 1.1. bedoelde WOZ-beschikkingen wordt teruggedraaid; de bij deze WOZ-beschikkingen vastgestelde waardes worden verhoogd overeenkomstig de hierna onder 2.4. opgenomen tabel (op basis van de door belanghebbendes gemachtigde opgestelde taxatieverslagen); de heffingsambtenaar vergoedt de door belanghebbende in beroep en hoger beroep gemaakte kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand overeenkomstig de forfaitaire systematiek van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit); en e heffingsambtenaar vergoedt de door belanghebbende voor het beroep en hoger beroep betaalde griffierechten. 2.2. Het Hof zal overeenkomstig punten

  1. a)tot en met
  2. d)beslissen. Dat betekent dat het hoger beroep gegrond is. 2.3. Partijen zijn ter zitting en in aanvulling op de onder 2.1 genoemde afspraken voorts bij wijze van compromis het volgende overeengekomen: de heffingsambtenaar stelt met betrekking tot de onder 1.1. bedoelde onroerende zaken nieuwe aanslagen OZB en watersysteemheffing vast ten aanzien van belanghebbende, berekend naar de overeenkomstig onderdeel 2.1.
  3. b)van deze uitspraak verhoogde waardes; belanghebbenden doet afstand van ieder rechtsmiddel tegen deze nieuwe aanslagen; de heffingsambtenaar vernietigt de onder 1.3. bedoelde WOZ-beschikking, aanslag OZB en aanslag watersysteemheffing; en belanghebbende trekt het door haar bij de Rechtbank aanhangig gemaakte beroep (met nummer 21/3404 WOZ) inzake die beschikking en die aanslagen in. 2.4. De WOZ-waardes van de onroerende zaken [adres1] 2248 worden per waardepeildatum 1 januari 2018, voor het jaar 2019, op grond van het hiervoor onder 2.1.
  4. b)en 2.2. overwogene als volgt vastgesteld: Nr. Nieuw vastgestelde waarde 2 € 225.000 4 € 221.000 6 € 282.000 8 € 257.000 10 € 266.000 12 € 208.000 14 € 197.000 16 € 194.000 18 € 233.000 20 € 212.000 22 € 225.000 24 € 233.000 26 € 212.000 28 € 225.000 30 € 193.000 32 € 211.000 34 € 209.000 36 € 183.000 38 € 186.000 40 € 212.000 42 € 181.000 44 € 183.000 46 € 186.000 48 € 212.000 50 € 181.000 52 € 224.000 54 € 208.000 56 € 250.000 58 € 159.000 60 € 175.000 62 € 205.000 64 € 194.000 66 € 195.000 68 € 192.000 70 € 159.000 72 € 174.000 74 € 205.000 76 € 197.000 78 € 189.000 80 € 187.000 82 € 159.000 84 € 176.000 86 € 205.000 88 € 198.000 90 € 189.000 92 € 186.000 94 € 217.000 96 € 158.000 98 € 176.000 100 € 214.000 102 € 211.000 104 € 189.000 106 € 186.000 108 € 217.000 110 € 208.000 112 € 170.000 114 € 184.000 116 € 163.000 118 € 175.000 120 € 216.000 122 € 192.000 124 € 206.000 126 € 174.000 128 € 158.000 130 € 187.000 132 € 206.000 134 € 175.000 136 € 158.000 138 € 205.000 140 € 186.000 142 € 207.000 144 € 176.000 146 € 158.000 148 € 205.000 150 € 186.000 152 € 213.000 154 € 175.000 156 € 158.000 158 € 203.000 160 € 175.000 162 € 170.000 164 € 199.000 166 € 197.000 168 € 164.000 170 € 192.000 172 € 197.000 174 € 161.000 176 € 186.000 178 € 197.000 180 € 161.000 182 € 186.000 184 € 163.000 186 € 173.000 188 € 171.000 190 € 176.000 192 € 171.000 194 € 212.000 196 € 232.000 198 € 169.000 200 € 212.000 202 € 231.000 204 € 169.000 206 € 212.000 208 € 232.000 210 € 197.000 212 € 216.000 214 € 199.000 216 € 213.000 218 € 214.000 220 € 191.000 222 € 191.000 224 € 166.000 226 € 181.000 228 € 244.000 230 € 252.000 232 € 248.000 234 € 250.000 236 € 249.000 238 € 258.000 240 € 184.000 242 € 161.000 244 € 176.000 246 € 198.000 248 € 179.000 3Proceskosten 3.1. Het Hof zal de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand overeenkomstig het Besluit vaststellen. Daarbij zal het Hof de bijzondere regel van punt 1 van onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit gelet op de overwegingen 5.2 tot en met 5.8 van het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, buiten toepassing laten, zodat de algemene regel van punt 2 van dat onderdeel B1 van toepassing is. Voorts wijst het Hof erop dat voor toepassing van de samenhangfactor in de zin van onderdeel C2 van voormelde bijlage geen aanleiding bestaat, omdat voor de toepassing van de proceskostenvergoeding zowel in beroep als hoger beroep sprake is van één zaak. 3.2. Gelet op deze uitgangspunten stelt het Hof de proceskostenvergoeding vast op € 1.518 voor de kosten in eerste aanleg (2 punten (beroepschrift en bijwonen zitting)  wegingsfactor 1  € 759) en € 1.518 voor de kosten in hoger beroep (2 punten (hogerberoepschrift en bijwonen zitting)  wegingsfactor 1  € 759), ofwel in totaal op € 3.036. 3.3. De bij uitspraken op bezwaar toegekende kostenvergoeding is verder niet in geschil, zodat het Hof die beslissing in stand zal laten. 4Beslissing Het Hof: – vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, – vernietigt de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar, behoudens de beslissing omtrent de kostenvergoeding, – verhoogt de vastgestelde waardes van de onroerende zaken overeenkomstig de onder 2.4. van deze uitspraak opgenomen tabel, – veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.036, – gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 354 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 541 in verband met het hoger beroep bij het Hof. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.R. Woeltjes, voorzitter, mr. A.J.H. van Suilen en mr. T.H.J. Verhagen, in tegenwoordigheid van drs. M.T.M. Hennevelt als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 14 juni 2022. De voorzitter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. In verband hiermee heeft mr. Van Suilen deze uitspraak ondertekend. Namens de voorzitter, De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen (A.J.H. van Suilen) Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 15 juni 2022. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: 1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.